
Foto: Photo by and (c)2006 Derek Ramsey (Ram-Man). Location credit to the Chanticleer Garden., CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Asparagaceae
Sierasperge
Asparagus setaceus
In andere talen: Asparagus plumeux (Français) · Asparagus fern (English)
De sierasperge is geen varen, maar een familielid van de groente-asperge, afkomstig uit zuidelijk en oostelijk Afrika. Wat op fijne naaldjes lijkt, zijn eigenlijk platte zijstengeltjes; de echte bladeren zijn kleine schubjes, waarvan sommige als doorntjes op de stengels staan. De fijne, horizontale plateaus van groen geven hem een luchtig, wolkachtig uitzicht. Jonge planten blijven compact, oudere planten maken lange klimmende stengels die zich met hun doorntjes vasthaken. Hij is sterk, verdraagt wat schaduw en is al meer dan een eeuw een klassieker in de huiskamer en in het boeket. Het compacte ras ‘Nanus’ blijft kleiner.
Let op: De bessen zijn giftig en de stengels hebben kleine doorns. Zet hem buiten bereik van kinderen, katten en honden, en raap afgevallen bessen op. Het sap kan bij gevoelige mensen de huid irriteren: draag handschoenen bij het snoeien en verpotten.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 10 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,6 m breed
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een sierasperge?
- Groeivorm
- Eerst een compacte, waaierende plant van 30–50 cm; later lange, klimmende of hangende stengels tot 80 cm en meer.
- Blad
- Wat op naalden lijkt, zijn fijne, platte stengeltjes in horizontale, varenachtige plateaus. De echte bladeren zijn kleine schubjes.
- Stengels
- Dun en draadachtig, met kleine, scherpe doorntjes.
- Bloem en bes
- Oudere planten maken soms kleine, witte bloemetjes, gevolgd door bessen die van groen naar paarszwart kleuren.
- Wortels
- Vlezige, knolachtige wortels die water opslaan; ze vullen de pot snel en duwen de plant soms omhoog.
Planten: maart–april · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Fijn, luchtig groen dat een zachte, kantachtige toets geeft tussen grootbladige kamerplanten.
- Verdraagt een plek met minder licht dan veel andere kamerplanten, zolang hij geen felle zon krijgt.
- Groenblijvend en het hele jaar mooi, zonder rustperiode met kale stengels.
- De takjes blijven lang mooi in een boeket en worden al lang door bloemisten gebruikt.
- Oudere planten kun je laten klimmen langs een rekje of laten hangen in een hangpot.
Waar staat een sierasperge graag?
- Licht tot halfschaduw, zonder directe middagzon: een oost- of westraam, of een plek wat verder van een zuidraam.
- Kamertemperatuur van 15–22 °C; nooit onder 10 °C.
- Liefst wat vochtige lucht: in een droge, verwarmde kamer vallen de naaldjes sneller af.
- Uit de buurt van radiatoren en tocht.
- In de zomer mag hij buiten op een beschutte plek in de schaduw, van eind mei tot september.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,6 m breed
- Temperatuur
- Minimum 10 °C
Mooi samen met
- Vrouwentong: Strak, rechtopstaand blad als contrast met het fijne groen.
- Graslelie: Even makkelijk en mooi in een hangpot naast de sierasperge.
- Zwaardvaren: Houdt ook van lichte schaduw en vochtige lucht.
- Klimop: Ook klimmend of hangend, met steviger blad.
- Bloeiende begonia: Kleurige bloemen tegen een wolk van fijn groen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een sierasperge?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart of april, als de wortels de pot vullen of boven de grond uitkomen.
- Kies een pot die een maatje groter is, met een gat in de bodem en een laagje kleikorrels onderin.
- Gebruik goede potgrond voor kamerplanten, eventueel aangevuld met wat compost of zand voor een luchtig mengsel.
- Zet de plant even diep als voordien; de vlezige wortels mogen net onder de oppervlakte zitten.
- Druk de grond licht aan en geef water tot het onderaan uit de pot loopt; giet het overschot uit de schotel weg.
- Draag handschoenen: de stengels hebben kleine doorns.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond van lente tot herfst licht vochtig; laat de bovenste centimeter tussen twee gietbeurten opdrogen. Laat nooit water in de schotel staan.
- Luchtvochtigheid
- Zet de pot op een schotel met natte kleikorrels of groepeer hem met andere planten. Af en toe nevelen helpt in de winter.
- Bemesten
- Van april tot september om de twee weken vloeibare kamerplantenmest op halve sterkte.
- Verpotten
- Om de één à twee jaar in het voorjaar, of verdelen als de pot te vol zit.
- Steun
- De klimstengels van oudere planten kun je langs een rekje of draad leiden.
Tip: Komen de vlezige wortels boven de grond, dan is hij aan een grotere pot toe. Knip een kale plant gerust kort: hij loopt meestal weer fris uit.
Wanneer snoei je een sierasperge?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: In maart–april, bij het verpotten. Dode stengels kun je het hele jaar weghalen.
Hoe:
- Knip kale, gele of uitgedroogde stengels helemaal aan de voet weg; er komen nieuwe scheuten uit de wortelstok.
- Is de plant helemaal kaal, knip dan alle stengels tot net boven de grond terug: hij loopt meestal weer fris uit.
- Te lange klimstengels kun je inkorten om de plant compact te houden.
Let op: Draag handschoenen: de stengels hebben fijne doorntjes.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april de wortelkluit met een scherp mes in twee of drie stukken snijden en elk deel apart oppotten.
- Zaaien
- Rijpe bessen geven zaad. Zaai vers zaad in het voorjaar in vochtige zaaigrond bij 20–25 °C; kiemen duurt enkele weken.
Hoe komt een sierasperge de winter door?
- Het hele jaar binnen: hij verdraagt geen vorst en wil minstens 10 °C.
- In de winter liefst wat koeler (12–15 °C) en licht, met minder water: laat de grond verder opdrogen, maar nooit helemaal uitdrogen.
- Niet bemesten van oktober tot maart.
- Droge lucht van de verwarming is zijn grootste vijand: verhoog de luchtvochtigheid.
Ziektes en plagen
- Vallende naaldjes: Gele of bruine naaldjes die afvallen wijzen op te droge grond, droge lucht of te felle zon. Zet hem licht maar uit de zon, giet regelmatiger en knip kale stengels weg.
- Spint: Fijne webjes en gespikkeld, grauw groen bij droge lucht. Spoel de plant af onder de douche en verhoog de luchtvochtigheid.
- Wolluis en schildluis: Witte pluisjes of bruine bultjes op de stengels. Wegnemen met een wattenstaafje met wat spiritus of de plant afspoelen.
- Wortelrot: Een slappe, vergelende plant in natte grond. Minder water geven, verpotten in verse grond en rotte wortels wegknippen.
Het jaar rond
- Januari: Weinig water. Letten op spint en wolluis.
- Februari: Luchtvochtigheid verhogen. Verpotten voorbereiden.
- Maart: Verpotten of verdelen. Kale stengels aan de voet wegknippen.
- April: Weer om de twee weken bemesten. Water geven zodra de bovenkant droog is.
- Mei: Vanaf eind mei mag hij buiten in de schaduw.
- Juni: Regelmatig water en mest geven. Letten op spint.
- Juli: Water geven. Klimstengels leiden of inkorten.
- Augustus: Water en mest geven. Uit de felle zon houden.
- September: Voor de koude nachten weer naar binnen halen. Laatste mestbeurt.
- Oktober: Minder water geven. Stoppen met bemesten.
- November: Koel en licht zetten, uit de buurt van de radiator.
- December: Weinig water. Luchtvochtigheid verhogen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Sierasperge is familie van de groente-asperge, maar eet er niets van: de bessen, die van groen naar paarszwart kleuren, zijn giftig en geven braken, buikpijn en diarree, bij kinderen en ook bij katten en honden. Het sap kan de huid irriteren, vooral als je vaak met de plant werkt, en de stengels hebben kleine, scherpe doorntjes: draag handschoenen bij snoeien en verpotten. Zet de pot buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren, raap gevallen bessen op, en zet ook een boeket met sierasperge niet waar je kat aan het groen knabbelt. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Ondanks de Engelse naam ‘asparagus fern’ is het geen varen: hij maakt bloemen en zaden, en hoort bij dezelfde familie als de asperge die je eet.
- De fijne ‘naaldjes’ zijn geen bladeren maar platte zijstengeltjes die het werk van bladeren overnemen.
- In warme streken zoals Australië is hij uit tuinen ontsnapt en wordt hij als invasief onkruid bestreden.