Ceanothus (Ceanothus thyrsiflorus)

Foto: A. Barra, CC BY 3.0 · bron

Heester · Rhamnaceae

Ceanothus

Ceanothus thyrsiflorus

In andere talen: Céanothe (Français) · Blueblossom (English)

Ceanothus thyrsiflorus is een groenblijvende struik uit de kuststreek van Californië en Oregon, waar hij in het wild op zonnige hellingen groeit. In mei–juni zit hij vol dichte trossen van piepkleine, hemelsblauwe bloempjes, die bijen massaal bezoeken. Het kleine, glanzend donkergroene blad maakt hem ook buiten de bloei een mooie struik. Hij houdt van zon, warmte en doorlatende grond en verdraagt droogte goed, maar strenge vorst en natte winters minder. Bekende vormen zijn ‘Skylark’, met donkerblauwe bloemen, en de lage, kruipende variëteit repens.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    3 m

    hoog, 3 m breed

  • Bloei

    mei–juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni–juli
Hoogte3 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimei–juni

Herkennen

Hoe herken je een ceanothus?

Groeivorm
Brede, dichte struik tot 3 m hoog en breed; tegen een muur soms hoger.
Blad
Klein, ovaal, glanzend donkergroen, met drie duidelijke nerven vanaf de voet; groenblijvend.
Bloem
Dichte, pluimvormige trossen met piepkleine bloempjes, in mei–juni.
Kleur
Licht- tot donkerblauw, bij enkele rassen wit.
Wortels
Met knolletjes waarin bacteriën stikstof uit de lucht binden.

Bloei: mei–juni · Planten: april–mei · Snoeien: juni–juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de weinige struiken met echt blauwe bloemen, in mei–juni.
  • De bloemtrossen zoemen van de bijen.
  • Groenblijvend: ook in de winter een frisse, glanzende struik.
  • Droogtebestendig als hij eenmaal goed geworteld is: ideaal voor een zonnige, droge plek.
  • Mooi als losse struik, tegen een muur geleid of als informele haag.

Waar staat een ceanothus graag?

  • Volle zon, het liefst tegen een zuid- of westmuur.
  • Goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot neutraal; zware, natte klei verdraagt hij niet.
  • Beschut tegen koude oosten- en noordenwind, die het groenblijvende blad in de winter kan doen verbranden.
  • Reken op 2–3 m ruimte: hij groeit snel en verdraagt verplanten slecht.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Droog of normaal
Grootte
3 m hoog, 3 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -15 °C)

Mooi samen met

  • Lavendel: Ook zonminnend en droogtebestendig, met een andere tint blauw.
  • Rozemarijn: Groenblijvend, geurend en tevreden met dezelfde droge, zonnige plek.
  • Cistus: Bloeit in roze en wit aansluitend op de ceanothus, op dezelfde warme plek.
  • Salie: Grijsgroen blad en een kruidige geur in een mediterrane hoek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een ceanothus?

Planten in april–mei.

  1. Plant in april–mei, zodat hij voor de winter goed geworteld is.
  2. Kies een jonge plant in pot: grote, oudere planten slaan slecht aan.
  3. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; meng bij zware grond grof zand of grind door de grond, geen mest.
  4. Zet de plant even diep als in de pot, druk aan en giet flink aan.
  5. Geef het eerste jaar water bij droogte en span tegen een muur draden om de takken aan te binden.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar bij droogte; daarna is hij droogtebestendig en heeft hij weinig nodig.
Bemesten
Niet nodig: te veel voeding geeft zacht, vorstgevoelig hout.
Mulchen
Een laag grind of fijne schors houdt de voet droog en onkruidvrij.
Aanbinden
Tegen een muur bind je de hoofdtakken los aan draden.

Tip: Plant hem in volle zon op een beschutte plek met goed doorlatende grond. Snoei alleen licht, meteen na de bloei: in oud hout loopt hij slecht uit.

Wanneer snoei je een ceanothus?

Snoeimaanden: juni–juli.

Wanneer: Meteen na de bloei, eind juni of begin juli.

Hoe:

  • Kort de uitgebloeide scheuten wat in, tot hooguit een derde van de nieuwe groei.
  • Snoei alleen in groen, bebladerd hout.
  • Knip tegen een muur de scheuten die naar voren groeien terug.

Let op: Snoei nooit in oud, kaal hout: daar loopt hij slecht of niet meer uit.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Halfrijpe stekken
In juli–augustus stekken van 10 cm in een zanderig stekmengsel, beschut en licht vochtig. Overwinter de jonge plantjes vorstvrij.

Hoe komt een ceanothus de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters goed, maar in strenge winters kan hij beschadigd raken.
  • Leg bij strenge vorst een vliesdoek over jonge planten, zeker de eerste jaren.
  • Natte grond in de winter is vaak een grotere vijand dan de vorst zelf.
  • Schud zware sneeuw van de takken, anders breken ze.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: De struik verwelkt en sterft plots af, meestal op natte, zware grond. Plant op een goed doorlatende plek.
  • Vorstschade: Bruin blad en dode twijgtoppen na een strenge winter. Wacht tot hij weer uitloopt en knip dan alleen het dode hout weg.
  • Korte levensduur: Hij wordt vaak niet heel oud en kan na een aantal jaren onderaan kaal worden. Neem tijdig een stek als opvolger.
  • Geel blad: Op kalkrijke grond kan het blad geel worden. Plant op zure tot neutrale grond.

Het jaar rond

  • Januari: Zware sneeuw van de takken schudden.
  • April: Planten. Draden spannen tegen een muur.
  • Mei: Begin van de bloei, vol bijen. Planten.
  • Juni: Bloei. Meteen na de bloei licht snoeien.
  • Juli: Snoei afwerken. Halfrijpe stekken nemen.
  • Augustus: Halfrijpe stekken nemen. Enkel water bij lange droogte.
  • November: Vliesdoek klaarleggen voor strenge vorst.
  • December: Bij strenge vorst jonge planten afdekken.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Aan zijn wortels leven bacteriën die stikstof uit de lucht binden, net zoals bij vlinderbloemigen. Daardoor groeit hij ook op schrale grond goed.
  • Ondanks de Engelse naam ‘Californian lilac’ is hij geen familie van de sering: hij hoort bij de wegedoornfamilie.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…