
Foto: Elbert L. Little, Jr., U.S. Department of Agriculture, Forest Service, and others, Public domain · bron
Boom · Pinaceae
Coloradospar
Abies concolor
In andere talen: Sapin du Colorado (Français) · White fir (English)
De Coloradospar is een zilverspar uit de bergen van het westen van Noord-Amerika, van Oregon en de Rocky Mountains tot in het noorden van Mexico. Het is een grote, kegelvormige naaldboom met opvallend lange, zachte naalden in blauwgrijs tot zilvergroen, die bij kneuzen naar citrus ruiken. In een tuin wordt hij tot 25 m hoog en 8 m breed, al groeit hij de eerste jaren eerder traag. Tuiniers waarderen hem om zijn kleur, zijn regelmatige vorm en omdat hij hitte en droogte beter verdraagt dan andere zilversparren. Bekend is het ras ‘Violacea’, met zilverblauwe naalden; voor kleine tuinen is er de dwergvorm ‘Compacta’.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
25 m
hoog, 8 m breed
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 25 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een coloradospar?
- Groeivorm
- Regelmatige, brede kegel met horizontale takken in kransen; in de tuin 15–25 m hoog en 5–8 m breed.
- Naalden
- Plat, 4–7 cm lang, zacht en wat opwaarts gebogen, aan beide kanten blauwgrijs; ze ruiken bij kneuzen naar citrus.
- Kegels
- Rechtopstaand, 8–12 cm, groenig tot paarsig, bovenin oudere bomen; ze vallen op de boom uit elkaar.
- Schors
- Bij jonge bomen glad en grijs met harsblaasjes, later dik en diep gegroefd.
- Wortels
- Diep wortelend: de boom staat stevig, maar verplant slecht als hij eenmaal groot is.
Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de mooiste blauwgrijze naaldbomen, het hele jaar door.
- Lange, zachte naalden die bij kneuzen naar citrus ruiken.
- Verdraagt hitte en droogte beter dan andere zilversparren.
- Een regelmatige kegelvorm zonder snoeiwerk: een prachtige solitaire boom voor een grote tuin.
- De dichte takken bieden beschutting en nestgelegenheid aan vogels.
Waar staat een coloradospar graag?
- Zon tot lichte halfschaduw; in de zon is de kleur het mooist en de groei het dichtst.
- Zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, maar altijd goed doorlatend: natte voeten verdraagt hij niet.
- Matig droog tot normaal vochtig; eenmaal ingeworteld verdraagt hij droogte goed.
- Plant hem minstens 5 m van huis en ruim van de perceelgrens: reken op 8 m breedte. Voor een kleine tuin kies je een dwergvorm.
- Een open plek waar hij zijn volle breedte kan bereiken; dan blijven de onderste takken tot op de grond staan.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 25 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Ruwe berk: Witte stammen en geel herfstblad tegen de blauwgrijze naalden.
- Japanse esdoorn: Rood of oranje herfstblad als contrast vooraan.
- Rododendron: Bloeiende, groenblijvende heester voor dezelfde plek, als de grond zuur is.
- Krentenboompje: Witte voorjaarsbloei en oranje herfstkleur aan de rand van de beplanting.
- Winterheide: Laag, groenblijvend en bloeiend in de winter, onder een dwergvorm.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een coloradospar?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond vochtig is en niet bevroren.
- Koop een jonge boom in pot of met kluit: kleine bomen slaan het best aan.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit, maar niet dieper, en maak de bodem en de wanden los.
- Zet de boom even diep als hij stond, met de wortelhals op grondniveau, en vul aan met de uitgegraven grond.
- Geef meteen een flinke emmer water en leg een laag mulch van schors of houtsnippers rond de voet, niet tegen de stam.
- Zet een grotere boom de eerste jaren vast aan een schuine paal tegen de wind.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte wekelijks ruim water geven. Daarna heeft hij zelden extra water nodig.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Op arme zandgrond in april wat compost rond de boom.
- Mulchen
- Een laag schors of houtsnippers houdt de grond koel en vochtig en het onkruid weg.
- Gras
- Houd de eerste jaren een cirkel van 1 m rond de stam vrij van gras: dat concurreert om water.
- Topscheut
- Laat de topscheut ongemoeid; vormt hij twee toppen, haal dan de zwakste weg.
Tip: Geef hem een open, zonnige plek waar hij zijn volle breedte kan bereiken, dan blijven de onderste takken tot op de grond staan. Kneus een naald tussen je vingers: de citrusgeur verraadt meteen dat het een Coloradospar is.
Wanneer snoei je een coloradospar?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Snoeien is nauwelijks nodig: hij vormt vanzelf een mooie kegel. Moet er toch iets gebeuren, doe het dan in maart, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
Hoe:
- Vormt hij twee toppen, knip dan de zwakste weg aan de basis.
- Haal dode of gebroken takken weg tot op de stam, net buiten de takkraag.
- Snoei nooit tot in het kale, oude hout: daar loopt een spar niet meer uit.
Let op: Knip nooit de topscheut weg: de boom krijgt dan een scheve, platte kruin en herstelt maar traag. Onderste takken die je wegneemt, groeien niet meer terug.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaad heeft een koudeperiode van enkele weken nodig, bijvoorbeeld in vochtig zand in de koelkast. Zaai daarna in het voorjaar in een bak buiten. De zaailingen groeien traag en verschillen in kleur van de moederboom.
- Enten
- Rassen zoals ‘Violacea’ worden door kwekers geënt op een zaailing; voor de tuinier is dat moeilijk.
Hoe komt een coloradospar de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Zware, natte sneeuw kan takken doen breken; schud ze bij jonge bomen voorzichtig af.
- Een dwergvorm in een grote pot: zet de pot beschut en geef bij droog winterweer af en toe water, want ook in de winter verdampen de naalden.
Ziektes en plagen
- Wolluis: Witte, wollige pluisjes op de twijgen en naalden, soms met vergelende naalden. Afspuiten met water; een gezonde boom heeft er zelden veel last van.
- Wortelrot: Bruine naalden en afstervende takken op natte, slecht doorlatende grond. Plant hem altijd op een goed gedraineerde plek; een aangetaste boom herstelt zelden.
- Spint: Fijne spikkels en grijsbruine naalden in hete, droge zomers. Besproei de boom bij droogte met water.
- Late nachtvorst: Kan de jonge scheuten in mei bruin kleuren. Meestal herstelt de boom zich in de loop van het jaar; plant hem niet in een kom waar koude lucht blijft hangen.
- Droogteschade: Bruine naalden bij jonge bomen in droge zomers. Geef de eerste jaren regelmatig water.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Natte sneeuw van jonge bomen schudden.
- Maart: Zo nodig een dubbele top of dode takken wegnemen.
- April: Planten. Mulch aanbrengen; op arme grond wat compost.
- Mei: Planten. De jonge scheuten lopen uit; letten op late nachtvorst.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte. Letten op spint.
- Augustus: Jonge bomen water geven bij droogte.
- September: Planten. De grond rond jonge bomen grasvrij houden.
- Oktober: Planten. Nog eens water geven als de herfst droog is.
- December: Rust. Volledig winterhard, geen bescherming nodig.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam concolor betekent ‘eenkleurig’: de naalden zijn aan boven- en onderkant even blauwgrijs, terwijl veel andere zilversparren alleen aan de onderkant witte strepen hebben.
- Zoals bij alle zilversparren staan de kegels rechtop en vallen ze op de boom uit elkaar: een gave kegel vind je dus zelden op de grond.
- In Noord-Amerika is hij een geliefde kerstboom, omdat hij zijn naalden lang vasthoudt en lekker ruikt.