
Foto: MarcoC80, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Aster
Aster × frikartii
In andere talen: Aster de Frikart (Français) · Frikart’s aster (English)
Deze aster is een kruising tussen de Europese bergaster en een soort uit de Himalaya, rond 1920 gekweekt door de Zwitserse kweker Frikart. Hij is een van de langst bloeiende asters: van juli tot oktober staat hij vol lavendelblauwe bloemen met een geel hart. Daarbij heeft hij nauwelijks last van meeldauw, het grote probleem van veel andere asters. Bijen en vlinders vliegen er de hele nazomer op af. Het bekendste ras is ‘Mönch’, met grote, helder lavendelblauwe bloemen; ook ‘Wunder von Stäfa’ is veel te vinden.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,7 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
juli–oktober
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,7 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een aster?
- Groeivorm
- Losse, iets overhangende pol van ongeveer 70 cm hoog en 45 cm breed, met vertakte stengels.
- Blad
- Smal tot ovaal, donkergroen en ruw aanvoelend.
- Bloem
- Enkele bloemen van ongeveer 5–6 cm met smalle straalbloemen rond een geel hart, van juli tot oktober.
- Kleur
- Lavendel- tot violetblauw.
- Wortels
- Een compacte wortelstok die langzaam breder wordt, zonder te woekeren.
Bloei: juli–oktober · Planten: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit vier maanden, van juli tot oktober, langer dan bijna alle andere asters.
- Heeft nauwelijks last van meeldauw.
- Een van de beste nectarplanten voor bijen en vlinders in de nazomer.
- Een mooie snijbloem met een zachte lavendelblauwe kleur.
- Compact genoeg voor een kleine tuin of het midden van een border.
Waar staat een aster graag?
- Volle zon: daar bloeit hij het rijkst en blijven de stengels het stevigst.
- Goed drainerende zand-, leem- of kleigrond; zuur, neutraal of kalkrijk.
- Droog tot gewoon vochtig. Natte grond in de winter is zijn grootste vijand.
- Mooi in het midden van een zonnige border, tussen siergrassen of in een grote pot.
- Reken op 40–45 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,7 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Siergrassen: Luchtige halmen die de lavendelblauwe bloemen mooi laten uitkomen.
- Hemelsleutel: Roze schermen in dezelfde periode en op dezelfde zonnige plek.
- Rudbeckia: Gele bloemen als warm contrast met het blauw.
- Rode zonnehoed: Roze schijven voor nog meer vlinders.
- Kattenkruid: Een tweede blauwe bloeier voor dezelfde droge, zonnige plek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een aster?
Planten in april–mei.
- Plant alleen in april of mei, zodat hij voor de winter goed geworteld is. Herfstaanplant mislukt vaak.
- Graaf een plantgat iets groter dan de pot; meng op zware grond wat grof zand door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 40–45 cm afstand.
- Geef meteen goed water en de eerste zomer bij droogte.
- Een dunne laag compost als mulch mag, maar leg ze niet tegen de stengels.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna alleen bij lange droogte.
- Bemesten
- Weinig: in het voorjaar wat compost. Te veel mest maakt de stengels slap.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip verwelkte bloemtrossen weg; zo blijft de plant netjes.
- Steun
- De stengels hangen soms wat over; een lage steunring in mei helpt.
- Scheuren
- Om de drie à vier jaar in april, als de pol in het midden minder bloeit.
Tip: Plant hem in het voorjaar op goed drainerende grond en knip pas in maart terug: zo komt hij elk jaar terug. Natte voeten in de winter zijn veel gevaarlijker dan vorst.
Wanneer snoei je een aster?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Pas in maart, als je de nieuwe scheuten aan de voet ziet. In de herfst laat je alles staan.
Hoe:
- Knip in maart alle oude stengels af tot net boven de nieuwe scheuten.
- Knip in de zomer uitgebloeide bloemtrossen terug tot op een zijtak.
- Laat de stengels in de winter staan: ze beschermen het hart van de plant.
Let op: Knip hem niet in de herfst terug: dan wordt hij gevoeliger voor vorst en natte winters.
Vermeerderen
- Scheuren
- In april, als de pol net uitloopt. Steek jonge stukken van de rand af met elk enkele scheuten en wortels en plant ze meteen.
- Stekken
- In april–mei stekken van 5–8 cm van jonge scheuten aan de voet, in zanderige stekgrond onder plastic.
Hoe komt een aster de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C, maar natte grond in de winter verdraagt hij slecht.
- Laat de oude stengels tot maart staan: ze beschermen de pol.
- Een plant die in de herfst geplant werd of te vroeg teruggeknipt, overleeft de winter minder vaak.
- In een pot: zet hem beschut en droog tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Wintersterfte: Na een natte winter komt hij niet terug. Plant in het voorjaar op goed drainerende grond en knip pas in maart terug.
- Slakken: Eten de jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds weg.
- Openvallen: De stengels hangen open, vooral op rijke grond of in de schaduw. Geef minder mest, meer zon of een steunring.
- Meeldauw: Zelden; bij lange droogte soms wat wit poeder op het blad. Water geven bij droogte helpt.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen tot net boven de nieuwe scheuten.
- April: Planten. Scheuren. Compost geven.
- Mei: Planten. Stekken nemen. Steunring plaatsen.
- Juni: Letten op slakken. Water geven bij droogte.
- Juli: Begin van de bloei.
- Augustus: Bloei. Uitgebloeide trossen wegknippen. Bloemen snijden.
- September: Volle bloei: bijen en vlinders.
- Oktober: Laatste bloemen.
- November: Stengels laten staan voor de winter.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij werd gekweekt door de Zwitserse kweker Frikart in Stäfa, aan het meer van Zürich; enkele van zijn rassen zijn genoemd naar de bergtoppen Eiger, Mönch en Jungfrau.
- De ene ouder, de bergaster, groeit wild in Europa; de andere, Aster thomsonii, komt uit de Himalaya.
- Het ras ‘Wunder von Stäfa’ draagt de naam van het dorp waar Frikart zijn kwekerij had.