
Foto: Photo by David J. Stang, CC BY-SA 4.0 · bron
Siergras · Poaceae
Struisriet
Calamagrostis × acutiflora
In andere talen: Calamagrostide (Français) · Feather reed grass (English)
Struisriet is een siergras dat ontstaan is uit een kruising van twee Europese rietgrassen. Het vormt een smalle, kaarsrechte pol van donkergroen blad, met vanaf juni strakke pluimen die eerst paarsbruin kleuren en later goudgeel worden, als rijp graan. In bloei wordt het zo’n 1,5–1,8 m hoog, maar slechts 60 cm breed. ‘Karl Foerster’ is het bekendste ras; ‘Overdam’ heeft wit gestreept blad. Het loopt als een van de eerste siergrassen uit in het voorjaar en blijft tot diep in de winter rechtop staan.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1,6 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | februari |
|---|---|
| Hoogte | 1,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een struisriet?
- Groeivorm
- Smalle, rechtopstaande pol; in bloei 1,5–1,8 m hoog en 60 cm breed.
- Blad
- Donkergroen, smal en lijnvormig; de bladpol is 60–90 cm hoog en loopt al vroeg in het voorjaar uit.
- Pluim
- Smal en recht, vanaf juni; eerst paarsbruin, later goudgeel tot strokleurig.
- Wortels
- Compacte pol die langzaam breder wordt, zonder uitlopers.
- Zaad
- Maakt geen kiemkrachtig zaad, dus geen zaailingen.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: februari
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een sterke verticale lijn in de border, van juni tot in de winter.
- Blijft ook in de winter rechtop staan, mooi met rijp of sneeuw.
- Smal: past in kleine tuinen en is mooi als ritmische herhaling of als lage haag.
- Zaait zich niet uit en woekert niet.
- Niet kieskeurig: doet het ook op zware, vochtige kleigrond.
Waar staat een struisriet graag?
- Zon of lichte halfschaduw; in de zon blijven de halmen het stevigst.
- Bijna elke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Vochthoudend tot vochtig: hij verdraagt zware, natte kleigrond beter dan veel andere siergrassen.
- Plant 50–60 cm uit elkaar; als ritmische rij of haag op 40–50 cm.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 1,6 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Rode zonnehoed: Ronde, roze bloemen tegen de rechte lijnen.
- Salie: Blauwe aren aan de voet, in de vroege zomer.
- Hemelsleutel: Brede schermen in de nazomer.
- Duizendblad: Platte schermen als contrast met de rechte pluimen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een struisriet?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er wat compost door.
- Zet de pol even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Hou 50–60 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen flink water, en het eerste jaar ook bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna weinig zorg. In zeer droge grond blijft hij kleiner.
- Bemesten
- Een beetje compost in het voorjaar volstaat.
- Mulchen
- Een laag compost of bladaarde houdt de grond vochtig.
- Verjongen
- Na enkele jaren kan het hart kaal worden: scheur de pol dan in het voorjaar.
Tip: Plant hem in een rij of herhaal hem een paar keer in de border: de strakke pluimen geven zo rust en ritme.
Wanneer snoei je een struisriet?
Snoeimaanden: februari.
Wanneer: Eind februari, voor de nieuwe groei begint: hij loopt vroeg uit.
Hoe:
- Bind de pol samen met een touw en knip hem in één keer af.
- Knip terug tot 10–15 cm boven de grond.
- Zijn er al groene scheuten, knip er dan voorzichtig boven.
Let op: Wacht niet tot april: dan knip je de jonge scheuten mee af en ziet de pol er een tijd beschadigd uit.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april, net als de groei begint, of in september. Steek de pol met een scherpe spade in stukken en plant ze meteen opnieuw.
Hoe komt een struisriet de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard tot −30 °C: bescherming is niet nodig.
- Laat de pluimen staan: ze blijven rechtop en zijn mooi met rijp of sneeuw.
- In een pot: zet hem tegen een muur en zorg voor een goede afwatering.
Ziektes en plagen
- Roest: Oranjebruine puistjes op het blad in een vochtige zomer. Knip aangetaste bladeren weg en zorg voor een luchtige plek.
- Openvallen: In te veel schaduw of op te rijke grond vallen de halmen open. Zet hem in de zon en bemest minder.
- Kleine plant: In zeer droge grond blijft hij klein. Geef water in droge zomers en mulch.
- Kaal hart: Oudere pollen worden in het midden kaal. Scheur ze in het voorjaar.
Het jaar rond
- Februari: Eind februari terugknippen tot 10–15 cm.
- Maart: Nieuwe groei. Planten of scheuren. Compost geven.
- April: Planten of scheuren.
- Mei: Jonge planten water geven bij droogte.
- Juni: De eerste pluimen verschijnen, paarsbruin.
- Juli: De pluimen kleuren goudgeel.
- Augustus: Pluimen strokleurig. Water bij lange droogte.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Planten. Pluimen laten staan.
- December: De rechte halmen sieren de wintertuin.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Omdat hij geen kiemkrachtig zaad maakt, zaait hij zich nooit uit.
- Het ras ‘Karl Foerster’ is genoemd naar Karl Foerster (1874–1970), een Duitse kweker die siergrassen en vaste planten populair maakte.
- Het is een gras van het koele seizoen: hij groeit al in het vroege voorjaar en bloeit vroeg in de zomer.