
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Primulaceae
Cyclaam
Cyclamen persicum
In andere talen: Cyclamen de Perse (Français) · Florist’s cyclamen (English)
De cyclaam is een knolgewas uit het oostelijke Middellandse Zeegebied, waar hij in de koele, natte winter bloeit en in de droge zomer rust. Bij ons is het een geliefde kamerplant die van oktober tot maart bloeit, met sierlijke bloemen in wit, roze, zalm, rood of paars. De bloemblaadjes zijn naar achteren omgeslagen, zodat de bloemen als vlinders boven het mooi gemarmerde blad lijken te zweven. Er zijn grote vormen en minicyclamen met kleinere bloemen, soms met gefranjerde of tweekleurige blaadjes. Hij wil vooral een koele kamer: in een warme woonkamer bloeit hij maar kort.
Let op: De knol is giftig voor mensen en huisdieren. Hou hem buiten het bereik van kinderen, katten en honden, zeker bij het verpotten.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
oktober–maart
| Hoogte | 0,3 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | oktober–maart |
Herkennen
Hoe herken je een cyclaam?
- Groeivorm
- Compacte rozet van 20–30 cm hoog en breed, uit een platte, ronde knol.
- Blad
- Hartvormig, donkergroen met een zilvergrijze marmering, op lange stelen.
- Bloem
- Op lange stelen boven het blad, met vijf naar achteren omgeslagen bloemblaadjes, van oktober tot maart.
- Kleur
- Wit, roze, zalm, rood, paars of tweekleurig, soms met gefranjerde randen.
- Knol
- Plat en rond, met de groeipunten bovenop. Hij hoort half boven de grond te zitten. Giftig.
Bloei: oktober–maart · Planten: augustus–september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit in de donkerste maanden, van oktober tot maart, als er weinig andere bloemen zijn.
- Een ruime keuze aan kleuren, van wit tot dieprood, en mooi gemarmerd blad.
- Ideaal voor een koele slaapkamer, hal of vensterbank op het noorden of oosten.
- Met wat zorg gaat dezelfde knol jaren mee en bloeit hij elke winter opnieuw.
- Compact: past op elke vensterbank.
Waar staat een cyclaam graag?
- Licht, maar zonder directe middagzon: een raam op het oosten of noorden is ideaal.
- Koel, bij 12–16 °C, ver van de verwarming en uit de tocht.
- Luchtige, humusrijke potgrond die vocht vasthoudt maar goed afwatert.
- Tijdens de bloei normaal vochtig, nooit nat, en de knol zelf altijd droog.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,3 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een cyclaam?
Planten in augustus–september.
- Verpot een oude knol in augustus–september, als hij na de zomerrust nieuwe blaadjes vormt.
- Kies een pot die maar 2–3 cm breder is dan de knol, met een drainagegat.
- Vul met verse, luchtige potgrond, eventueel gemengd met wat zand.
- Zet de knol zo dat de bovenste helft boven de grond uitsteekt.
- Geef water van onderen en zet de pot op een koele, lichte plek.
Verzorgen
- Water
- Giet van onderen: zet de pot een kwartiertje in een schotel water en giet het overschot weg, zodat de knol droog blijft.
- Bemesten
- Tijdens de bloei om de twee weken kamerplantenmest in halve dosis.
- Uitgebloeide bloemen
- Draai uitgebloeide bloemen en gele bladeren met steel en al uit de knol, met een kleine ruk. Afgeknipte stompjes gaan rotten.
- Temperatuur
- Koel houden, bij 12–16 °C. ’s Nachts in een koelere kamer zetten verlengt de bloei.
- Zomerrust
- Geef na de bloei geleidelijk minder water, laat het blad afsterven en zet de pot op een koele, schaduwrijke plek.
Tip: Zet hem ’s nachts op een koele plek, rond 12 °C, bijvoorbeeld in een onverwarmde slaapkamer: zo bloeit hij weken langer. Giet altijd van onderen, nooit op de knol.
Wanneer snoei je een cyclaam?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Tijdens de bloei verwijder je regelmatig uitgebloeide bloemen en gele bladeren.
Hoe:
- Pak de steel van een uitgebloeide bloem of geel blad vlak bij de knol vast en draai hem er met een kleine ruk uit.
- Knip niet af: de stompjes die achterblijven gaan rotten en geven grijze schimmel.
- Laat het blad na de bloei vanzelf afsterven en haal het pas weg als het helemaal verdord is.
Vermeerderen
- Zaaien
- In augustus–september binnen, in vochtige zaaigrond, net bedekt, in het donker bij ongeveer 18 °C. Kiemen duurt enkele weken; de eerste bloei volgt pas na ruim een jaar.
- Zaad oogsten
- Laat een paar bloemen staan: de steel buigt naar beneden en vormt een ronde zaaddoos. Zaad van de grote kamerplantvormen geeft vaak andere kleuren dan de moederplant. Een knol zelf kun je niet delen.
Hoe komt een cyclaam de winter door?
- Hij bloeit juist in de winter: hou hem koel, licht en ver van de verwarming.
- Niet winterhard: nooit onder 5 °C, dus niet buiten laten staan bij vorst.
- In een warme kamer vergeelt het blad en stopt de bloei snel. Zet hem ’s nachts eventueel in een koelere kamer.
- In de zomer rust de knol; vanaf augustus–september begint hij weer te groeien.
Ziektes en plagen
- Vergelend blad: In een te warme kamer of bij te veel water vergelen de bladeren en stopt de bloei. Zet hem koeler en laat de grond tussendoor iets opdrogen.
- Grijze schimmel: Grijs pluis op de knol, de bladstelen of de bloemen, vooral bij een natte knol en achtergebleven stompjes. Giet van onderen, draai stelen er helemaal uit en verwijder aangetaste delen.
- Spint en mijten: Fijne spinsels, gele puntjes of vervormde, ineengekrulde jonge bladeren, bij droge, warme lucht. Zet hem koeler en spoel het blad af.
- Taxuskever: De witte larven vreten aan de knol, en de plant valt plots slap. Kijk de knol na bij het verpotten en zet zo nodig aaltjes in.
Het jaar rond
- Januari: Bloei. Koel houden en van onderen gieten.
- Februari: Bloei. Uitgebloeide bloemen uitdraaien.
- Maart: Laatste bloemen. Stilaan minder water geven.
- April: Het blad sterft af. Weinig water.
- Mei: Zomerrust op een koele, schaduwrijke plek.
- Juni: Rust. De grond bijna droog houden.
- Augustus: Verpotten in verse grond. Weer beginnen met gieten. Zaaien.
- September: Nieuw blad. Verpotten. Koel en licht zetten.
- Oktober: Eerste bloemen. Om de twee weken bemesten.
- November: Bloei. Ver van de verwarming zetten.
- December: Bloei. Uitgebloeide bloemen uitdraaien.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de kamercyclaam zijn giftig, vooral de knol: die bevat saponinen, die braken, buikpijn en diarree geven, bij kinderen en ook bij katten en honden. Eet een kat of hond een groter stuk knol, dan kunnen ook een onregelmatige hartslag en stuipen volgen: bel dan meteen je dierenarts. De knol zit half boven de grond, dus een kat of hond die in de pot graaft of aan de plant knabbelt, komt er makkelijk bij, en op de vensterbank staat de plant vaak op kinderhoogte. Zet de pot buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren, ook als de knol na de bloei droog rust, en was je handen na het verpotten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De wilde soort heeft kleine, geurende bloemen. De grote kamerplantvormen zijn het resultaat van lange veredeling, waarbij de geur grotendeels verloren ging.
- Ondanks de naam persicum groeit de wilde cyclaam niet in Perzië, maar onder meer in Turkije, Cyprus, Libanon en Israël.
- In de natuur trekt de knol zich in de hete, droge zomer terug en bloeit hij in de koele, natte winter. Daarom houdt hij ook in huis van koelte.