
Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Amarantenfamilie (Amaranthaceae)
Melganzenvoet
Chenopodium album
In andere talen: Chénopode blanc (Français) · Fat-hen (English)
Komt in België in het wild voor.
Melganzenvoet is een eenjarige plant van akkers, moestuinen, composthopen en vers omgewerkte grond. Het is een van de algemeenste akkeronkruiden van België en duikt overal op waar de grond voedselrijk en open is. Je herkent het aan de grijsgroene, ruitvormige, onregelmatig getande bladeren, die vooral jong bedekt zijn met een wit, melig poeder, en aan de dichte kluwens van kleine, groenige bloempjes aan de top. Eén plant geeft duizenden zwarte zaadjes, die vele jaren in de grond kiemkrachtig blijven. Voor vogels zijn die zaden een belangrijke wintervoorraad, en de jonge bladeren zijn al eeuwenlang een bladgroente die je kookt zoals spinazie.
Let op: Melganzenvoet bevat, net als spinazie, oxaalzuur, en op sterk bemeste grond kan het veel nitraat opstapelen: eet het met mate, liefst gekookt, en pluk niet op bemeste akkers, langs drukke wegen of waar gespoten is. Wees zeker van je soort: in dezelfde bedden groeit vaak de giftige zwarte nachtschade. Grote hoeveelheden kunnen schadelijk zijn voor vee.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
1 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–oktober
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarige, rechtopgaande, vaak vertakte plant van 20–150 cm; de stengel is gegroefd en vaak groen met rode of paarse strepen.
- Blad
- Verspreid, ruitvormig tot lancetvormig, 3–7 cm, onregelmatig getand; grijsgroen en vooral aan de onderkant en jong wit melig, zodat waterdruppels erop parelen.
- Bloem
- Minuscule, groenige bloempjes zonder kroonblaadjes, in dichte kluwens die samen aren en pluimen vormen, van juli tot oktober. Ze worden door de wind bestoven.
- Vrucht/Zaad
- Glanzend zwarte, lensvormige zaadjes van 1–1,5 mm, ingesloten door de verdroogde bloemdekbladen. Een plant geeft er duizenden.
- Wortels
- Een penwortel met fijne zijwortels; jonge planten trek je makkelijk uit.
- Verwarring met
- Melde, zoals uitstaande melde, lijkt erg op melganzenvoet, maar heeft twee driehoekige schutblaadjes rond elke vrucht. Stinkende ganzenvoet is laag en ruikt naar rotte vis. Let op: in dezelfde bedden groeit vaak zwarte nachtschade, die giftig is en een donkergroen, niet melig blad heeft, witte bloempjes met een geel hartje en zwarte bessen.
Bloei: juli–oktober · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- De zaden zijn in de herfst en de winter voedsel voor mussen, vinken en gorzen.
- De bladeren voeden rupsen van verschillende nachtvlinders en zitten vaak vol bladluizen, die op hun beurt lieveheersbeestjes en zweefvliegen lokken.
- Een eetbare wilde groente: jonge toppen en bladeren kook je als spinazie.
- Een eerlijke graadmeter: waar het welig groeit, is de grond rijk aan stikstof.
- Een oude voedselplant en een verwant van quinoa en spinazie: zaden worden veel gevonden bij opgravingen van prehistorische nederzettingen.
Waar staat een melganzenvoet graag?
- In het wild op akkers, in moestuinen, op composthopen, braakliggende grond, bouwterreinen en mesthopen.
- Volle zon tot lichte halfschaduw.
- Voedselrijke, stikstofrijke, open grond: zand, leem of klei.
- Kiemt vooral op vers omgewerkte grond, waar zaad uit de bodem aan het licht komt.
Mooi samen met
- Klaproos: Samen met andere akkerbloemen op een open akkerrandje: een kleurrijk geheel.
- Korenbloem: Blauwe akkerbloem voor bijen naast de grijsgroene ganzenvoet.
- Zonnebloem: Ook een zadenplant voor vogels: samen een wintervoorraad voor mussen en vinken.
- Brave hendrik: Een vaste verwant met eetbaar blad, voor wie elk jaar wilde spinazie wil zonder uitzaaien.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een melganzenvoet?
- Meestal hoef je niet te zaaien: melganzenvoet komt vanzelf op uit de zaadvoorraad in de grond zodra je spit of hakt.
- Wil je het als groente telen: zaai in april–juni in rijen op open, voedselrijke grond en hark het zaad licht in.
- Dun uit tot 20–30 cm, of laat het dichter staan als je vooral jonge toppen wilt oogsten.
- Oogst de jonge toppen en bladeren als de planten 20–40 cm hoog zijn, voor de bloei; door te knippen vertakt de plant.
- Haal zaad bij een zaadhandel voor wilde planten of laat een paar planten zaad zetten, maar besef dat je dan voor jaren zaad in de grond hebt.
- Graaf nooit planten uit in het wild; voor dit algemene kruid is dat ook niet nodig.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig; op rijke grond groeit het ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig. Op sterk bemeste grond stapelt het nitraat op; oogst daar liever niet.
- Woekeren
- Laat het nooit zaad zetten in de moestuin: schoffel kiemplanten op een droge dag weg en trek grotere planten uit voor de bloei.
- Mulchen
- Een laag mulch of een groenbemester houdt de grond bedekt, zodat de zaden in de bodem niet kiemen.
- Zaad voor vogels
- Wil je vogels helpen, laat dan op een vaste plek buiten de moestuin een groepje planten staan tot in de winter.
- In de keuken
- Kook de bladeren kort, zoals spinazie, en giet het kookwater weg.
Tip: Een oude tuinierswijsheid zegt: één jaar zaad, zeven jaar wieden. Oogst melganzenvoet als jonge groente, maar trek het uit voor het bloeit.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: In juli–augustus: knip of maai de planten voor de zaadzetting als je niet wilt dat ze uitzaaien.
Hoe:
- Knip bij een groenteteelt regelmatig de toppen: zo blijft de plant compact en mals.
- Trek of maai planten in de moestuin weg voor de bloemkluwens zaad zetten.
- Laat op een vogelplek een groepje staan en ruim het pas in maart op.
Let op: Wacht niet te lang: ook planten die je in volle bloei uittrekt, kunnen op de composthoop nog rijpe zaden vormen.
Vermeerderen
- Zaad
- De enige manier. Zaai in april–juni ter plaatse; het zaad kiemt op warme grond en in het licht.
- Zaadvoorraad in de bodem
- Zaden blijven vele jaren, soms tientallen jaren, kiemkrachtig in de grond en kiemen zodra je spit. Zo verspreid je het ook met grond en onrijpe compost.
Hoe komt een melganzenvoet de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- De plant sterft bij de eerste stevige vorst af en overwintert alleen als zaad in de grond.
- Laat een groepje dode stengels met zaad staan: mussen, vinken en gorzen eten er in de winter van.
- De zaden overleven de strengste winter en kiemen in het voorjaar zodra de grond opwarmt.
Ziektes en plagen
- Zaadvoorraad: Eén plant geeft duizenden zaden die jaren in de grond blijven. Laat het nooit zaad zetten waar je groenten teelt.
- Bladluis: Zwarte of groene luizen op de toppen. Ze lokken lieveheersbeestjes; oogst dan van andere planten of spoel ze af met water.
- Bladmineerders: Gangen of blazen in de bladeren door larven van mineervliegjes. Pluk de aangetaste bladeren weg.
- Verwarring: In de moestuin groeit vaak ook zwarte nachtschade. Pluk alleen wat je zeker herkent.
- Concurrentie: In jonge groentebedden neemt het licht en voedsel weg. Wied vroeg en mulch.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels van vorig jaar opruimen.
- April: Eerste kiemplanten op omgewerkte grond. Zaaien voor een groenteteelt.
- Mei: Kiemplanten wegschoffelen in de moestuin. Jonge toppen oogsten.
- Juni: Toppen en jonge bladeren oogsten; koken zoals spinazie.
- Juli: Begin van de bloei. Planten voor de zaadzetting uittrekken of toppen knippen.
- Augustus: Bloei. Maaien of uittrekken in de moestuin.
- September: Het zaad rijpt. Een groepje laten staan voor de vogels.
- Oktober: Laatste bloei en rijpe zaden.
- November: De planten sterven af na de eerste vorst.
- December: Vogels eten de zaden van de dode stengels.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Chenopodium betekent ganzenvoet in het Grieks, naar de vorm van de bladeren.
- Zaden van melganzenvoet worden veel gevonden bij opgravingen van prehistorische nederzettingen in Europa: het was lang een verzamelde voedselplant.
- Het is een naaste verwant van quinoa uit de Andes, die tot hetzelfde geslacht behoort.