Alocasia (Alocasia macrorrhizos)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Kamerplant · Araceae

Alocasia

Alocasia macrorrhizos

In andere talen: Taro géant (Français) · Giant taro (English)

De reuzentaro of olifantsoor is een grote aronskelkachtige uit tropisch Zuidoost-Azië, waar hij in vochtige bossen en langs beekjes groeit. Uit een dikke, rechtopstaande stam groeien enorme, pijl- tot hartvormige bladeren op lange, stevige stelen. Binnen wordt hij makkelijk 1,5–2 m hoog, met glanzend groene bladeren van een halve meter en meer. In de tropen wordt hij al eeuwenlang gekweekt, en er zijn rassen met bont blad of met een bijzondere bladvorm, zoals ‘Stingray’. Liefhebbers kiezen hem voor zijn tropische uitstraling: één plant geeft een hoek van de kamer meteen een junglegevoel.

Let op: Alle delen zijn giftig door scherpe oxalaatkristallen. Op het blad kauwen of sap in de mond geeft een branderige pijn en zwelling van mond en keel; het sap kan ook huid en ogen irriteren. Zet hem buiten bereik van kinderen, katten en honden, draag handschoenen bij het snoeien en verpotten en was daarna je handen.

  • Licht

    Halfschaduw

    geen felle middagzon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 15 °C

  • Grootte

    2 m

    hoog, 1,5 m breed

Feiten op een rij
Hoogte2 m
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren

Herkennen

Hoe herken je een alocasia?

Groeivorm
Rechtopgaande plant met een dikke, groene stam; binnen 1,5–2 m hoog en tot 1,5 m breed.
Blad
Groot, pijl- tot hartvormig, glanzend groen met duidelijke nerven; binnen vaak een halve meter of meer, in de tropen nog veel groter. De bladeren staan schuin omhoog op lange stelen en draaien naar het licht.
Bloem
Binnen zelden: een typische aronskelk met een kolf in een bleek geelgroen schutblad.
Stam
Dik en vlezig; hij slaat water en reserves op. Aan de voet verschijnen kindjes.
Sap
Alle delen bevatten scherpe oxalaatkristallen die huid en slijmvliezen irriteren.

Planten: maart–mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Enorme, glanzende bladeren die meteen een tropische sfeer geven.
  • Groeit snel: in een goed seizoen maakt hij om de paar weken een nieuw blad.
  • Een opvallende solitair voor een grote, lichte kamer, een serre of een kantoor.
  • Mag tijdens een warme zomer naar buiten, als blikvanger op een beschut terras.
  • Makkelijk te vermeerderen met de kindjes die hij aan de voet maakt.

Waar staat een alocasia graag?

  • Veel licht, maar geen felle middagzon: een raam op het oosten of westen, of op 1–2 m van een zuidraam.
  • Warm: 18–27 °C, nooit onder 15 °C, en weg van koude tocht.
  • Een humusrijke, luchtige potgrond die vocht vasthoudt maar goed afwatert, zuur tot neutraal.
  • Een hoge luchtvochtigheid: zet hem bij andere planten of op een schotel met natte kiezels.
  • Reken op een plek van zo’n 1,5 m breed: de bladeren steken ver uit.
Licht
Licht, zonder felle zon
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon of veel
Grootte
2 m hoog, 1,5 m breed
Temperatuur
Minimum 15 °C

Mooi samen met

  • Gatenplant: Nog een grote tropische bladplant voor dezelfde lichte, warme plek.
  • Paradijsvogelbloem: Ook groot en exotisch, met stijve, peddelvormige bladeren als contrast.
  • Kentiapalm: Fijne, sierlijke palmbladeren naast de grote, gave bladeren.
  • Zwaardvaren: Vult de onderkant op en houdt de lucht rond de plant vochtiger.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een alocasia?

Planten in maart–mei.

  1. Verpot in maart–mei, als de nieuwe groei begint.
  2. Kies een zware, stevige pot met een gat in de bodem, één maat groter dan de oude: de plant wordt topzwaar.
  3. Gebruik potgrond gemengd met wat schors of perliet, zodat er geen water blijft staan.
  4. Leg een laagje kleikorrels of grind onderin en zet de plant even diep als voordien.
  5. Druk de grond licht aan, giet goed aan en laat overtollig water weglopen.
  6. Draag handschoenen: het sap kan de huid irriteren.

Verzorgen

Water
Houd de grond van april tot september licht vochtig; laat de bovenste 2–3 cm opdrogen voor je opnieuw giet. Laat nooit water op de schotel staan.
Luchtvochtigheid
Vernevel het blad bij droge lucht met kamerwarm water, of zet een luchtbevochtiger in de buurt.
Bemesten
Van april tot september om de twee weken voeding voor groene kamerplanten; niet in de winter.
Blad
Veeg de grote bladeren af en toe af met een vochtige doek, zodat ze genoeg licht vangen.
Draaien
Draai de pot om de paar weken een kwartslag: de bladeren groeien naar het licht.
Verpotten
Om de 1–2 jaar in het voorjaar, als de wortels de pot vullen.

Tip: Hangen er ’s ochtends druppels aan de bladpunten, dan heeft hij ruim genoeg water: wacht met gieten tot de bovenste laag grond droog is.

Wanneer snoei je een alocasia?

Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid. Knip het hele jaar door vergeelde of beschadigde bladeren weg.

Hoe:

  • Een oud blad vergeelt vaak als er een nieuw verschijnt: dat is normaal. Knip het weg als het helemaal geel is.
  • Snij de bladsteel vlak bij de stam af met een schoon, scherp mes.
  • Knip bruine randen bij met een schaar, langs de vorm van het blad.
  • Draag handschoenen en was na afloop je handen en het mes.

Let op: Het sap irriteert huid en ogen: wrijf tijdens het werk niet in je ogen.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Kindjes
Bij het verpotten in maart–mei kun je kindjes met eigen wortels voorzichtig van de moederplant losmaken of lossnijden. Pot ze op in luchtige potgrond en houd ze licht vochtig en warm (20–25 °C).
Delen
Staan er meerdere stammen in de pot, dan kun je de pol bij het verpotten met een scherp mes in stukken met elk eigen wortels verdelen.

Hoe komt een alocasia de winter door?

  • Niet winterhard: hij staat het hele jaar binnen en mag niet onder 15 °C komen.
  • In de winter groeit hij trager: geef minder water, laat de bovenste laag goed opdrogen en geef geen voeding.
  • Zet hem op de lichtste plek, weg van koude ruiten, tocht en een hete radiator die de lucht uitdroogt.
  • Tijdens een warme zomerperiode mag hij buiten op een beschutte, halfschaduwrijke plek, zolang de nachten boven 15 °C blijven.

Ziektes en plagen

  • Spint: Fijne spinsels en een dofgele spikkeling op het blad, vooral bij droge, warme lucht. Douche de bladeren af en verhoog de luchtvochtigheid.
  • Rot: Slappe, gele bladeren en een zachte, bruine stamvoet door te natte grond. Laat de grond opdrogen, snij rotte delen weg en verpot in verse, luchtige grond.
  • Bruine randen: Door droge lucht, tocht of onregelmatig water. Giet regelmatiger en zorg voor vochtigere lucht.
  • Gele bladeren: Eén oud blad dat vergeelt als er een nieuw komt, is normaal. Vergelen er meerdere tegelijk, dan staat hij te nat, te koud of te donker.

Het jaar rond

  • Januari: Weinig water, geen voeding. Lichtste plek, weg van tocht.
  • Februari: Letten op spint door de droge lucht van de verwarming.
  • Maart: Verpotten als de wortels de pot vullen. Weer iets meer water.
  • April: Om de twee weken voeding. Kindjes losmaken bij het verpotten.
  • Mei: Verpotten of kindjes oppotten. Blad afstoffen.
  • Juni: Snelle groei: grond licht vochtig houden en om de twee weken voeding geven.
  • Juli: Bij warm weer eventueel buiten op een beschutte plek. Vernevelen bij droge lucht.
  • Augustus: Volop groei. Pot geregeld een kwartslag draaien.
  • September: Binnenhalen voor de nachten onder 15 °C zakken. Laatste voeding.
  • Oktober: Minder water. Vergeelde bladeren wegknippen.
  • November: Rust. Grond tussen twee gietbeurten laten opdrogen.
  • December: Rust. Weg van koude ruiten en een hete radiator.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Alle delen van de alocasia zijn giftig: het sap zit vol naaldvormige kristallen (calciumoxalaat), die bij kauwen een brandende pijn en zwelling van mond en keel geven, en het kan huid en ogen irriteren. De plant lijkt op taro (Colocasia), waarvan de knol na lang koken gegeten wordt, en heet soms zelf reuzentaro, maar eet nooit iets van je kamerplant: rauw of te kort gekookt is hij gevaarlijk scherp. De grote bladeren hangen vaak op kinderhoogte: zet de pot buiten het bereik van kinderen, katten en honden. Draag handschoenen bij het snoeien en verpotten, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Bij vochtige grond en lucht duwt hij overtollig water naar buiten via de bladpunten; die druppels heten guttatie.
  • In delen van Azië en de Stille Oceaan wordt hij al eeuwenlang als voedselgewas geteeld; de stam wordt alleen na lang koken gegeten, want rauw is hij giftig.
  • Hij hoort bij de aronskelkfamilie, net als de gatenplant, de anthurium en onze inheemse gevlekte aronskelk.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…