Foto: No machine-readable author provided. Wsiegmund assumed (based on copyright claims)., CC BY 2.5 · bron
Boom · Pinaceae
Reuzenzilverspar
Abies grandis
In andere talen: Sapin de Vancouver (Français) · Grand fir (English)
De reuzenzilverspar komt uit het westen van Noord-Amerika, van Brits-Columbia tot Noord-Californië. Hij is een van de snelst groeiende naaldbomen die bij ons aangeplant worden en kan in zijn thuisland ver boven de 60 m uitkomen. De glanzende, donkergroene naalden staan in twee vlakke rijen aan weerszijden van de twijgen, als een kam, en ruiken bij kneuzen naar sinaasappel. Jonge bomen hebben een gladde, grijze schors met harsblaasjes en vormen een slanke, hoge kegel. Door zijn enorme omvang is hij alleen geschikt voor grote tuinen, parken en bossen; in West-Europa wordt hij ook in de bosbouw aangeplant.
Let op: Hij wordt een reus van 30–40 m en meer. Plant hem niet in een kleine tuin of dicht bij huizen, leidingen of de perceelsgrens; grote, oude bomen kunnen bij storm omwaaien op natte of ondiepe grond.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
40 m
hoog, 10 m breed
| Hoogte | 40 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een reuzenzilverspar?
- Groeivorm
- Slanke, hoge kegel; bij ons tot 40 m hoog en 10 m breed, in het wild nog hoger.
- Naalden
- Plat, 2–5 cm, glanzend donkergroen met twee witte strepen aan de onderkant, in twee vlakke rijen; ze geuren naar sinaasappel.
- Kegels
- Opstaand, 5–10 cm, groen tot bruin, hoog in de kroon; ze vallen op de boom uit elkaar.
- Schors
- Jong glad en grijs met harsblaasjes, later gegroefd.
- Wortels
- Diep op goede grond, maar ondiep op natte of verdichte grond, waar hij bij storm kan omwaaien.
Planten: april–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groeit uitzonderlijk snel en wordt in korte tijd een statige boom.
- Glanzend, donkergroen naaldenkleed met een frisse sinaasappelgeur bij kneuzen.
- Groenblijvend: een machtige blikvanger in een park of grote tuin, ook in de winter.
- Verdraagt in de jeugd wat schaduw, handig bij aanplant tussen andere bomen.
Waar staat een reuzenzilverspar graag?
- Zon tot halfschaduw; jonge bomen verdragen wat schaduw.
- Diepe, frisse tot vochtige grond: zand of leem, zuur tot neutraal. Op kalk groeit hij slecht.
- Liefst een koele, vochtige ligging; op droge, hete plekken heeft hij het moeilijk.
- Reken op minstens 8–10 m ruimte en een flinke afstand tot huizen en leidingen.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 40 m hoog, 10 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Beuk: Een statige loofboom die met zijn herfstkleur afsteekt tegen het donkere naaldgroen.
- Rododendron: Een groenblijvende, bloeiende onderbeplanting in de lichte schaduw aan de rand.
- Berk: Witte stammen en licht blad als contrast.
- Varens: Groene ondergroei op de koele, frisse bosgrond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een reuzenzilverspar?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of september–oktober, liefst een jong boompje: dat slaat het best aan.
- Graaf een ruim plantgat, maak de bodem los en meng bladcompost door de uitgegraven grond.
- Zet de boom even diep als hij stond en druk de grond goed aan.
- Geef meteen ruim water, en de eerste twee zomers wekelijks bij droogte.
- Leg mulch rond de voet en zet bij grotere bomen een boompaal schuin tegen de windrichting.
Verzorgen
- Water
- Na het planten twee zomers lang water geven bij droogte. Daarna zorgt hij op frisse grond voor zichzelf.
- Mulchen
- Een mulchlaag van schors of bladeren houdt de grond koel en vochtig.
- Bemesten
- Niet nodig op een goede, frisse grond.
- Leidtak
- Houd één rechte leidtak; knip een concurrerende top tijdig weg.
- Controle
- Laat oude bomen naast paden en gebouwen af en toe nakijken op dode takken en stabiliteit.
Tip: Plant hem alleen als je echt ruimte hebt: reken op een boom van 30–40 m. Een jong boompje op frisse, diepe grond groeit het snelst en het mooist.
Wanneer snoei je een reuzenzilverspar?
Wanneer: Snoeien is niet nodig: hij vormt vanzelf een regelmatige kegel.
Hoe:
- Zaag dode of afgebroken takken weg tot net buiten de takkraag aan de stam.
- Houd één leidtak: verwijder bij jonge bomen een tweede top.
- De onderste takken kun je geleidelijk wegnemen om onder de boom ruimte te maken; ze groeien niet terug.
Let op: Hij loopt niet uit op kaal hout: kort takken nooit in tot in de naaldloze zone.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaad in de herfst buiten zaaien of in het voorjaar na enkele weken koude. Zaailingen groeien na een trage start snel.
Hoe komt een reuzenzilverspar de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Winterhard tot ongeveer −30 °C: in België geen bescherming nodig.
- Late nachtvorst kan jonge scheuten beschadigen, vooral op een koude, open plek.
- Natte sneeuw en storm kunnen takken of de top breken; laat schade aan grote bomen door een vakman herstellen.
Ziektes en plagen
- Droogteschade: Bruine naalden en afstervende toppen na droge, hete zomers. Kies een frisse plek en geef jonge bomen water bij droogte.
- Wolluis: Witte, wollige plukjes op twijgen en stam; jonge bomen kunnen verzwakken. Afspuiten met water en aangetaste takken wegnemen.
- Honingzwam: Witte schimmelplaten onder de schors en honingkleurige paddenstoelen aan de voet; de boom sterft af. Laat een zieke boom tijdig verwijderen.
- Omwaaien: Op natte of ondiepe grond vormt hij ondiepe wortels en kan hij bij storm omwaaien. Plant op een diepe, goed doorlatende grond.
Het jaar rond
- Maart: Mulch aanbrengen.
- April: Planten.
- Mei: Planten. Nieuwe scheuten.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte. Letten op wolluis.
- Juli: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Augustus: Water geven bij droogte.
- September: Planten.
- Oktober: Planten. Mulch aanvullen.
- November: Na een storm controleren op gebroken takken.
- December: Takken snijden voor een geurend kerststuk.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Schotse plantenverzamelaar David Douglas bracht rond 1830 de eerste zaden naar Groot-Brittannië.
- Hij hoort bij de hoogste zilversparren ter wereld: in zijn thuisland zijn bomen van meer dan 70 m gemeten.
- De sinaasappelgeur van de geplette naalden helpt om hem van andere zilversparren te onderscheiden.