Doorwas (Bupleurum rotundifolium)

Foto: Stefan.lefnaer, CC BY-SA 3.0 · bron

Eenjarige plant · Apiaceae

Doorwas

Bupleurum rotundifolium

In andere talen: Buplèvre à feuilles rondes (Français) · Thorow-wax (English)

Doorwas is een eenjarige uit de schermbloemenfamilie, afkomstig uit Midden- en Zuid-Europa en West-Azië. Vroeger groeide hij als akkeronkruid tussen het graan, maar in het wild is hij op veel plaatsen zeldzaam geworden. De plant vormt rechte, bovenaan vertakte stengels van zo’n 60 cm met ronde, blauwgroene blaadjes waar de stengel dwars doorheen lijkt te groeien. Van juni tot augustus verschijnen kleine schermpjes met gele bloempjes, omringd door opvallende geelgroene schutblaadjes. Bloemschikkers kennen hem als een van de mooiste groene vulplanten voor boeketten, en ook in de border staat hij fris en sierlijk.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    tot -10 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Hoogte0,6 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Hoe herken je een doorwas?

Groeivorm
Rechtopgaande, bovenaan vertakte plant van 45–60 cm hoog en 25–30 cm breed.
Blad
Rond tot eirond, blauwgroen en gaafrandig. De bovenste bladeren omvatten de stengel volledig, alsof de stengel er doorheen groeit.
Bloem
Kleine schermpjes van gele bloempjes, omgeven door brede, geelgroene schutblaadjes, van juni tot augustus.
Zaad
Kleine, donkere splitvruchten die in de nazomer rijpen; op kale grond zaait hij zich soms licht uit.
Wortels
Een penwortel: de plant verdraagt verplanten slecht.

Bloei: juni–augustus · Zaaien: maart–april en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de mooiste vulgroens voor boeketten, met een frisse geelgroene kleur die bij elke bloem past.
  • Staat lang goed in de vaas.
  • Bloeit van juni tot augustus en trekt kleine bijen, zweefvliegen en andere nuttige insecten aan.
  • Makkelijk: je zaait hem rechtstreeks ter plaatse en hij heeft geen mest nodig.
  • Een sierlijke, luchtige plant tussen andere eenjarigen en in een natuurlijke tuin.

Waar staat een doorwas graag?

  • Volle zon.
  • Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, liefst neutraal tot kalkrijk.
  • Droog tot normaal vochtig; geen natte voeten. Te rijke grond geeft slappe stengels.
  • Zaai in rijen op 25–30 cm en dun uit tot 20–30 cm tussen de planten.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,6 m hoog, 0,3 m breed
Winterhard
Verdraagt lichte vorst (tot -10 °C)

Mooi samen met

  • Korenbloem: Blauwe bloemen tegen het geelgroen, in de border en in de vaas.
  • Klaproos: Een klassieke akkerbloemencombinatie op dezelfde zonnige, schrale plek.
  • Akkerscherm: Witte, kantachtige schermen voor een luchtig snijbloemenbed.
  • Juffertje-in-het-groen: Fijn blauw en wit, in dezelfde arme, zonnige grond.
  • Dahlia: Felle kleuren in boeketten, met doorwas als frisse vulling.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een doorwas?

  1. Zaai in maart–april of in september rechtstreeks ter plaatse: verplanten verdraagt hij slecht.
  2. Hark de grond fijn en zaai in rijtjes op 25–30 cm, ongeveer 1 cm diep.
  3. Hou de grond vochtig tot de kiemplantjes boven staan; dat duurt meestal twee à drie weken.
  4. Dun uit tot 20–30 cm tussen de planten, zodat ze stevig en goed vertakt groeien.
  5. Zaai in maart en april om de drie à vier weken een nieuw rijtje, dan kun je langer oogsten.
  6. Bemest niet: arme tot gewone grond geeft stevige stengels.

Verzorgen

Water
Na het kiemen weinig nodig; enkel bij lange droogte gieten.
Bemesten
Niet nodig. Te veel stikstof maakt de stengels slap.
Wieden
Hou jonge zaailingen vrij van onkruid; ze groeien in het begin traag.
Steun
Op een winderige plek een net of een paar takjes tussen de planten zetten.
Oogsten
Snijd de stengels ’s ochtends, als de schutblaadjes mooi geelgroen zijn, en zet ze meteen in water.

Tip: Zaai in september een rijtje bij: de plantjes overwinteren en geven het jaar daarop vroeger en stevigere stengels voor boeketten.

Wanneer snoei je een doorwas?

Wanneer: Doorwas wordt niet gesnoeid. Door geregeld te oogsten, maak je ruimte voor nieuwe zijscheuten.

Hoe:

  • Snijd lange stengels voor de vaas net boven een zijscheut.
  • Verwijder de onderste bladeren van geoogste stengels en zet ze meteen in een emmer water.
  • Laat aan het eind van de zomer een paar planten zaad zetten als je wilt dat hij zich uitzaait.
  • Trek de afgestorven planten in de herfst uit.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad in het voorjaar
Zaai in maart–april ter plaatse, ongeveer 1 cm diep, en dun uit tot 20–30 cm.
Zaad in het najaar
Zaai in september ter plaatse. De jonge plantjes overwinteren en bloeien het jaar daarop vroeger en steviger.
Zelf uitzaaien
Laat een paar planten afrijpen; op kale grond komen het volgende jaar zaailingen op.

Hoe komt een doorwas de winter door?

Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.

  • Najaarszaaisels overwinteren als kleine plantjes en verdragen vorst tot ongeveer −10 °C.
  • In zware, natte grond kunnen ze in de winter wegrotten: zaai op een goed doorlatende plek.
  • Bij strenge vorst zonder sneeuw beschermt een vliesdoek de jonge plantjes.
  • Voorjaarszaaisels sterven na de bloei en de zaadzetting af; ruim ze in de herfst op.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Vreten de jonge kiemplantjes weg. Raap ze ’s avonds en hou jonge zaaisels in de gaten.
  • Omvallende stengels: Te rijke grond of te dicht gezaaid. Dun goed uit, bemest niet en zet een net.
  • Mislukte verplanting: Verplante zaailingen blijven klein of sterven door de beschadigde penwortel. Zaai ter plaatse.
  • Bladluis: Soms op de stengeltoppen. Afspuiten met water; natuurlijke vijanden doen de rest.

Het jaar rond

  • Maart: Ter plaatse zaaien, ongeveer 1 cm diep.
  • April: Nog een rijtje zaaien. Uitdunnen tot 20–30 cm.
  • Mei: Wieden en uitdunnen. Eventueel een net plaatsen.
  • Juni: Begin van de bloei. Stengels snijden voor boeketten.
  • Juli: Volle bloei. Oogsten; enkel water bij lange droogte.
  • Augustus: Laatste bloei. Een paar planten zaad laten zetten.
  • September: Ter plaatse zaaien voor een vroegere bloei volgend jaar.
  • Oktober: Afgestorven planten uittrekken. Najaarszaaisels uitdunnen.
  • December: Jonge plantjes bij strenge vorst afdekken met vliesdoek.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De Engelse naam thorow-wax betekent zoveel als ‘doorgroei’: de stengel lijkt dwars door het blad te groeien.
  • Vroeger kwam het zaad mee met het zaaigraan, waardoor doorwas een gewoon akkeronkruid was. Door betere zaadzuivering is hij in het wild sterk achteruitgegaan.
  • Doorwas hoort bij dezelfde familie als peterselie, wortel en venkel.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…