
Foto: Tree-species on Flickr, CC BY 2.0 · bron
Boom · Pinaceae
Spaanse zilverspar
Abies pinsapo
In andere talen: Sapin d’Espagne (Français) · Spanish fir (English)
De Spaanse zilverspar komt uit enkele berggebieden in het zuiden van Spanje, rond Ronda in Andalusië, waar hij op kalkrijke hellingen groeit. Het is een groenblijvende conifeer met een dichte, brede kegelvorm en korte, stijve, donker- tot blauwgroene naalden die rondom de twijgen staan, als bij een flessenborstel. Op oudere bomen staan de kegels rechtop op de bovenste takken. Tuiniers waarderen hem omdat hij, anders dan de meeste zilversparren, kalk, droogte en warme zomers goed verdraagt. Het bekendst is de vorm ‘Glauca’, met opvallend blauwgrijze naalden; er bestaan ook trager groeiende vormen voor kleinere tuinen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
20 m
hoog, 8 m breed
| Hoogte | 20 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een Spaanse zilverspar?
- Groeivorm
- Dichte, brede kegel met horizontale takken tot op de grond. In de tuin groeit hij traag en wordt hij na tientallen jaren 10–20 m hoog en 6–8 m breed.
- Naalden
- Kort (1–2 cm), stijf, dik en stomp, rondom de twijg ingeplant; donkergroen tot blauwgrijs met fijne grijswitte lijntjes.
- Kegels
- Rechtopstaand, cilindrisch, 10–15 cm lang, bovenaan oudere bomen. Ze vallen in de herfst aan de boom uiteen.
- Schors
- Glad en grijs bij jonge bomen, later donkerder en in platen gebarsten.
- Wortels
- Jonge bomen vormen een diepe penwortel, waardoor ze droogte goed doorstaan. Verplant hem daarom liefst jong.
Planten: april–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige zilversparren voor kalkrijke en wat drogere grond.
- Het hele jaar een dichte, groene of blauwgrijze blikvanger, ook midden in de winter.
- De korte, stijve naalden rondom de twijgen geven een aparte, borstelige textuur.
- Oudere bomen dragen rechtopstaande kegels, eerst groen of paarsbruin, later bruin.
- De dichte takken bieden vogels beschutting en een veilige nestplek.
Waar staat een Spaanse zilverspar graag?
- Volle zon: in de schaduw groeit hij ijl en verliest hij zijn onderste takken.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; natte voeten en stilstaand water verdraagt hij niet.
- Niet in een koude kom: de jonge scheuten lopen vroeg uit en kunnen bevriezen bij late nachtvorst.
- Reken op 6–8 m ruimte en plant hem minstens 5 m van gebouwen. Hij staat het mooist als solitair in een gazon.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 20 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Een grijsblauwe, geurende rand op dezelfde zonnige, kalkrijke plek.
- Blauw schapengras: Lage blauwe pollen die de kleur van de naalden herhalen.
- Kattenkruid: Lange blauwe bloei aan de voet, ook tevreden met droge, kalkrijke grond.
- Tijm: Een lage, geurende bodembedekker voor de zonnige rand.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Spaanse zilverspar?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober; in de herfst is de grond nog warm en slaat hij makkelijk aan.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak de bodem van het gat los, zodat water weg kan.
- Zet de boom even diep als in de pot of de kluit: de bovenkant van de kluit gelijk met de grond. Knip het touw van een kluit in jute los; de jute mag blijven zitten.
- Zet grotere bomen vast aan een schuine paal tegen de wind en druk de grond goed aan.
- Geef meteen 20–30 liter water en herhaal dat de eerste zomer elke week bij droogte.
- Leg een laag mulch van houtsnippers of schors rond de voet, zonder de stam te raken.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee à drie jaar water geven bij droogte. Daarna is hij goed bestand tegen droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig. Op arme grond hoogstens in het voorjaar wat compost.
- Mulchen
- Een laag houtsnippers houdt de grond koel en het onkruid weg zolang de boom jong is.
- Onderste takken
- Laat ze zitten: ze maken de boom mooi tot op de grond, en kale stukken lopen niet meer uit.
- In een pot
- Jonge bomen kunnen een paar jaar in een grote pot met goed doorlatende grond. Geef dan regelmatig water.
Tip: Geef hem van in het begin genoeg ruimte en laat de onderste takken staan: een Spaanse zilverspar die tot op de grond vertakt is, is als solitair op zijn mooist.
Wanneer snoei je een Spaanse zilverspar?
Wanneer: Snoeien is niet nodig: een zilverspar groeit van nature in een mooie kegelvorm.
Hoe:
- Ontstaat er een dubbele top, knip dan de zwakste weg, zodat er één leidende top overblijft.
- Haal dode of beschadigde takken weg tot op de stam of tot op een gezonde zijtak.
- Knip nooit in kaal, oud hout: daar komen geen nieuwe naalden meer.
- Top de boom niet: zonder top verliest hij voorgoed zijn vorm.
Let op: Heb je weinig plaats, kies dan liever een trager groeiende vorm dan elk jaar te snoeien.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai in het voorjaar, nadat het zaad een paar weken in de koelkast heeft gelegen. Zaailingen groeien de eerste jaren traag en willen halfschaduw.
- Enten
- Rassen zoals ‘Glauca’ worden door kwekers geënt op een onderstam. Stekken slaan bij zilversparren slecht aan.
Hoe komt een Spaanse zilverspar de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België heeft een uitgegroeide boom geen bescherming nodig.
- De jonge scheuten zijn gevoelig voor late nachtvorst in april en mei; bij een jonge boom helpt een vlies voor één nacht.
- Schud zware, natte sneeuw van de takken, zodat ze niet breken.
- In een pot: zet hem beschut tegen een muur en wikkel de pot in jute of noppenfolie.
Ziektes en plagen
- Nachtvorstschade: Bruine, slappe nieuwe scheuten na een koude voorjaarsnacht. Meestal herstelt de boom het jaar erna; plant hem niet in een koude kom.
- Wolluis: Witte, wollige pluisjes op naalden en twijgen, soms met gele naalden. Afspuiten met een harde straal water; bij een zware aantasting de ergste twijgen wegknippen.
- Wortelrot: De naalden worden dof en bruin, van onder naar boven, meestal door natte voeten. Voorkom het met een goed doorlatende plek: een zieke boom is moeilijk te redden.
- Naaldval door droogte: Jonge bomen verliezen binnenste naalden in een droge zomer na het planten. Geef de eerste jaren water bij droogte.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Zware sneeuw van de takken schudden.
- Maart: Mulch aanvullen rond jonge bomen.
- April: Planten. Jonge scheuten beschermen bij nachtvorst.
- Mei: Planten. De nieuwe scheuten lopen uit; letten op wolluis.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte, vooral het eerste jaar.
- Augustus: Controleren op wolluis. Water geven bij droogte.
- September: Planten in nog warme grond.
- Oktober: Planten. Rijpe kegels vallen aan de boom uiteen.
- December: Rust. Sneeuw van de takken schudden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Zwitserse botanicus Edmond Boissier beschreef de soort in 1838, na een reis door de bergen rond Ronda.
- In het wild groeit hij nog maar in enkele berggebieden in Andalusië; de soort geldt als bedreigd en die bossen zijn beschermd.
- Zoals bij alle zilversparren staan de kegels rechtop en vallen ze aan de boom uiteen: hele kegels vind je bijna nooit op de grond.