Foto: Krzysztof Ziarnek, Kenraiz, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Amaranthaceae
Melde
Atriplex halimus
In andere talen: Arroche halime (Français) · Mediterranean saltbush (English)
De struikmelde komt van de kusten en droge streken rond de Middellandse Zee, in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Het is een dichte, ronde struik van ongeveer 2 m hoog en breed, met zilvergrijs, groenblijvend blad dat het hele jaar oplicht. Die zilveren glans komt van piepkleine haartjes op het blad, waarin de plant zout opslaat. Tuiniers waarderen hem omdat hij zeewind, zout, droogte en arme grond verdraagt waar weinig andere heesters het volhouden. Hij groeit snel, laat zich goed scheren en is daardoor een uitstekende windhaag aan de kust.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -12 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
2 m
hoog, 2 m breed
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een melde?
- Groeivorm
- Dichte, ronde struik van zo’n 2 m hoog en breed, met veel vertakte, grijze twijgen. Groeit snel.
- Blad
- Eirond tot ruitvormig, 2–5 cm, wat vlezig en leerachtig; aan beide kanten zilvergrijs door fijne schubjes. Groenblijvend, al valt in een strenge winter een deel af.
- Bloem
- Onopvallende, groengele bloempjes in pluimen aan de toppen van de takken in de late zomer. Ze worden door de wind bestoven en zijn geen sieraad.
- Vrucht
- Kleine zaadjes, elk ingesloten tussen twee platte, ronde schutblaadjes.
- Wortels
- Diep en sterk vertakt: daardoor doorstaat hij droogte goed en houdt hij zandgrond vast.
Planten: april–mei · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het zilvergrijze blad geeft het hele jaar kleur en licht in de tuin, ook in de winter.
- Verdraagt zeewind en zoute nevel: ideaal als windscherm of haag aan de kust.
- Zeer droogtebestendig: eens hij is aangeslagen, hoef je bijna nooit water te geven.
- Tevreden met arme zand-, leem- of kalkgrond, waar veel andere heesters kwijnen.
- Groeit snel en laat zich makkelijk scheren tot een strakke of een losse haag.
- Een rustige, zilveren achtergrond voor blauwe en paarse bloeiers zoals lavendel.
Waar staat een melde graag?
- Volle zon: in de schaduw groeit hij open en verliest hij zijn zilveren kleur.
- Arme, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Op zware klei enkel als het water vlot wegloopt.
- Droog: natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
- Uitstekend in volle wind en zoute zeelucht; in het binnenland liefst op een beschutte plek, bijvoorbeeld voor een zuidmuur.
- Reken op 1,5–2 m ruimte voor een losse struik; in een haag 60–80 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 2 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -12 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Duindoorn: Nog een zilverkleurige, zout- en windvaste struik: samen vormen ze een stevige windhaag.
- Lavendel: Paarse, geurende bloemen die prachtig afsteken tegen het zilvergrijze blad.
- Kruisdistel: Staalblauwe, stekelige bloemhoofdjes voor dezelfde droge, zonnige grond.
- Tamarisk: Luchtige roze pluimen in een kusttuin; verdraagt dezelfde wind en hetzelfde zout.
- Blauwe haver: Een blauwgrijs siergras dat de zilveren tinten herhaalt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een melde?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, zodat de jonge plant voor de winter goed is aangeslagen.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; zware grond meng je met grof zand of fijn grind.
- Voeg geen mest of verse compost toe: in rijke grond groeit hij slap en minder zilver.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef ruim water bij het planten en de eerste zomer bij langere droogte.
- Mulch eventueel met grind of schelpen: dat houdt de voet droog en past mooi in een kusttuin.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich zelf, ook in hete zomers.
- Bemesten
- Niet nodig. Mest maakt de takken slap en vatbaarder voor vorst.
- Scheren
- Een haag scheer je één keer per jaar, in april (zie Snoeien).
- Verjongen
- Wordt een oude struik onderaan kaal, snoei hem dan in april flink terug; hij loopt meestal vlot opnieuw uit.
- In een pot
- Kan in een grote pot met goed doorlatende grond, bijvoorbeeld op een zonnig terras aan zee. Geef dan in de zomer regelmatig water.
Tip: Gebruik hem als buitenste rij van een windhaag aan zee: in zijn luwte groeien gevoeliger planten veel beter. Plant in het voorjaar, niet in de herfst.
Wanneer snoei je een melde?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april, als de ergste vorst voorbij is en je ziet welke takken bevroren zijn.
Hoe:
- Scheer een haag in de gewenste vorm en hou de voet iets breder dan de top, zo krijgt de onderkant genoeg licht.
- Knip bij een losse struik te lange of scheefgroeiende takken terug tot net boven een zijtak.
- Haal bevroren, bruine takdelen weg tot op gezond hout.
- Een kale, oude struik kun je met een derde tot de helft inkorten; hij loopt meestal goed opnieuw uit.
Let op: Snoei niet in de late zomer of de herfst: de jonge scheuten die dan nog verschijnen, bevriezen in de winter.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In juli–augustus: stekken van 10 cm van scheuten van dit jaar, onderste bladeren weg, in een mengsel van zand en potgrond. Ze wortelen vlot. Overwinter ze vorstvrij en plant ze het volgende voorjaar uit.
- Zaad
- In het voorjaar zaaien in een bak met zanderige grond, dun afgedekt. Laat de zaailingen de eerste winter vorstvrij staan.
Hoe komt een melde de winter door?
Winterhard tot −12 °C: beschermen in strenge winters.
- Winterhard tot ongeveer −12 °C: aan de kust en in de stad meestal geen probleem, in het binnenland kan hij in een strenge winter terugvriezen.
- Bevroren takken knip je pas in april weg; de struik loopt meestal opnieuw uit vanuit het oudere hout.
- Bescherm jonge planten de eerste winter met een vlies bij strenge vorst en koude oostenwind.
- In een pot: zet hem droog en beschut tegen een muur en wikkel de pot in jute of noppenfolie.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Bruine, verdorde takken na een strenge winter. Wacht tot april en snoei terug tot gezond hout.
- Wortelrot: De plant verwelkt en sterft af op natte, zware grond. Plant op een drogere, goed doorlatende plek of op een kleine verhoging.
- Kale, slappe groei: Teken van te veel schaduw of te rijke grond. Geef hem een zonnige plek, stop met bemesten en snoei in april terug.
- Bladluis: Soms op de jonge scheuttoppen in het voorjaar. Meestal ruimen natuurlijke vijanden ze op; anders afspuiten met een harde straal water.
Het jaar rond
- Maart: Wachten met snoeien. Bij zacht weer de winterbescherming van jonge planten weghalen.
- April: Snoeien en scheren. Bevroren takken wegknippen. Planten.
- Mei: Planten. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juni: Het zilvergrijze blad op zijn mooist. Enkel jonge planten water geven.
- Juli: Halfrijpe stekken nemen.
- Augustus: Stekken nemen. Niet meer snoeien.
- November: Jonge planten en potten beschermen tegen strenge vorst.
- December: Rust. Het zilveren blad licht op in de wintertuin.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De zilveren kleur komt van een laagje piepkleine blaashaartjes waarin de plant overtollig zout opslaat; als ze uitdrogen, vormen ze glanzende schubjes.
- De soortnaam halimus komt van een Grieks woord dat ‘van de zee’ betekent, een verwijzing naar zijn groeiplaatsen aan de kust.
- In droge streken van Noord-Afrika en het Midden-Oosten is hij een belangrijke voederplant voor schapen en geiten.