Asperge (Asparagus officinalis)

Foto: Aceera BV, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Aspergefamilie (Asparagaceae)

Asperge

Asparagus officinalis

In andere talen: Asperge officinale (Français) · Garden asparagus (English)

Komt in België in het wild voor.

Asperge is een overblijvende plant van 1–1,5 m met luchtig, varenachtig loof van fijne, naaldvormige ‘blaadjes’, die eigenlijk afgeplatte zijstengeltjes zijn. In het wild groeit hij in België vooral in de duinen aan de kust, op zandige, kalkhoudende plekken, en soms verwilderd in bermen en langs spoorwegen, want vogels verspreiden de rode bessen. Je herkent hem aan de lange, sierlijke stengels met wolkjes fijn groen, de kleine, groengele klokjes in juni–juli en, bij de vrouwelijke planten, de rode bessen in de late zomer en herfst. Bekend is natuurlijk de groente: de jonge scheuten die in het voorjaar uit de grond komen. In Vlaanderen is de witte asperge, die onder ruggen zandgrond groeit zonder licht te zien, een echte lentedelicatesse.

Let op: De rode bessen zijn niet eetbaar en kunnen bij kinderen, honden en katten maag- en darmklachten geven; kies bij jonge kinderen liefst een mannelijk ras, dat bijna geen bessen draagt. Bij sommige mensen geeft het sap van de scheuten huidirritatie; draag handschoenen bij veel oogstwerk. Graaf nooit wilde asperges uit in de duinen.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    1,5 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    juni–juli

Feiten op een rij
Snoeimaandenfebruari en november
Hoogte1,5 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuni–juli

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Overblijvende plant van 1–1,5 m met rechtopgaande, sterk vertakte stengels uit een ondergrondse wortelstok, de ‘klauw’.
Blad
De echte bladeren zijn kleine, bruine schubjes. Wat op naalden lijkt, zijn groene, draadvormige stengeltjes van 1–2,5 cm in bundeltjes; ze voelen zacht aan.
Bloem
Klein, klokvormig, groengeel, 4–6 mm, hangend aan dunne steeltjes in de oksels. Er zijn aparte mannelijke en vrouwelijke planten. Bloeit in juni–juli.
Vrucht/Zaad
Ronde, rode bessen van 6–10 mm aan de vrouwelijke planten, met enkele zwarte zaden; niet eetbaar.
Stengel
De jonge scheuten zijn dik, sappig en schubbig: dat zijn de asperges. Later worden de stengels taai, glad en groen.
Wortels
Een vlezige wortelstok met lange, dikke, touwachtige wortels die diep in de grond gaan.

Bloei: juni–juli · Snoeien: februari en november

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een groente die tien à vijftien jaar of langer op dezelfde plek blijft geven: eenmaal aangelegd, oogst je elk voorjaar.
  • De kleine klokjes worden bezocht door bijen, vooral honingbijen en kleine solitaire bijen.
  • De rode bessen van de vrouwelijke planten worden door vogels gegeten, die zo het zaad verspreiden.
  • Het fijne, luchtige loof is in de zomer decoratief en kleurt in de herfst mooi goudgeel.
  • Een stukje Vlaamse keukencultuur: witte asperges op Vlaamse wijze, met ei, boter en peterselie.

Waar staat een asperge graag?

  • In het wild in de kustduinen en op zandige, kalkhoudende, open plekken; verwilderd in bermen en langs spoorwegen.
  • Volle zon: in de schaduw maakt hij weinig scheuten.
  • Losse, diepe, goed doorlatende zandgrond of zandleem die snel opwarmt; geen natte, zware klei, want daar rotten de wortels.
  • In de moestuin op een vast bed aan de rand, waar hij jaren kan blijven staan zonder in de weg te zitten.

Mooi samen met

  • Peterselie: Groeit graag aan de rand van het aspergebed en hoort bij asperges op Vlaamse wijze.
  • Goudsbloem: Een kleurrijke rand die zweefvliegen en andere nuttige insecten aantrekt.
  • Sla: In het eerste jaar, als de asperges nog klein zijn, kun je tussen de rijen sla of radijs telen.
  • Duizendblad: In een zonnige, droge rand: platte schermen voor zweefvliegen en sluipwespjes.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een asperge?

  1. Koop eenjarige aspergeplanten, ‘klauwen’, bij een kwekerij of tuincentrum, liefst een ras met alleen mannelijke planten: die geven meer scheuten. Graaf nooit planten uit in de duinen.
  2. Plant in maart–april. Graaf voor groene asperges een sleuf van 15–20 cm diep en 30 cm breed, voor witte asperges 20–25 cm diep; hou 1–1,2 m tussen de rijen.
  3. Werk compost door de bodem van de sleuf en leg de klauwen op 30–40 cm van elkaar, met de wortels als een spin uitgespreid.
  4. Dek ze eerst af met 5 cm grond en vul de sleuf in de loop van de zomer geleidelijk verder op, naarmate de stengels groeien.
  5. Geef water na het planten en bij droogte in het eerste jaar.
  6. Oogst de eerste twee jaar niet, zodat de planten sterk worden; in het derde jaar oogst je een paar weken, daarna steeds langer.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar bij droogte wekelijks. Daarna redt hij zich met zijn diepe wortels; in een droog voorjaar wel water geven voor mooie scheuten.
Bemesten
Asperges zijn veeleters: geef elk jaar na de oogst, in juni, een laag compost of goed verteerde mest.
Oogsten
Van half april tot eind juni. Snijd groene asperges af als ze 15–20 cm lang zijn; witte steek je uit de rug zodra de kop door de grond barst. Stop rond 21–24 juni, zodat de plant kan aansterken.
Wieden
Hou het bed onkruidvrij: asperges verdragen slecht concurrentie. Wied met de hand, want diep schoffelen beschadigt de knoppen.
Steun
Het hoge loof kan omwaaien: span een touw langs de rij.

Tip: Wees geduldig: oogst de eerste twee jaar niets en stop daarna elk jaar rond 21–24 juni. Een aspergebed dat de kans krijgt om sterk te worden, geeft tien jaar of langer elk voorjaar dikke scheuten.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: februari en november.

Wanneer: In november het geel geworden loof afknippen; op een gezond bed in een natuurtuin mag het blijven staan tot februari.

Hoe:

  • Laat het loof na de oogst vrij groeien: het voedt de wortels voor volgend jaar.
  • Knip het loof af als het in de herfst helemaal geel is, tot 5 cm boven de grond.
  • Zat er aspergekever of roest op het loof, gooi het dan bij het afval en niet op de composthoop.
  • Op een bed zonder ziekten mag het loof tot februari blijven staan: vogels eten de bessen en in de stengels overwinteren kleine insecten.

Let op: Knip het loof nooit af zolang het groen is: dan verzwak je de plant en krijg je volgend voorjaar minder en dunnere scheuten.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Zaai in maart–april binnen of in mei buiten in potjes; het zaad kiemt traag. Na een jaar heb je plantklare klauwen, maar dan duurt het nog twee jaar voor je kunt oogsten.
Scheuren
Oude klauwen kun je in maart opgraven en verdelen, maar ze slaan moeilijker aan dan jonge planten.

Hoe komt een asperge de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Het loof wordt in oktober–november goudgeel en sterft af; de wortelstok overwintert diep in de grond.
  • Volledig winterhard: de klauwen verdragen strenge vorst.
  • Een laagje compost over het bed in de late winter beschermt en voedt de wortels.
  • Laat je het loof staan, dan eten vogels de rode bessen en overwinteren kleine insecten in de stengels.

Ziektes en plagen

  • Aspergekever: Rood-zwarte kevertjes met crèmekleurige vlekken en grijze larven die het loof kaal vreten. Pluk ze in de zomer af en ruim in de herfst het loof op.
  • Aspergevlieg: De larven vreten gangen in de scheuten, die daardoor krom groeien. Ruim aangetaste stengels op.
  • Roest: Oranje tot bruine puistjes op het loof in de zomer. Ruim het loof in de herfst op en plant niet te dicht.
  • Natte voeten: Op natte, zware grond rotten de wortels. Plant op een verhoogd bed of op zandgrond.
  • Wortelonkruid: Kweekgras en andere wortelonkruiden krijg je bijna niet meer uit een aspergebed. Maak de grond vooraf goed onkruidvrij.

Het jaar rond

  • Februari: Loof dat de winter bleef staan, afknippen. Compost over het bed.
  • Maart: Nieuwe klauwen planten in een sleuf.
  • April: Vanaf het derde jaar begint de oogst. Witte asperges aanaarden.
  • Mei: Volle oogst. Wieden met de hand.
  • Juni: Oogst stoppen rond 21–24 juni. Bemesten met compost. Begin van de bloei.
  • Juli: Bloei; het loof groeit vrij. Aspergekevers afplukken.
  • Augustus: Water bij droogte. Rode bessen aan de vrouwelijke planten.
  • September: Het loof voedt de wortels. Vogels eten de bessen.
  • Oktober: Het loof kleurt goudgeel.
  • November: Geel loof afknippen tot 5 cm; aangetast loof niet composteren.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De ‘naaldjes’ van asperge zijn geen bladeren maar afgeplatte zijstengeltjes. De echte bladeren zijn de kleine schubjes op de scheut, die je ziet op de kop van een asperge.
  • Witte en groene asperges zijn dezelfde plant: witte groeien in het donker onder een rug zandgrond, groene komen boven de grond in het licht en vormen bladgroen.
  • Na het eten van asperges ruikt de urine bij veel mensen opvallend, door zwavelverbindingen uit de plant. Niet iedereen kan die geur ruiken.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…