
Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron
Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae
Allium caeruleum
In andere talen: Ail bleu (Français) · Blue globe onion (English)
Allium caeruleum is een sierui uit de steppen van Centraal-Azië, van Siberië tot Kazachstan. Uit een klein bolletje groeien een paar smalle bladeren en dunne, stijve stengels van 40–50 cm. In juni en juli dragen die dichte, bolronde hoofdjes van 2,5–4 cm vol stervormige bloempjes in een helder hemelsblauw, een kleur die je bij sieruien zelden ziet. In grote groepen tussen lage grassen lijken ze op een wolk zwevende blauwe stippen. Hij is makkelijk, zeer winterhard en een leuke snijbloem voor kleine boeketten.
Let op: Sieruien zijn, net als ui en look, giftig voor honden, katten en grazende dieren zoals paarden en schapen: opeten kan hun rode bloedcellen beschadigen. Hou de bolletjes voor het planten buiten bereik, plant ze niet waar je hond graaft en laat kinderen er niet van eten.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,1 m breed
Bloei
juni–juli
| Hoogte | 0,5 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Allium caeruleum?
- Groeivorm
- Dunne, stijve stengels van 40–50 cm boven een paar bladeren; nauwelijks 10 cm breed.
- Blad
- Twee tot vier smalle, grasachtige bladeren die rond de bloei al verwelken.
- Bloem
- Dichte, bolronde hoofdjes van 2,5–4 cm vol stervormige, hemelsblauwe bloempjes, in juni–juli.
- Vrucht
- Kleine zaaddoosjes met zwarte zaden; soms vormen zich ook broedbolletjes tussen de bloemen.
- Bol
- Klein, 1–2 cm; plantdiepte 8–10 cm.
Bloei: juni–juli · Planten: september–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een zeldzaam, helder hemelsblauw in juni–juli, een kleur die weinig bolgewassen hebben.
- Bijen en vlinders bezoeken de bloempjes.
- Neemt bijna geen plaats in: je kunt hem overal tussen vaste planten en grassen zetten.
- Een leuke snijbloem voor kleine boeketten.
- Zeer winterhard en makkelijk op droge, zonnige grond.
Waar staat een Allium caeruleum graag?
- Volle zon.
- Goed doorlatende zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig: in natte winters rotten de bolletjes. Meng grind door zwaardere grond.
- Plant in groepen van minstens twintig, 5–8 cm uit elkaar, tussen lage grassen of vaste planten die het verwelkende blad verbergen.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Vedergras: Fijne, wuivende halmen waartussen de blauwe bolletjes lijken te zweven.
- Blauw schapengras: Lage, blauwgrijze pollen die het verwelkende blad verbergen.
- Zonneroosje: Lage gele bloemen op dezelfde droge, zonnige plek.
- Duizendblad: Platte gele schermen naast de blauwe bolletjes, ook geliefd bij vlinders.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Allium caeruleum?
Planten in september–november.
- Plant de bolletjes in september–november, zolang de grond niet bevroren is.
- Graaf een brede, ondiepe kuil van 8–10 cm diep, zodat je een hele groep tegelijk kunt planten.
- Zet de bolletjes met de punt naar boven, 5–8 cm uit elkaar, in groepen van minstens twintig.
- Op zwaardere grond leg je een laagje grind onderin de kuil.
- Dek af met grond en druk licht aan; water geven is alleen nodig als de grond kurkdroog is.
- Hou de bolletjes voor het planten buiten het bereik van kinderen en huisdieren.
Verzorgen
- Water
- Zelden nodig; alleen in een heel droog voorjaar.
- Bemesten
- Niet nodig; op arme zandgrond volstaat wat compost in maart.
- Blad
- Laat het blad na de bloei vanzelf afsterven, zodat de bolletjes voeding kunnen opslaan.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat de hoofdjes staan als je wil dat hij zich wat uitzaait, of knip ze af.
- Snijden
- Snijd de stengels als de helft van de bloempjes open is en ververs het water vaak.
Tip: Plant in groepen van minstens twintig bolletjes tussen lage grassen: alleen in een groep komt het blauw echt tot zijn recht.
Wanneer snoei je een Allium caeruleum?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Na de bloei kun je de uitgebloeide stengels afknippen; laat het blad altijd vanzelf afsterven.
Hoe:
- Knip uitgebloeide stengels af of laat de droge hoofdjes staan.
- Haal het blad pas weg als het helemaal geel of bruin is.
- Trek de droge stengels in de nazomer gewoon uit de grond.
Let op: Knip het blad niet groen af: dan worden de bolletjes zwakker en bloeien ze minder.
Vermeerderen
- Broedbollen
- De bolletjes vormen na enkele jaren zijbolletjes. Graaf de groep op als het blad afgestorven is, scheid ze en plant ze in de herfst opnieuw.
- Bolletjes uit de bloem
- Verschijnen er kleine broedbolletjes tussen de bloemen, pluk ze dan in de zomer en plant ze ondiep in een pot of in de border.
- Zaaien
- Zaai rijp zaad in de herfst in een pot die buiten blijft staan. De zaailingen bloeien na 2–3 jaar.
Hoe komt een Allium caeruleum de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België blijven de bolletjes gewoon in de grond.
- Natte grond is het grootste gevaar: plant op een doorlatende plek of meng grind door de grond.
- In een pot: zet hem in de winter tegen een muur, uit de regen.
Ziektes en plagen
- Bolrot: Bolletjes die niet opkomen of zacht zijn in natte grond. Plant ze op een drogere plek of tussen grind.
- Geel blad bij de bloei: Normaal bij sieruien. Verberg het blad tussen lage grassen en laat het gewoon afsterven.
- Slakken: Vreten aan het jonge blad in het voorjaar. Raap ze ’s avonds.
- Steeds minder bloemen: De groep staat te dicht of te schaduwrijk. Graaf de bolletjes op na het afsterven van het blad en plant ze ruimer, op een zonnige plek.
Het jaar rond
- Maart: Het blad komt op. Compost op arme grond.
- April: Letten op slakken.
- Mei: De bloemknoppen verschijnen.
- Juni: Begin van de bloei. Stengels snijden voor een boeket.
- Juli: Bloei. Het blad sterft af. Broedbolletjes plukken.
- Augustus: Zo nodig te dichte groepen opgraven en scheiden.
- September: Bolletjes planten.
- Oktober: Bolletjes planten. Zaaien in een pot buiten.
- November: Laatste bolletjes planten.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Sieruien zijn echte uien (Allium), familie van ui, look, prei en bieslook, en net als die zijn ze giftig voor honden en katten: alle delen, vooral de bollen, bevatten zwavelverbindingen die de rode bloedcellen beschadigen en bloedarmoede kunnen geven. Katten zijn er gevoeliger voor dan honden, en de klachten (sufheid, bleek tandvlees, rode of bruine urine) komen soms pas na enkele dagen. Ook paarden, schapen en ander vee kunnen er ziek van worden. Al ruiken blad en bol naar ui, ze worden niet als groente gekweekt: eet ze niet en bewaar bloembollen nooit bij de uien in de keuken, want ze zijn niet bedoeld om te eten en kunnen met bestrijdingsmiddelen behandeld zijn. Plant ze niet waar je hond graaft, bewaar losse bollen buiten het bereik van huisdieren en kinderen, en zet een vaas met sieruien niet waar je kat aan de stengels knabbelt. Heeft je hond of kat van een bol of blad gegeten, bel dan je dierenarts, ook als hij nog niets laat merken. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Caeruleum betekent ‘hemelsblauw’: een zuiver blauw is zeldzaam bij sieruien.
- In het wild groeit hij in de steppen van Centraal-Azië, met hete, droge zomers en strenge winters: daarom kan hij zo goed tegen vorst en droogte.
- Sieruien zijn familie van ui, look en bieslook en ruiken ook naar ui als je een blad kneust.