
Foto: Dalton Holland Baptista, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Orchidaceae
Coelogyne
Coelogyne cristata
In andere talen: Crested coelogyne (English)
Coelogyne cristata komt uit de bergbossen van de Himalaya, waar hij op boomtakken en rotsen groeit in koele, vochtige lucht. Het is een orchidee met eivormige schijnknollen en smalle, leerachtige bladeren. In de winter en het vroege voorjaar hangen er trossen met geurende, sneeuwwitte bloemen aan, met een gele tot oranje kam op de lip. Kamerplantliefhebbers waarderen hem omdat hij kouder staat dan de meeste orchideeën en met een koele, droge winterrust jaar na jaar rijk bloeit. Hoe voller de pot met schijnknollen, hoe meer bloemen.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
januari–april
| Hoogte | 0,3 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | januari–april |
Herkennen
Hoe herken je een coelogyne?
- Groeivorm
- Epifytische orchidee die een dichte pol vormt, ongeveer 30 cm hoog en 50 cm breed, met 5–8 cm lange schijnknollen op een kruipende wortelstok.
- Blad
- Per schijnknol twee smalle, leerachtige bladeren van 15–30 cm, glanzend donkergroen.
- Bloem
- Hangende trossen van 5–10 witte bloemen van 5–8 cm, met een gele tot oranje kam op de lip, van januari tot april.
- Geur
- Zacht en zoetig, vooral overdag in een warme kamer.
- Wortels
- Dikke, witte luchtwortels die houvast zoeken in schors; ze houden niet van natte voeten.
Bloei: januari–april · Planten: april–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van januari tot april, in de donkerste maanden van het jaar.
- De sneeuwwitte bloemen met gele kam geuren zacht.
- Heeft geen warme kamer nodig: een koele, lichte plek in huis is genoeg.
- Blijft jaren in dezelfde pot en wordt met de jaren een imposante pol.
- Mooi blad en mooie schijnknollen, ook als de plant niet bloeit.
Waar staat een coelogyne graag?
- Veel licht, maar geen felle middagzon: een oost- of westraam, of een raam op het noorden met veel daglicht.
- In de zomer gerust op een beschutte plek buiten in de halfschaduw, zonder harde wind of regen op de schijnknollen.
- Groeit het best bij 18–24 °C overdag en een koelere nacht; in de winter 8–12 °C, nooit onder 5 °C.
- Zorg voor een vochtigheid van ongeveer 50–70 %: zet de pot op een schaal met vochtige kleikorrels, zonder dat de pot in het water staat.
- Een pot met genoeg ruimte voor groei naar voren; de nieuwe schijnknollen komen aan de rand van de pot.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
- Phalaenopsis: Zelfde licht en vochtigheid, maar bloeit op een ander moment en staat warmer.
- Paphiopedilum: Een andere orchidee voor een lichte, niet te warme plek.
- Varens: Houden de lucht rond de plant vochtiger en zijn mooi naast de bloemtrossen.
- Calathea: Het sierlijke blad past bij de vochtige, lichte sfeer van een kleine kamerkas.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een coelogyne?
Planten in april–mei.
- Pot hem op in april–mei, direct na de bloei, zodra de nieuwe scheuten verschijnen. Doe dit maar om de 2–3 jaar of als de knollen over de rand hangen.
- Kies een ondiepe, brede pot met afvoergaten, niet veel groter dan de pol.
- Gebruik grove orchideeënschors, eventueel gemengd met wat veenmos en perliet: lucht en vocht moeten erdoor.
- Zet de oudste schijnknollen tegen de rand en laat ruimte vóór de nieuwe scheuten. Begraaf de schijnknollen niet: ze moeten half boven het substraat blijven.
- Geef de eerste twee weken na het verpotten weinig water en nevel alleen de schors, zodat de beschadigde wortels kunnen herstellen.
Verzorgen
- Water
- In het groeiseizoen (april–september) ruim water zodra de schors aan de bovenkant droog is, bij voorkeur met regenwater of ander kalkarm water. Laat de pot nooit in water staan.
- Bemesten
- Van april tot augustus om de 2–3 weken een halve dosis orchideeënvoeding in het gietwater. Stop vanaf september.
- Luchtvochtigheid
- Houd de lucht vochtig met een schaal kleikorrels en nevel de bladeren ’s ochtends; laat de knoppen en bloemen droog.
- Rustperiode
- Van november tot de knoppen verschijnen: koel (8–12 °C) en bijna droog. Geef alleen een beetje water als de schijnknollen gaan rimpelen.
- Na de bloei
- Knip de bloemstengel af zodra alle bloemen verlept zijn en hervat dan geleidelijk het water.
Tip: Houd hem in de winter koel (8–12 °C) en bijna droog tot de knoppen verschijnen. Verpot zelden: hij bloeit het best als de pot vol schijnknollen zit.
Wanneer snoei je een coelogyne?
Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid. Knip alleen de uitgebloeide bloemstengel af, meestal in april–mei.
Hoe:
- Knip de verlepte bloemstengel met een schone schaar tot net boven de schijnknol af.
- Verwijder volledig verdorde bladeren aan de voet.
- Laat oude, kale schijnknollen zitten zolang ze stevig zijn: ze voeden nog de nieuwe scheuten.
- Desinfecteer de schaar met alcohol tussen twee planten.
Vermeerderen
- Delen
- Na de bloei, bij het verpotten: snijd de pol in stukken met minstens 3–4 schijnknollen en pot ze apart op. Kleinere stukken groeien traag en bloeien pas na enkele jaren.
Hoe komt een coelogyne de winter door?
- Hij is niet winterhard en moet het hele jaar binnen blijven bij minstens 5 °C.
- Geef hem in de winter een koele plek van 8–12 °C, bijvoorbeeld een lichte, onverwarmde kamer, en houd hem bijna droog tot de knoppen verschijnen.
- Zet hem niet boven de radiator: warmte en droge lucht kosten bloemknoppen of laten ze afvallen.
Ziektes en plagen
- Geen bloemen: Meestal ontbreekt de koele, droge rust in de winter. Zet de plant van november tot de knoppen verschijnen koel en bijna droog en geef in de zomer genoeg licht.
- Gerimpelde schijnknollen: De plant is te droog of de wortels zijn beschadigd. Controleer de wortels en geef in het groeiseizoen weer meer water. In de winterrust zijn lichte rimpels normaal.
- Rotte voet of zwarte plekken: Door te veel water of water dat in de nieuwe scheuten blijft staan. Laat het substraat opdrogen, giet aan de rand van de pot en verwijder rotte delen.
- Spint en schildluis: Fijne webjes en vale blaadjes (spint) of bruine schilden en kleverig blad (schildluis). Wrijf de bladeren schoon met een vochtige doek, verhoog de luchtvochtigheid en herhaal wekelijks.
Het jaar rond
- Januari: Bloei. Koel en licht zetten, spaarzaam water.
- Februari: Bloei. Niet verplaatsen en niet natspuiten op de bloemen.
- Maart: Bloei. Zodra de nieuwe scheuten groeien, langzaam meer water geven.
- April: Uitgebloeid: bloemstengel afknippen. Verpotten indien nodig. Beginnen met bemesten.
- Mei: Verpotten indien nodig. Ruim water geven. Om de 2–3 weken voeding.
- Juni: Groeiseizoen: ruim water, hoge luchtvochtigheid. Gerust buiten in de halfschaduw.
- Juli: Groeiseizoen: water en voeding. Beschermen tegen felle middagzon.
- Augustus: Groeiseizoen: nog voeding. De nieuwe schijnknollen worden dik.
- September: Voeding stoppen en minder water geven. Weer binnen vóór de nachten koud worden.
- Oktober: Koeler zetten, minder water.
- November: Rust: koel (8–12 °C) en bijna droog tot de knoppen verschijnen.
- December: Rust. Zodra de bloemknoppen groeien, weer iets meer water geven.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De geslachtsnaam komt uit het Grieks: koilos (hol) en gyne (vrouwelijk), naar de holle stempel van de bloem.
- De soortnaam cristata betekent ‘met een kam’ en verwijst naar de gele, gekamde richels op de lip van de bloem.
- In de natuur groeit hij in de bergen van de Himalaya, waar de winters koel en droog zijn. Dat verklaart de behoefte aan een koele rustperiode.