
Foto: Louise Wolff --darina 00:12, 7 May 2005 (UTC), CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Acanthaceae
Zenuwplant
Fittonia albivenis
In andere talen: Fittonia (Français) · Nerve plant (English)
De zenuwplant (Fittonia albivenis) komt uit de tropische regenwouden van Zuid-Amerika, onder meer uit Peru en Colombia, waar hij als lage bodembedekker op de vochtige bosbodem groeit. Hij vormt een kruipende plant van zo’n 15 cm hoog met ovale bladeren waarop een fijn netwerk van witte, roze of rode nerven getekend staat. Dat opvallende patroon geeft hem zijn naam. Hij blijft klein, past in elke kamer en is een klassieker in terraria en flessentuinen. Hij laat zich snel kennen: bij droogte zakt hij helemaal in, maar na een gietbeurt staat hij weer recht.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 15 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,3 m breed
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 0,15 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een zenuwplant?
- Groeivorm
- Lage, kruipende plant van 10–15 cm hoog en tot 30 cm breed; de stengels wortelen waar ze de grond raken.
- Blad
- Ovaal, 3–8 cm, matgroen met een fijn netwerk van gekleurde nerven.
- Kleur
- Witte, roze of rode nerven op groen blad; sommige rassen hebben bijna helemaal roze of rood blad.
- Bloem
- Soms kleine, onopvallende witgele bloempjes in korte aren tussen groene schutbladen; je knipt ze best weg.
- Wortels
- Fijn en ondiep; ze drogen snel uit en verdragen geen natte voeten.
Planten: maart–april · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Prachtig getekend blad dat het hele jaar mooi blijft.
- Blijft klein en compact: ideaal voor een vensterbank, een bureau of een tafel.
- Een topper voor terraria en flessentuinen, waar de lucht vanzelf vochtig blijft.
- Hij toont meteen wanneer hij water nodig heeft, door slap te gaan hangen.
- Groeit graag op een lichte plek zonder zon, waar veel bloeiende kamerplanten het laten afweten.
Waar staat een zenuwplant graag?
- Licht maar zonder directe zon: bij een raam op het noorden of oosten, of wat verder van een zonnig raam.
- Warm, 18–25 °C, en nooit onder ongeveer 15 °C; geen koude tocht.
- Vochtige lucht: een badkamer of keuken, een schaal met natte kiezels of een terrarium.
- Luchtige, humusrijke potgrond, zuur tot neutraal, die vocht vasthoudt maar goed afwatert.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon of veel
- Grootte
- 0,15 m hoog, 0,3 m breed
- Temperatuur
- Minimum 15 °C
Mooi samen met
- Venushaar: Houdt van dezelfde vochtige lucht en lichte schaduw.
- Mosvaren: Een zachte, mosachtige plant die in een terrarium mooi bij de zenuwplant past.
- Bladbegonia: Groter, getekend blad met dezelfde wens naar vochtige lucht.
- Pauwenplant: Ook prachtig getekend blad, op dezelfde lichte plek zonder zon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zenuwplant?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, als de pot vol wortels zit of de plant te kaal wordt.
- Kies een brede, ondiepe pot met een afvoergat: de wortels blijven ondiep.
- Gebruik luchtige, humusrijke kamerplantengrond, eventueel met wat perliet.
- Zet de plant even diep als voorheen; je kunt ook meerdere stekjes samen in één pot zetten voor een vollere plant.
- Geef meteen lauw water en zet hem een paar dagen op een lichte plek zonder zon.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond gelijkmatig vochtig, nooit kletsnat. Liefst lauw, kalkarm water; laat het overtollige water weglopen.
- Luchtvochtigheid
- Hoe vochtiger, hoe beter. Zet hem op een schaal met natte kiezels, bij andere planten of in een terrarium.
- Bemesten
- Van april tot september om de drie à vier weken een halve dosis vloeibare kamerplantenmest.
- Toppen
- Knijp de toppen geregeld in, dan blijft hij dicht en vertakt hij beter.
- Bloemaren
- Knip de onopvallende bloemaren weg, dan blijft de plant compacter.
Tip: Zet hem in een open glazen pot of een terrarium: de vochtige lucht houdt de bladeren fris en je hoeft veel minder te gieten.
Wanneer snoei je een zenuwplant?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april knip je lange, kale stengels in. Daarnaast kun je het hele groeiseizoen de toppen inknijpen.
Hoe:
- Knip lange of kale stengels terug tot net boven een bladpaar.
- Knijp de toppen van jonge scheuten in met je vingers: de plant vertakt dan en blijft compact.
- Gebruik de afgeknipte toppen als stek.
Vermeerderen
- Stekken
- Knip in het voorjaar of de zomer toppen van 5–8 cm, haal de onderste blaadjes weg en zet ze in een glas water of in vochtige stekgrond onder plastic. Bij 20–25 °C wortelen ze in een paar weken.
- Afleggers
- Kruipende stengels wortelen vaak vanzelf waar ze de grond raken. Knip ze los en pot ze apart op.
- Delen
- Een volle plant kun je bij het verpotten voorzichtig in twee of drie stukken verdelen.
Hoe komt een zenuwplant de winter door?
- Kamerplant: houd hem het hele jaar binnen bij minstens 15–16 °C.
- Zet hem niet op een koude vensterbank achter de gordijnen en niet boven de verwarming.
- Geef iets minder water, maar laat de grond nooit uitdrogen; niet bemesten van oktober tot maart.
- Hij mag in de winter dichter bij het raam: de winterzon is zwak en hij heeft het licht nodig.
Ziektes en plagen
- Slap hangen: De grond is uitgedroogd. Geef meteen water; binnen enkele uren staat hij weer recht. Laat het niet te vaak gebeuren, want dat verzwakt hem.
- Bruine, krokante randen: Te droge lucht of directe zon. Zorg voor vochtigere lucht en een plek zonder zon.
- Gele bladeren en stengelrot: Te nat of te koud. Laat het water weglopen en zet hem warmer.
- Lange, kale stengels: Te weinig licht of een oude plant. Top hem geregeld en stek nieuwe planten.
- Spint en wolluis: Fijne gele stipjes of witte pluisjes, vooral in droge lucht. Spoel de plant af met lauw water en verhoog de luchtvochtigheid.
Het jaar rond
- Januari: Warm houden, minstens 15 °C. Grond licht vochtig.
- Maart: Verpotten in verse grond.
- April: Kale stengels inknippen. Stekken. Beginnen met bemesten.
- Mei: Toppen inknijpen. Om de drie à vier weken bemesten.
- Juni: Uit de directe zon houden. Stekken.
- Juli: Elke dag de grond controleren. Luchtvochtigheid verhogen.
- Augustus: Bemesten. Letten op spint.
- September: Laatste keer bemesten.
- Oktober: Weg van koude ramen en van de verwarming.
- December: Iets minder water, maar nooit laten uitdrogen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht is genoemd naar de Ierse zussen Elizabeth en Sarah Mary Fitton, die in de 19de eeuw een populair boek over plantkunde schreven.
- Albivenis betekent ‘met witte nerven’.
- Hij hoort bij de acanthusfamilie, net als de Suzanne-met-de-mooie-ogen.