Zulte (Tripolium pannonicum)

Foto: Kristian Peters -- Fabelfroh 16:07, 27 November 2006 (UTC), CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)

Zulte

Tripolium pannonicum

In andere talen: Aster maritime (Français) · Sea aster (English)

Komt in België in het wild voor.

Zulte is een overblijvende, vaak kortlevende aster van 15–100 cm met dikke, wat vlezige bladeren en losse tuilen lila bloemhoofdjes met een geel hart. Het is een echte zoutplant van schorren en kwelders, slikranden en zilte greppels, die regelmatige overstroming met zeewater verdraagt. In België groeit ze vooral op de schorren van het Zwin en de IJzermonding en langs de brakke Zeeschelde; elders is ze zeldzaam. Je herkent ze aan de kale, vlezige, smalle bladeren en de asterbloemen die van juli tot in oktober boven de schorvegetatie uitsteken. Als late nectarbron is ze belangrijk voor bijen, hommels en vlinders, en haar jonge blad wordt in Zeeland gegeten als ‘lamsoren’.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,5 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    juli–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte0,5 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuli–oktober

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Overblijvend, vaak kortlevend kruid van 15–100 cm, met rechtopstaande, kale, vaak roodachtige stengels die bovenaan sterk vertakken.
Blad
Smal lancetvormig, 5–12 cm, gaafrandig, kaal, dik en wat vlezig. De onderste bladeren hebben een steel, de bovenste zitten direct aan de stengel.
Bloem
Hoofdjes van 1–2 cm in losse, brede tuilen, met lila tot blauwpaarse lintbloemen rond een geel hart, van juli tot oktober. Er komt ook een vorm zonder lintbloemen voor, met alleen gele hoofdjes.
Vrucht/Zaad
Kleine nootjes met een lange, witte tot bruinachtige pluis, die met de wind en met het getijdenwater worden verspreid.
Wortels
Een korte wortelstok met vlezige wortels, aangepast aan natte, zuurstofarme en zoute grond.
Verwarring met
Lamsoor (Limonium vulgare) bloeit op dezelfde schorren ook lila, maar heeft een rozet van leerachtige bladeren en kleine bloempjes in vlakke pluimen, geen asterbloemen. Herfstasters uit de tuin hebben dunner, niet vlezig blad en groeien niet op zilte grond.

Bloei: juli–oktober · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de laatste bloeiers van het jaar: van juli tot in oktober nectar en stuifmeel voor bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders.
  • Langs de Noordzeekust is de zijdebij Colletes halophilus voor haar stuifmeel bijna helemaal op zulte aangewezen.
  • Typisch voor schorren en kwelders: ze verdraagt zout water en regelmatige overstroming, iets wat weinig bloemen kunnen.
  • De jonge bladeren worden in Zeeland als zeegroente gegeten en verkocht onder de naam ‘lamsoren’.
  • In de tuin een sierlijke, laatbloeiende aster voor een natte, zonnige plek of een vijverrand, ook op zilte grond aan de kust.

Waar staat een zulte graag?

  • In het wild: schorren en kwelders langs de kust en in de getijdenzone van de Schelde, slikranden, brakke greppels en zilte graslanden.
  • Volle zon, op een open plek zonder hoge, dichte concurrentie.
  • Natte tot vochtige, zware grond: klei of slib, liefst wat zilt. Ze groeit ook op gewone vochtige tuingrond, maar wordt daar sneller overgroeid.
  • In de tuin: aan een vijverrand, in een moerasbak of in een grote pot met vochtige, kleiige grond. Aan de kust past ze in een zilte tuinhoek.

Mooi samen met

  • Engels gras: Roze kussentjes voor een zonnige, zilte tuin aan de kust; bloeit vroeger in het jaar.
  • Lamsoor: Lila bloemenwolken op dezelfde zilte, natte grond in de nazomer.
  • Echte heemst: Een hoge, zachtroze bloeier van brakke, natte plekken.
  • Kattenstaart: Paarse aren aan de vijverrand, in dezelfde periode in bloei.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een zulte?

  1. Koop planten of zaad van inheemse herkomst bij een kwekerij van wilde planten; ze wordt niet overal aangeboden, dus zoek gericht.
  2. Zaai in oktober of in maart–april in een bak met vochtige zaaigrond, dek het zaad nauwelijks af en houd de grond nat tot de kieming.
  3. Plant in april–mei of in september op 30–40 cm van elkaar, in natte tot vochtige grond en in volle zon.
  4. Geef na het planten flink water en houd de grond de eerste weken nat; aan een vijverrand gaat dat vanzelf.
  5. Graaf nooit planten uit op schorren of in de polders: die plekken zijn kwetsbaar en meestal natuurgebied. Pluk er ook geen blad om te eten.

Verzorgen

Water
De grond mag nooit uitdrogen. Geef in droge zomers ruim water, of zet de pot in een schotel met water.
Bemesten
Niet nodig: op rijke grond wordt ze hoog en slap en verliest ze het van andere planten.
Zout
Zout geven is niet nodig; ze groeit ook op gewone, natte klei. Zilte grond houdt wel de concurrentie weg.
Concurrentie
Houd hoge, woekerende moerasplanten zoals riet en liesgras op afstand: zulte wil licht aan de voet.
Zaad laten vallen
Laat een deel van de pluizen rijpen: op natte, open grond zaait ze zich zelf uit en vervangt zo oude planten.
Oogsten
Wil je blad eten, pluk dan in mei–juni een paar jonge bladeren per plant uit je eigen tuin en laat de rest staan.

Tip: Geef zulte een plek die nooit droogvalt, zoals een vijverrand of een pot in een schotel water: daar bloeit ze het rijkst en houdt ze het langst vol.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: Eind februari–maart, voor de nieuwe scheuten verschijnen.

Hoe:

  • Laat de uitgebloeide stengels met de pluizige zaadhoofdjes de hele winter staan.
  • Knip ze eind februari–maart af tot vlak boven de nieuwe bladrozet.
  • Wil je minder zaailingen, knip dan in oktober de uitgebloeide hoofdjes af voor ze uitpluizen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Oogst de rijpe pluizen in oktober–november en zaai ze meteen of in het voorjaar in natte zaaigrond.
Scheuren
Grote pollen kun je in april scheuren. Omdat planten vaak maar enkele jaren leven, is zaad de betrouwbaarste manier.

Hoe komt een zulte de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Bovengronds sterft ze grotendeels af; de pluizige zaadhoofdjes blijven nog lang staan.
  • Ze overwintert met een kleine bladrozet en een korte wortelstok en is goed winterhard.
  • Overspoeling met zout water tijdens stormvloeden doorstaat ze zonder probleem.
  • Laat de dode stengels staan: kleine insecten overwinteren erin.

Ziektes en plagen

  • Kortlevend: Planten verdwijnen vaak na enkele jaren. Laat zaad vallen of zaai bij, zodat er altijd jonge planten klaarstaan.
  • Overgroeid raken: Op rijke, natte grond verdringen riet, grassen en andere moerasplanten haar. Maai of trek de concurrenten rond de plant weg.
  • Slakken: Jonge rozetten en zaailingen worden in het voorjaar soms opgegeten. Plant pas uit als ze wat groter zijn en zoek ’s avonds slakken weg.
  • Bladluis: Komt soms op de toppen voor; lieveheersbeestjes en andere natuurlijke vijanden ruimen ze meestal op.

Het jaar rond

  • Maart: Oude stengels afknippen. Zaaien in een bak met natte grond.
  • April: Planten en scheuren. Let op slakken bij jonge planten.
  • Mei: Eventueel enkele jonge bladeren oogsten.
  • Juni: De stengels groeien uit; houd de grond nat.
  • Juli: Eerste lila bloemen.
  • Augustus: Volle bloei, met veel bijen, hommels en vlinders.
  • September: Bloei en eerste pluizen. Planten kan nog.
  • Oktober: Laatste bloemen; rijp zaad oogsten.
  • November: De pluizige zaadhoofdjes laten staan.
  • December: Rust. Dode stengels laten staan voor insecten.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Pannonicum verwijst naar Pannonia, de Romeinse provincie rond het huidige Hongarije, waar ze in het binnenland aan zoutmeren groeit.
  • Vroeger heette ze Aster tripolium. De ‘lamsoren’ die je in Nederland op de markt koopt, zijn bladeren van zulte, en niet van de plant die in het Nederlands lamsoor heet.
  • Op sommige schorren groeit vooral een vorm zonder paarse lintbloemen, met alleen gele hoofdjes.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…