
Foto: MaedaAkihiko, CC BY-SA 4.0 · bron
Bol- of knolgewas · Begoniaceae
Knolbegonia
Begonia × tuberhybrida
In andere talen: Bégonia tubéreux (Français) · Tuberous begonia (English)
De knolbegonia is ontstaan uit kruisingen van wilde begonia’s uit de Andes, onder meer uit Bolivia en Peru. Uit een platte knol groeien vlezige stengels met scheve, getande bladeren, en van juni tot september grote, vaak gevulde bloemen in rood, oranje, geel, roze, zalm of wit. Er zijn rechtopgaande rassen met bloemen als rozen of camelia’s en hangende rassen voor bloembakken en hangmanden. Hij is niet winterhard, maar je kan de knollen elk jaar droog en vorstvrij bewaren. Tuiniers waarderen hem omdat hij rijk bloeit op plekken met weinig zon, waar de meeste zomerbloeiers het laten afweten.
Let op: Alle delen, vooral de knol, zijn giftig bij inslikken, voor mensen en huisdieren. Bewaar de knollen in de winter buiten het bereik van kinderen, honden en katten.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
tot 2 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,3 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–september
| Hoogte | 0,3 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een knolbegonia?
- Groeivorm
- Compacte, rechtopgaande of hangende plant van 25–30 cm hoog en even breed, met vlezige, sappige en wat brosse stengels.
- Blad
- Scheef, hartvormig tot eirond blad met een getande rand, aan één kant breder dan aan de andere; frisgroen tot donkergroen, soms met een bronzen tint.
- Bloem
- Grote, vaak gevulde mannelijke bloemen, met ernaast meestal kleinere, enkele vrouwelijke bloemen, van juni tot september.
- Kleur
- Rood, oranje, geel, roze, zalm en wit, soms tweekleurig of met een gekleurde rand.
- Knol
- Platte, bruine knol met een holle bovenkant, waar de scheuten uitkomen, en een bolle onderkant.
Bloei: juni–september · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Rijke bloei van juni tot september, ook in halfschaduw en lichte schaduw.
- Grote, vaak gevulde bloemen in felle of zachte kleuren.
- Ideaal voor potten, bakken en hangmanden op een terras op het noorden of oosten.
- De knollen gaan jaren mee als je ze vorstvrij overwintert.
- Een kleurrijke blikvanger in een donkere hoek van de tuin of op een balkon met weinig zon.
Waar staat een knolbegonia graag?
- Halfschaduw of lichte schaduw: ochtendzon is prima, volle middagzon verbrandt blad en bloemen.
- Humusrijke, luchtige, goed doorlatende grond; zure tot neutrale potgrond is ideaal.
- Gelijkmatig vochtig, maar nooit kletsnat.
- Beschut tegen wind en hevige regen, want de stengels zijn bros en de bloemen zwaar.
- Reken op 25–30 cm tussen de planten; in een pot van 20–25 cm past één knol.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: haal de bollen of knollen voor de vorst binnen en bewaar ze vorstvrij
Mooi samen met
- Fuchsia: Houdt van dezelfde halfschaduw en bloeit even lang.
- Vlijtig liesje: Een lage, kleurrijke rand in de schaduw.
- Varens: Fijn groen blad waarbij de grote bloemen extra opvallen.
- Hosta: Grote, rustige bladeren naast de felle kleuren.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een knolbegonia?
Planten in mei–juni.
- Leg de knollen in maart binnen met de holle kant naar boven op vochtige potgrond, in een licht vertrek bij 15–20 °C.
- Bedek ze nauwelijks: de bovenkant blijft net zichtbaar of krijgt hooguit een dun laagje grond.
- Pot ze apart op in een eigen pot als de scheuten zo’n 5 cm lang zijn.
- Laat ze in mei afharden: overdag buiten, ’s nachts binnen.
- Plant na half mei uit in halfschaduw, 25–30 cm uit elkaar, even diep als in de pot.
- Giet aan, en geef daarna water op de grond en niet over het blad.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond gelijkmatig licht vochtig en laat nooit water in de schotel staan. Giet op de grond, liefst ’s ochtends.
- Bemesten
- Van juni tot augustus om de twee weken bloemenmest.
- Uitgebloeide bloemen
- Haal verwelkte bloemen en gele bladeren weg: zo voorkom je grauwe schimmel.
- Steun
- Grootbloemige rassen hebben een dun stokje nodig, want de stengels zijn bros.
- Grote bloemen
- Wil je de grootste bloemen, knijp dan de kleine vrouwelijke bloemen naast de grote mannelijke weg.
Tip: Giet altijd op de grond en bij voorkeur ’s ochtends: blad en bloemen die ’s nachts nat blijven, zijn de grootste oorzaak van schimmel bij begonia’s.
Wanneer snoei je een knolbegonia?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Haal de hele zomer uitgebloeide bloemen en beschadigde stengels weg.
Hoe:
- Knip of knijp verwelkte bloemen met steeltje en al weg.
- Haal gele of beschimmelde bladeren meteen weg.
- Knip gebroken stengels af boven een gezond blad.
Let op: Knip de stengels in de herfst niet groen af: laat ze na het binnenhalen vanzelf afsterven, zodat de reserves terug naar de knol gaan.
Vermeerderen
- Knol delen
- In maart–april, als de knollen uitlopen, grote knollen in stukken snijden met elk minstens één scheut. Laat de snijvlakken een dag opdrogen voor je ze oppot.
- Stekken
- Snij in het voorjaar jonge scheuten van 8–10 cm met een stukje knol aan de voet af en laat ze wortelen in vochtige stekgrond. Ze vormen dezelfde zomer nog een knolletje.
Hoe komt een knolbegonia de winter door?
Winterhard tot 2 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: bij vorst sterft de plant af en bevriest de knol.
- Haal de planten in oktober, voor de eerste vorst, met kluit en al uit de grond en laat ze op een vorstvrije plek afsterven.
- Haal de stengels weg als ze vanzelf loskomen, laat de knollen drogen en bewaar ze in een doos met droog zand bij 5–10 °C.
- Planten in potten zet je met pot en al op een koele, vorstvrije plek, zonder nog water te geven.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral in de nazomer. Zorg voor ruimte en verse lucht en knip aangetaste bladeren weg.
- Grauwe schimmel: Grijs pluis en rottende bloemen en stengels bij vochtig weer. Haal uitgebloeide bloemen weg en giet niet over het blad.
- Knolrot: Een zachte, rottende knol en een plant die plots slap hangt. De oorzaak is te veel water: giet minder en gebruik luchtige grond.
- Taxuskever: De larven vreten aan knollen en wortels, vooral in potten, en de plant verwelkt plots. Controleer de kluit en gebruik eventueel aaltjes tegen de larven.
- Knopval: Knoppen vallen af bij een onregelmatige watergift of plotse temperatuurschommelingen. Giet regelmatig.
Het jaar rond
- Januari: Bewaarde knollen controleren.
- Maart: Knollen binnen opzetten, holle kant naar boven.
- April: Uitgelopen knollen oppotten. Stekken nemen.
- Mei: Afharden. Na half mei uitplanten in halfschaduw.
- Juni: Eerste bloei. Om de twee weken bemesten.
- Juli: Volle bloei. Uitgebloeide bloemen weghalen.
- Augustus: Bloei. Letten op meeldauw.
- September: Laatste bloei. Niet meer bemesten.
- Oktober: Voor de eerste vorst binnenhalen en laten afsterven.
- November: Knollen schoonmaken en droog bewaren bij 5–10 °C.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle begonia’s zijn giftig, vooral de knollen en wortels: ze bevatten oxalaten, die bij kauwen een branderig gevoel en irritatie van mond en keel geven, met kwijlen en braken, bij kinderen en ook bij katten en honden; grazende dieren en konijnen kunnen er ook ziek van worden. Knolbegonia’s overwinteren droog in een kist of pot: bewaar de knollen buiten het bereik van kinderen en huisdieren, en niet bij de aardappelen. Kamerbegonia’s staan vaak op de vensterbank, op kinderhoogte en binnen bereik van katten: zet ze hoger of in een andere kamer. De bloemen van de knolbegonia staan soms in lijsten met eetbare bloemen, maar door de oxalaten eet je ze beter niet, zeker niet als je nierstenen hebt. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht Begonia is genoemd naar Michel Bégon, een Franse bestuurder uit de 17de eeuw die de plantkunde steunde.
- Een begonia draagt aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen. De vrouwelijke herken je aan het gevleugelde vruchtbeginsel achter de bloem.
- Om de twee jaar wordt op de Grote Markt in Brussel een reusachtig bloementapijt gelegd, traditioneel grotendeels van begonia’s. De streek rond Gent is al lang een belangrijk centrum van de begoniateelt.