
Foto: WayneRay, CC0 · bron
Kamerplant · Acanthaceae
Aphelandra
Aphelandra squarrosa
In andere talen: Aphélandra (Français) · Zebra plant (English)
De aphelandra of zebraplant komt uit het Atlantisch regenwoud van Brazilië. Het is een compacte, struikvormige kamerplant met grote, glanzend donkergroene bladeren waarop de nerven als witte of crèmekleurige strepen afsteken. Van juli tot oktober verschijnen bovenaan de stengels vierkantige, kegelvormige aren met heldergele schutbladen, die wekenlang mooi blijven. Liefhebbers waarderen hem omdat hij mooi blad en een opvallende bloei combineert. In de handel vind je vooral compacte rassen zoals ‘Dania’, met zilverwitte nerven. Hij vraagt wel wat aandacht: gelijkmatig vochtige grond, warmte en vochtige lucht.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 15 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–oktober
| Snoeimaanden | oktober–november |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een aphelandra?
- Groeivorm
- Compacte, rechtopgaande plant met enkele stengels, binnen 30–60 cm hoog en tot 50 cm breed.
- Blad
- Eirond tot elliptisch, 15–25 cm lang, glanzend donkergroen met opvallende witte of crème nerven; tegenoverstaand.
- Bloem
- Vierkantige aren van 10–15 cm met overlappende, heldergele schutbladen. De echte bloemen zijn klein, buisvormig en geel, en verwelken na enkele dagen.
- Bloeitijd
- Van juli tot oktober; de schutbladen blijven wekenlang mooi.
- Wortels
- Fijn en vrij ondiep; ze verdragen geen uitdroging en geen natte voeten.
Bloei: juli–oktober · Planten: maart–april · Snoeien: oktober–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallend blad met een zebrapatroon van witte nerven: ook zonder bloemen een sierplant.
- Heldergele bloeiaren van juli tot oktober, die wekenlang blijven staan.
- Compact: past op een vensterbank, een bijzettafel of in een groep met andere kamerplanten.
- Brengt kleur in huis in de late zomer en de herfst, als veel andere kamerplanten uitgebloeid zijn.
- Met een stek van de top kweek je makkelijk een nieuwe, jonge plant.
Waar staat een aphelandra graag?
- Een lichte plek zonder directe middagzon, bijvoorbeeld bij een oost- of westraam. Te donker betekent: geen bloei.
- Warm: 18–25 °C in de groeiperiode, nooit onder 15 °C. Geen tocht en niet tegen een koude ruit.
- Vochtige lucht: in een badkamer met daglicht of op een schaal met natte kiezels doet hij het goed.
- Niet vlak boven een radiator: droge, warme lucht doet de bladeren vallen.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon of veel
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 15 °C
Mooi samen met
- Mozaïekplant: Ook een acanthusachtige met getekend blad, voor dezelfde warme, vochtige plek.
- Pauwenplant: Getekend blad dat dezelfde warmte en vochtige lucht vraagt.
- Zwaardvaren: Fijn, groen blad naast het gestreepte blad; samen houden ze de lucht vochtiger.
- Peperomia: Compacte bladplant voor dezelfde lichte plek zonder felle zon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een aphelandra?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, als de wortels de pot vullen; meestal om de 1–2 jaar.
- Kies een pot die 2–3 cm breder is dan de oude, met een gat in de bodem.
- Gebruik humusrijke potgrond voor kamerplanten, eventueel gemengd met wat perliet voor een betere afwatering.
- Zet de plant even diep als voordien en druk de grond licht aan.
- Geef lauw water tot het uit de bodem loopt en giet de schotel na een kwartier leeg.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond altijd licht vochtig, met water op kamertemperatuur, liefst regenwater. Bij droogte laat hij zijn onderste bladeren vallen; natte voeten doen de wortels rotten.
- Luchtvochtigheid
- Zet de pot op een schaal met kiezels en water of tussen andere planten. Sproeien met lauw, kalkarm water mag, maar niet op de bloeiaren.
- Bemesten
- Van maart tot september om de 2 weken kamerplantenvoeding op halve sterkte.
- Uitgebloeide aren
- Knip een verwelkte aar weg zodra de schutbladen bruin worden.
- Rustperiode
- Na de bloei een paar weken iets koeler (15–18 °C) en wat minder water, maar laat de kluit nooit uitdrogen.
Tip: Giet regelmatig met lauw regenwater en laat de kluit nooit uitdrogen: een aphelandra die één keer kurkdroog stond, laat zijn onderste bladeren vallen. Knip na de bloei terug tot boven een goed bladpaar, dan blijft hij compact.
Wanneer snoei je een aphelandra?
Snoeimaanden: oktober–november.
Wanneer: Na de bloei, in oktober–november, als de laatste aren verwelkt zijn.
Hoe:
- Knip de bloeistengels terug tot net boven een goed, gezond bladpaar.
- Een lange, kale plant mag je tot ongeveer de helft inkorten: hij loopt uit de bladoksels opnieuw uit.
- Gebruik de afgeknipte toppen als stek.
- Knip gele of beschadigde bladeren weg tegen de stengel.
Let op: Zonder snoei wordt hij snel lang en onderaan kaal; een oude, kale plant vervang je het best door een jonge stek.
Vermeerderen
- Kopstek
- In het voorjaar of na de bloei: toppen van 10–15 cm met 2 bladparen, onderste bladeren weg, in vochtige stekgrond. Onder plastic op 21–24 °C wortelen ze na 4–6 weken.
Hoe komt een aphelandra de winter door?
- Het hele jaar binnen: hij verdraagt geen kou en lijdt al onder 15 °C.
- Geef in de winter wat minder water, maar laat de grond niet helemaal uitdrogen. Geen voeding van oktober tot februari.
- Zet hem op de lichtste plek, weg van koude ramen, tocht en hete radiators.
- Verhoog de luchtvochtigheid tegen de droge lucht van de verwarming.
Ziektes en plagen
- Bladval: De onderste bladeren hangen en vallen af. Meestal door droogte, kou of tocht. Geef regelmatig water en zet hem warmer.
- Bruine bladranden: Door droge lucht of kalkrijk water. Verhoog de luchtvochtigheid en giet met regenwater.
- Schildluis: Bruine schildjes op de nerven en stengels, met kleverige honingdauw. Verwijder ze met een wattenstaafje of een zacht borsteltje en wat zeepwater.
- Bladluis: Op jonge scheuten en bloeiaren. Spoel de plant af onder de douche.
- Geen bloei: Te weinig licht. Zet hem lichter, maar uit de felle middagzon.
Het jaar rond
- Januari: Geen voeding. De grond licht vochtig en de lucht vochtig houden.
- Maart: Verpotten. Weer beginnen met bemesten.
- April: Verpotten of kopstekken nemen. Om de 2 weken bemesten.
- Mei: Bemesten. Beschermen tegen felle middagzon.
- Juni: Bemesten. Regelmatig water geven; de bloeiaren vormen zich.
- Juli: Begin van de bloei. Bemesten en de grond vochtig houden.
- Augustus: Bloei. Bemesten. Letten op bladluis.
- September: Bloei. Laatste keer bemesten.
- Oktober: Einde van de bloei. Uitgebloeide aren wegknippen en terugsnoeien.
- November: Snoeien boven een goed bladpaar. Iets koeler en wat minder water.
- December: Rust. Weinig water, maar nooit laten uitdrogen. Geen tocht.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De gele ‘bloemen’ zijn eigenlijk schutbladen. De echte bloemen zijn klein en verwelken al na enkele dagen, terwijl de schutbladen wekenlang kleur geven.
- De naam Aphelandra komt uit het Grieks: apheles betekent ‘eenvoudig’ en aner, andros ‘man’, een verwijzing naar de helmknoppen met één hokje.
- Hij hoort bij de acanthusfamilie, net als de mozaïekplant en de akant uit de border.