
Foto: Stefan.lefnaer, CC BY-SA 4.0 · bron
Eenjarige plant · Amaranthaceae
Zomercipres
Bassia scoparia
In andere talen: Kochia (Français) · Summer cypress (English)
De zomercipres is een eenjarige uit de amarantfamilie, afkomstig uit Zuid-Europa en de gematigde streken van Azië. Hij groeit in één zomer uit tot een dichte, ovale tot ronde bol van zo’n 80 cm hoog, vol smalle, zachte, lichtgroene blaadjes, waardoor hij op een kleine conifeer lijkt. In de herfst kleurt hij purperrood en later roestbruin. De bloempjes zijn piepklein en vallen niet op: je kweekt hem voor de vorm en de kleur. Tuiniers gebruiken hem als tijdelijke lage haag, als accent in een border of in een grote pot. Vroeger heette hij Kochia scoparia, en die naam staat nog vaak op zaadzakjes.
Let op: De zomercipres zaait zich sterk uit en is in onder meer Noord-Amerika en Australië een berucht onkruid geworden. Trek de planten uit voor het zaad rijp is en zet geen planten met rijp zaad op de composthoop.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot 2 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,8 m
hoog, 0,5 m breed
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een zomercipres?
- Groeivorm
- Dichte, rechtopgaande, ovale tot ronde bol van 60–80 cm hoog en 40–50 cm breed, met veel fijne vertakkingen.
- Blad
- Smal lijnvormig, 2–5 cm lang, zacht en licht behaard; frisgroen in de zomer, purperrood tot roestbruin in de herfst.
- Bloem
- Piepkleine, groenige bloempjes in de bladoksels in de nazomer; ze vallen nauwelijks op.
- Zaad
- Veel kleine zaadjes in de herfst. Ze vallen makkelijk uit en kiemen in het voorjaar daarop.
- Wortels
- Een diepe penwortel met fijne zijwortels, waardoor hij droogte goed verdraagt.
Zaaien: maart–mei · Planten: mei–juni · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- In één zomer een dichte, groene bol of lage haag, zonder jaren te moeten wachten.
- Opvallende herfstkleur: van frisgroen naar purperrood en roestbruin.
- Verdraagt hitte en droogte goed: ideaal voor een zonnige, droge plek of een grindtuin.
- Laat zich licht knippen, zodat je strakke bollen of een lage haag kan vormen.
- Vult snel lege plekken in een nieuwe tuin, terwijl de vaste planten en heesters nog groeien.
Waar staat een zomercipres graag?
- Volle zon: in de schaduw groeit hij open en slap en kleurt hij minder mooi.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; natte voeten verdraagt hij slecht.
- Plant op 40–50 cm uit elkaar; voor een dichte, lage haag op 30–40 cm.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)
Mooi samen met
- Zinnia: Felle kleuren tegen het frisse groen; houdt ook van zon en warmte.
- Cosmea: Luchtige bloemen naast de dichte, compacte bollen.
- Afrikaantje: Een lage oranje of gele rand voor een rij zomercipressen.
- Siergrassen: Wuivende halmen en herfstkleur samen met de rode bollen.
- Salie: Blauwe of paarse bloeiaren in dezelfde droge, zonnige border.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zomercipres?
Planten in mei–juni.
- Zaai in maart–april binnen bij 15–20 °C. Strooi het zaad op de potgrond en dek het niet of nauwelijks af: het kiemt in het licht.
- Verspeen de zaailingen naar kleine potjes als ze twee echte blaadjes hebben en zet ze licht en niet te warm.
- Plant uit in mei–juni, na de IJsheiligen, als er geen nachtvorst meer komt. Ter plaatse zaaien kan in mei.
- Zet de planten even diep als in het potje, op 40–50 cm of op 30–40 cm voor een haag.
- Geef na het planten goed water en hou de grond de eerste twee weken licht vochtig.
- Bemest niet: in arme tot gewone grond blijft hij compacter en steviger.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan zelden nodig. Enkel bij lange droogte gieten; in een pot wel geregeld water geven.
- Bemesten
- In de volle grond niet nodig. In een pot een keer per maand wat vloeibare mest.
- Vorm
- Voor een strakke bol of haag knip je in juli en augustus licht bij.
- Steun
- Op een winderige plek kan een hoge plant scheefzakken; een stokje lost dat op.
- Zaad
- Trek de planten in de herfst uit voor het zaad rijp is, zo voorkom je honderden zaailingen.
Tip: Zet de jonge planten in een rij op 30–40 cm en knip ze in juli een paar keer licht bij: zo heb je in één zomer een dichte, lage haag die in de herfst rood kleurt.
Wanneer snoei je een zomercipres?
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Wil je een strakke bol of haag, knip dan in juli en augustus licht bij.
Hoe:
- Knip met een scherpe schaar enkel de buitenste 3–5 cm van de scheuten weg.
- Knip niet dieper dan het groene blad, anders blijven er kale plekken.
- Stop met knippen na half augustus, zodat de plant mooi vol de herfst ingaat.
- Trek de planten uit voor ze zaad zetten, meestal in oktober.
Let op: Laat de planten niet uitzaaien: de zomercipres kan zich sterk uitzaaien.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai in maart–april binnen of in mei ter plaatse, op de grond en niet of nauwelijks afgedekt. Gebruik vers zaad: het blijft niet lang kiemkrachtig.
Hoe komt een zomercipres de winter door?
Winterhard tot 2 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: de plant sterft bij de eerste vorst. Je kweekt hem als eenjarige.
- Trek de planten na de herfstkleur uit, voor het zaad uitvalt, en ruim de resten op.
- Zaai elk voorjaar opnieuw. Zaailingen die toch opkomen, wied je weg of verplant je naar de juiste plek.
Ziektes en plagen
- Omvallende zaailingen: Kiemplantjes rotten aan de voet weg en vallen om. Gebruik schone zaaigrond, giet niet te nat en verlucht geregeld.
- Slappe, open groei: Te veel schaduw of te veel mest. Kies een zonnige plek en bemest niet.
- Bladluis: Kleine groene of zwarte luisjes op de toppen. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes doen de rest.
- Ongewenste zaailingen: Veel kiemplantjes in het voorjaar. Trek de planten in de herfst op tijd uit en wied jonge zaailingen meteen.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien op de potgrond, bij 15–20 °C.
- April: Binnen zaaien. Zaailingen verspenen.
- Mei: Na de IJsheiligen uitplanten of ter plaatse zaaien.
- Juni: Uitplanten. Water geven tot de planten aangeslagen zijn.
- Juli: Licht in vorm knippen. Enkel water bij lange droogte.
- Augustus: Laatste keer licht knippen, ten laatste half augustus.
- September: De bollen beginnen rood te kleuren.
- Oktober: Volle herfstkleur. Planten uittrekken voor het zaad uitvalt.
- November: Resten opruimen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam scoparia komt van het Latijnse scopa, bezem: van de gedroogde planten werden vroeger bezems gemaakt.
- In Japan worden de zaadjes gegeten onder de naam ‘tonburi’, ook wel ‘kaviaar van het land’ genoemd.
- In het Hitachi Seaside Park in Japan kleuren elk najaar duizenden zomercipressen een hele heuvel rood.