
Foto: bertknot from scarborough, australia, CC BY-SA 2.0 · bron
Kamerplant · Araucariaceae
Kamerden
Araucaria heterophylla
In andere talen: Pin de Norfolk (Français) · Norfolk Island pine (English)
De kamerden is een conifeer van Norfolk, een klein eiland in de Stille Oceaan tussen Australië en Nieuw-Zeeland. In het wild groeit hij uit tot een slanke boom van wel 50 m, maar in een pot blijft hij binnen rond 1–2 m. Hij is geliefd om zijn strakke, symmetrische vorm: rond een rechte stam staan etages van horizontale takken met zachte, fijne naaldjes. Hij groeit vrij traag, met meestal één nieuwe takkrans per jaar, en blijft vele jaren mooi als je hem licht en koel zet. Rond Kerstmis wordt hij vaak verkocht als levende kerstboom voor binnen.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
2 m
hoog, 1 m breed
| Hoogte | 2 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een kamerden?
- Groeivorm
- Rechte stam met horizontale takken in kransen; binnen 1–2 m hoog en tot 1 m breed.
- Blad
- Fijne, zachte, priemvormige naaldjes van ongeveer 1 cm, heldergroen, dicht rond de zijtakjes.
- Groei
- Traag, met meestal één nieuwe takkrans per jaar aan de top.
- Wortels
- Een fijn wortelgestel; hij staat graag vrij krap in zijn pot.
- Kegels
- Binnen vormt hij geen kegels; in het wild draagt een volwassen boom grote, ronde kegels.
Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een symmetrische, groenblijvende kamerplant die het hele jaar fris blijft.
- Geschikt voor koele, lichte kamers, gangen en serres, waar veel andere kamerplanten het moeilijk hebben.
- Een mooie levende kerstboom die je na de feestdagen gewoon houdt.
- Groeit traag en blijft lang beheersbaar.
- Zachte naaldjes die nauwelijks prikken.
Waar staat een kamerden graag?
- Licht, maar zonder felle middagzon: vlak bij een oost- of westraam of in een lichte serre.
- Vrij koel: in de zomer kamertemperatuur, in de winter 5–15 °C.
- Humusrijke, licht zure potgrond, gemengd met wat zand voor een goede afwatering.
- Normaal vochtig: niet laten uitdrogen en geen water in de schotel laten staan.
- Genoeg ruimte rondom, zodat de takken niet tegen muren of meubels duwen.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 2 m hoog, 1 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
- Cyclaam: Houdt ook van een koele, lichte kamer in de winter.
- Aspidistra: Een sterke bladplant die koele, minder lichte hoeken verdraagt.
- Graslelie: Makkelijk en sterk, ook in koelere kamers.
- Klimop: Hangt mooi over de rand van een pot en houdt ook van koelte.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kamerden?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, om de twee à drie jaar, als de wortels de pot vullen.
- Kies een pot die maar iets groter is, met een afvoergat en een laagje grind onderin.
- Gebruik humusrijke, licht zure kamerplantengrond, eventueel met wat zand.
- Zet de plant even diep als voordien; begraaf de stam niet dieper.
- Geef daarna water en laat het overtollige water weglopen.
- Grote, oudere planten verpot je niet meer: vervang elk voorjaar de bovenste laag grond.
Verzorgen
- Water
- Hou de grond van lente tot herfst licht vochtig. Geef in de winter minder, maar laat de kluit nooit helemaal uitdrogen.
- Bemesten
- Van april tot augustus maandelijks een halve dosis mest voor groene kamerplanten.
- Luchtvochtigheid
- Vernevel in verwarmde kamers geregeld of zet de pot op een schotel met natte kiezels.
- Draaien
- Draai de pot elke week een kwartslag, zodat hij recht en gelijkmatig groeit.
- Zomer buiten
- Van juni tot september mag hij op een beschutte plek in de halfschaduw buiten staan. Laat hem geleidelijk aan het buitenlicht wennen.
Tip: Zet hem in de winter in een koele, lichte kamer van 5–15 °C en draai de pot elke week een kwartslag: zo blijft hij recht en houdt hij zijn onderste takken.
Wanneer snoei je een kamerden?
Wanneer: De kamerden wordt niet gesnoeid. Je verwijdert enkel afgestorven takken, op elk moment van het jaar.
Hoe:
- Knip dode, bruine onderste takken vlak tegen de stam weg.
- Knip nooit de top af: hij vormt geen nieuwe, rechte top meer.
- Kort geen zijtakken in: ze lopen niet opnieuw uit en blijven kaal.
Let op: Knip nooit de top af: de plant vormt geen nieuwe rechte top en verliest haar symmetrische vorm.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai vers zaad in het voorjaar bij 18–24 °C. Thuis is dat zelden haalbaar, omdat kamerplanten geen zaad vormen.
- Scheiden
- In de winkel staan vaak enkele zaailingen samen in één pot. Die kun je in het voorjaar voorzichtig uit elkaar halen en apart oppotten; doe dat enkel bij jonge planten, want de wortels zijn kwetsbaar.
Hoe komt een kamerden de winter door?
- Niet winterhard: buiten overleeft hij onze winters niet.
- Ideaal winterklimaat: licht en koel, 5–15 °C, bijvoorbeeld een onverwarmde slaapkamer, gang of vorstvrije serre.
- In een warme, droge woonkamer verliest hij vaak onderste takken: vernevel geregeld en zet hem weg van de verwarming.
- Geef in de winter minder water en geen mest.
Ziektes en plagen
- Bruine, afvallende takken: Te warm en droog, te donker of uitgedroogd. Zet hem koeler en lichter en geef geregeld water.
- Scheve groei: Hij groeit naar het licht toe. Draai de pot elke week een kwartslag.
- Hangende takken: Te weinig licht of te weinig water. Zet hem lichter en controleer de kluit.
- Wolluis: Witte, wollige plukjes tussen de naalden. Wegvegen met een wattenstaafje gedrenkt in alcohol.
- Spint: Fijne spinsels en verkleurde naalden in droge, warme lucht. Vernevel geregeld en douche de plant af.
Het jaar rond
- Januari: Koel en licht, 5–15 °C. Weinig water.
- Februari: Koel houden. Weinig water.
- Maart: Verpotten indien nodig. Meer water geven.
- April: Begin van de groei. Maandelijks bijmesten.
- Mei: Bijmesten. Pot elke week een kwartslag draaien.
- Juni: Eventueel buiten zetten op een beschutte plek in de halfschaduw.
- Juli: Geregeld water geven en bijmesten.
- Augustus: Laatste keer bijmesten.
- September: Binnenhalen voor de nachten koud worden.
- Oktober: Een koele, lichte plek kiezen. Minder water geven.
- December: Eventueel licht versieren als kerstboom, niet te zwaar en niet bij de verwarming.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Kapitein James Cook zag de bomen in 1774 op Norfolk en hoopte er scheepsmasten van te maken, maar het hout bleek daarvoor niet geschikt.
- De boom staat op de vlag van het eiland Norfolk.
- Een stek van een zijtak blijft horizontaal doorgroeien: alleen de top groeit uit tot een rechte boom.