Mariëtteklokje (Campanula medium)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 1.0 · bron

Eenjarige plant · Campanulaceae

Mariëtteklokje

Campanula medium

In andere talen: Campanule carillon (Français) · Canterbury bells (English)

Het mariëtteklokje (Campanula medium) is een tweejarige plant uit Zuid-Europa, vooral Italië en het zuidoosten van Frankrijk. Het eerste jaar vormt hij alleen een rozet van ruw behaarde bladeren; het tweede jaar groeien daaruit stevige stengels van 60–80 cm vol grote, opgeblazen klokken. Die bloeien in juni en juli in blauw, violet, roze of wit. Het is een klassieke boerentuinplant die tuiniers graag kweken voor de rijke, nostalgische bloei en als snijbloem. Bijzonder is de vorm ‘Calycanthema’, waarbij de kelk is uitgegroeid tot een gekleurd schoteltje onder de klok.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,8 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    juni–juli

Feiten op een rij
Hoogte0,8 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–juli

Herkennen

Hoe herken je een mariëtteklokje?

Groeivorm
Tweejarig: het eerste jaar een platte rozet, het tweede jaar rechtopgaande, vertakte bloemstengels van 60–80 cm hoog en 30 cm breed.
Blad
Langwerpig, ruw behaard en licht gegolfd, in een rozet; kleinere bladeren langs de stengel.
Bloem
Grote, opgeblazen klokken van 4–5 cm, rechtop of schuin aan de stengel, in juni en juli.
Kleur
Blauw, violet, lila, roze of wit.
Levensduur
Bloeit één keer in het tweede jaar en sterft na de zaadzetting af.

Bloei: juni–juli · Zaaien: mei–juni · Planten: september–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Rijke bloei met grote klokken in juni en juli, een echte blikvanger in een boerentuin of cottageborder.
  • Hommels en andere bijen kruipen helemaal in de klokken om nectar en stuifmeel te halen.
  • Een mooie, stevige snijbloem die lang goed blijft in de vaas.
  • Makkelijk zelf uit zaad te kweken, voor weinig geld veel planten.
  • Zachte kleuren die goed passen bij rozen en andere vroege zomerbloeiers.

Waar staat een mariëtteklokje graag?

  • Zon tot halfschaduw; in de volle zon bloeit hij het rijkst, in halfschaduw blijven de kleuren frisser.
  • Gewone, goed doorlatende tuingrond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
  • Normaal vochtig: de rozet verdraagt geen natte voeten in de winter.
  • Een beschutte plek voorkomt dat de zware stengels omwaaien. Reken op ongeveer 30 cm tussen de planten.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Normaal
Grootte
0,8 m hoog, 0,3 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -20 °C)

Mooi samen met

  • Roos: Bloeit in juni tegelijk; de klokken passen mooi bij oude rozen.
  • Vingerhoedskruid: Ook tweejarig, met hoge bloeiaren in dezelfde periode.
  • Stokroos: Een hoge, tweejarige boerentuinplant achter in de border.
  • Vrouwenmantel: Een zachte, groen-gele rand vooraan in de border.
  • Ridderspoor: Hoge blauwe aren die de kleuren van de klokken versterken.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een mariëtteklokje?

Planten in september–oktober.

  1. Zaai in mei of juni buiten in een zaaibak of zaaibed. Strooi het fijne zaad dun en druk het alleen aan, zonder het echt te bedekken.
  2. Houd de grond vochtig; na 2–3 weken komen de zaailingen op.
  3. Verspeen de zaailingen in aparte potjes als ze groot genoeg zijn om vast te pakken, en laat ze in de zomer verder groeien.
  4. Plant de jonge rozetten in september of oktober op hun bloeiplaats, ongeveer 30 cm uit elkaar en even diep als in het potje.
  5. Druk de grond aan en geef meteen water.

Verzorgen

Water
Jonge planten in potjes en pas geplante rozetten regelmatig water geven. Bloeiende planten alleen bij langdurige droogte.
Bemesten
In het voorjaar van het bloeijaar een handvol compost rond de rozet. Meer is niet nodig.
Steun
Zet in april of mei stokjes of een plantensteun bij de stengels: na regen buigen ze makkelijk om.
Uitgebloeide bloemen
Knip uitgebloeide klokken af, dan gaan de knoppen eronder nog open en bloeit hij langer.
Na de bloei
Laat een paar stengels zaad zetten als je wilt dat hij zich uitzaait; trek daarna de afgestorven plant uit.

Tip: Zaai in mei–juni, verspeen in potjes en plant in september op de bloeiplaats. Geef de hoge stengels steun; na de bloei sterft de plant af.

Wanneer snoei je een mariëtteklokje?

Wanneer: Het mariëtteklokje wordt niet gesnoeid. In juni en juli knip je uitgebloeide klokken af, en na de bloei ruim je de afgestorven plant op.

Hoe:

  • Knip uitgebloeide klokken een voor een af, net boven de stengel.
  • Is een hele stengel uitgebloeid, knip hem dan terug tot boven een zijscheut met knoppen.
  • Laat een paar stengels staan als je zaad wilt oogsten of wilt dat hij zich uitzaait.

Let op: Omdat hij tweejarig is, moet je elk jaar zaaien als je elk jaar bloemen wilt.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Zaai in mei–juni in een zaaibak of zaaibed buiten. Oogst eigen zaad in augustus uit de droge zaaddozen en bewaar het droog tot het volgende voorjaar.
Zelf uitzaaien
Op een open plek zaait hij zich soms vanzelf uit. Verplant de jonge rozetten in september naar de plek waar je ze wilt.

Hoe komt een mariëtteklokje de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • De rozetten zijn winterhard, tot ongeveer −20 °C: in België overleven ze de winter zonder bescherming.
  • Natte, zware grond in de winter is gevaarlijker dan vorst: zorg voor een goed doorlatende plek.
  • Bescherm de rozetten in de winter en het vroege voorjaar tegen slakken.
  • In een pot: zet hem in de winter tegen een muur, zodat de grond niet doorweekt raakt.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Eten in herfst, winter en voorjaar grote happen uit de rozetten. Raap ze ’s avonds weg en houd de omgeving open.
  • Omvallen: Zware stengels vol klokken vallen om na regen of wind. Zet tijdig een plantensteun.
  • Rot: In natte, zware grond rot de rozet in de winter weg. Plant op een goed doorlatende plek en meng eventueel grof zand door de grond.
  • Roest: Oranje puistjes onder de bladeren. Haal aangetaste bladeren weg en laat genoeg ruimte tussen de planten.

Het jaar rond

  • Maart: De rozetten groeien weer. Compost geven. Slakken in de gaten houden.
  • April: Plantensteun plaatsen bij de bloeiplanten.
  • Mei: Zaaien in een zaaibak of zaaibed. Eerste knoppen op de bloeiplanten.
  • Juni: Bloei. Uitgebloeide klokken afknippen. Nog zaaien kan.
  • Juli: Bloei. Bloemen snijden voor de vaas. Zaailingen verspenen.
  • Augustus: Zaad oogsten. Afgestorven planten opruimen. Jonge planten water geven.
  • September: Jonge rozetten uitplanten op hun bloeiplaats.
  • Oktober: Laatste planttijd. Slakken weghalen.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Campanula betekent in het Latijn ‘klokje’ en verwijst naar de vorm van de bloemen.
  • De Engelse naam ‘Canterbury bells’ zou volgens de overlevering verwijzen naar de belletjes aan de paarden van pelgrims op weg naar Canterbury.
  • Sommige wilde bijen, zoals de klokjesbijen, verzamelen alleen stuifmeel van klokjesbloemen.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…