
Foto: Nativeplants garden, CC BY-SA 4.0 · bron
Kamerplant · Araceae
Caladium
Caladium bicolor
In andere talen: Angel wings (English)
De caladium komt uit het tropische regenwoud van Zuid-Amerika, onder meer uit Brazilië. Het is een knolgewas dat je kweekt voor zijn spectaculaire, pijl- of hartvormige bladeren, zo dun dat het licht erdoor schijnt. Ze zijn getekend in wit, roze, rood en groen, met gekleurde nerven, vlekken of randen. Liefhebbers waarderen hem omdat weinig andere kamerplanten zo’n kleurrijk blad hebben. Hij groeit van de lente tot de herfst en rust in de winter als droge knol. Er bestaan zeer veel rassen, meestal hybriden, elk met een eigen tekening.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de knol en het sap. Ze bevatten naaldvormige kristallen van calciumoxalaat die bij kauwen een pijnlijke zwelling van mond en keel veroorzaken en huid en ogen irriteren. Houd de plant buiten bereik van kinderen, katten en honden, draag handschoenen bij het oppotten en raadpleeg bij inslikken een arts of dierenarts.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 15 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,5 m breed
| Hoogte | 0,5 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een caladium?
- Groeivorm
- Losse pol van bladeren op lange stelen, uit een knol; 30–50 cm hoog en even breed.
- Blad
- Pijl- tot hartvormig, 15–30 cm lang, papierdun; wit, roze, rood of groen getekend, met gekleurde nerven of vlekken.
- Bloem
- Een onopvallende kolf met een groenig wit schutblad, typisch voor de aronskelkfamilie; binnen zelden.
- Knol
- Platte, bruine knol met knobbeltjes (ogen) aan de bovenkant, waaruit de bladeren groeien.
- Sap
- Bevat naaldvormige kristallen van calciumoxalaat, die mond, huid en ogen irriteren.
Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Uitzonderlijk kleurrijk blad in wit, roze, rood en groen, van de lente tot de herfst.
- Brengt een tropische sfeer in huis op een lichte plek zonder felle zon.
- Elk jaar opnieuw: na de winterrust loopt de knol weer uit.
- Veel rassen met een andere tekening, zodat je mooi kunt combineren.
- Groeit snel: enkele weken na het oppotten staan de eerste bladeren open.
Waar staat een caladium graag?
- Licht, zonder directe zon: fel licht verbrandt het dunne blad, te weinig licht doet de kleuren vervagen.
- Warm: 20–25 °C in de groeiperiode, nooit onder 15 °C. Geen tocht.
- Een hoge luchtvochtigheid; zet hem niet bij een radiator.
- Kies een plek buiten bereik van kinderen en huisdieren.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 15 °C
Mooi samen met
- Bladbegonia: Ook kleurrijk, getekend blad voor dezelfde warme, lichte plek.
- Mozaïekplant: Laag, fijn getekend blad aan de voet.
- Pauwenplant: Houdt van dezelfde warmte en vochtige lucht.
- Zwaardvaren: Rustig groen tussen het kleurrijke blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een caladium?
Planten in maart–april.
- Pot de knol op in maart–april, na de winterrust, in verse potgrond.
- Kies een pot van 12–15 cm per knol, met een gat in de bodem; voor een volle pot zet je er een paar samen in een grotere pot.
- Gebruik luchtige, humusrijke potgrond met wat perliet voor een goede afwatering.
- Leg de knol met de ogen naar boven, 3–5 cm diep.
- Geef een beetje water en zet de pot warm, op 22–25 °C. Giet pas meer als de eerste bladeren verschijnen.
- Draag handschoenen: het sap van de knol irriteert de huid.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond tijdens de groei gelijkmatig vochtig, maar nooit doornat. Gebruik water op kamertemperatuur.
- Luchtvochtigheid
- Zet de pot op een schaal met kiezels en water of tussen andere planten.
- Bemesten
- Van mei tot augustus om de 2 weken kamerplantenvoeding op halve sterkte.
- Bloeikolven
- Knip ze weg zodra ze verschijnen: zo gaat de energie naar het blad en de knol.
- Rust
- Vanaf september geleidelijk minder water geven en het blad laten afsterven. Bewaar de knol daarna droog bij 15–18 °C.
Tip: Laat het blad in de herfst afsterven, bewaar de knol droog bij 15–18 °C en pot hem in maart opnieuw op in verse potgrond. Giet na het oppotten spaarzaam tot het eerste blad verschijnt: zo rot de knol niet.
Wanneer snoei je een caladium?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Knip alleen beschadigde of vergeelde bladeren en de bloeikolven weg.
Hoe:
- Knip een vergeeld of gescheurd blad af aan de voet van de steel.
- Knip bloeikolven weg zodra je ze ziet, dan blijft de plant voller.
- Laat het blad in de herfst vanzelf afsterven en knip het pas weg als het helemaal verdroogd is.
Let op: Draag handschoenen bij elk werk aan de plant en was daarna je handen: het sap irriteert huid en ogen.
Vermeerderen
- Knol delen
- In maart, bij het oppotten: snijd een grote knol met een schoon mes in stukken met elk minstens één oog. Laat de snijwonden een paar dagen opdrogen voor je ze oppot.
- Bijknolletjes
- Kleine knolletjes naast de hoofdknol bij het oppotten voorzichtig losmaken en apart oppotten.
Hoe komt een caladium de winter door?
- In de winter rust hij als knol: het blad sterft af in oktober–november.
- Bewaar de knol droog en donker bij 15–18 °C, in de pot of in droog zand; kouder bewaren beschadigt de knol.
- Geef in de rustperiode geen water, zodat de knol niet rot.
- Pot hem in maart opnieuw op in verse potgrond en zet hem warm.
Ziektes en plagen
- Knolrot: De knol loopt niet uit of wordt zacht, door te veel water of kou. Giet spaarzaam tot de bladeren verschijnen en zet hem warm.
- Verbrand blad: Bruine, papierachtige vlekken door felle zon. Zet hem uit de directe zon.
- Bruine bladranden: Door droge lucht of tocht. Verhoog de luchtvochtigheid.
- Spint: Fijne spinsels en lichte stipjes op het blad bij droge lucht. Spoel het blad voorzichtig af en verhoog de luchtvochtigheid.
- Bladluis: Op jonge, opkrullende bladeren. Afspoelen met lauw water.
Het jaar rond
- Januari: Rust. De knol droog bewaren bij 15–18 °C.
- Februari: Rust. De knol controleren op rot.
- Maart: Knollen oppotten in verse potgrond. Warm zetten.
- April: Oppotten. Spaarzaam water tot de bladeren verschijnen.
- Mei: Bemesten. De grond vochtig houden.
- Juni: Bemesten. Bloeikolven wegknippen.
- Juli: Bemesten. Uit de felle zon houden.
- Augustus: Laatste keer bemesten. Letten op spint.
- September: Minder water geven.
- Oktober: Het blad laten afsterven. Bijna geen water meer.
- November: De knol droog en warm wegzetten.
- December: Rust bij 15–18 °C.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de caladium zijn giftig, vooral de knol en het sap: ze zitten vol naaldvormige kristallen (calciumoxalaat), die bij kauwen een pijnlijke zwelling van mond en keel geven en huid en ogen irriteren. In de herfst sterft het blad af en laat je de knol droog overwinteren: bewaar hem buiten het bereik van kinderen en huisdieren, en niet bij de aardappelen of andere knollen uit de keuken. De bonte bladeren staan vaak op kinderhoogte en trekken katten aan. Draag handschoenen bij het oppotten en scheuren van de knollen, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De bladeren zijn zo dun dat het licht erdoor schijnt; vandaar de Engelse naam ‘angel wings’, engelenvleugels.
- Hij hoort bij de aronskelkfamilie, net als de gatenplant en de anthurium.
- Het stadje Lake Placid in Florida noemt zich de caladiumhoofdstad van de wereld: rondom liggen grote velden waar de knollen gekweekt worden.