
Foto: AnRo0002, CC0 · bron
Heester · Fabaceae
Blazenstruik
Colutea arborescens
In andere talen: Baguenaudier (Français) · Bladder senna (English)
De blazenstruik komt uit Zuid-Europa en Noord-Afrika, waar hij groeit op droge, zonnige hellingen en in lichte bossen. Het is een snelgroeiende, losse struik van 2–3 m met grijsgroen, geveerd blad dat wat doet denken aan dat van een robinia. Van mei tot augustus verschijnen gele vlinderbloemen, vaak met een rood vlekje, in kleine trosjes. Ze worden gevolgd door opvallende, opgeblazen peulen als kleine lampionnetjes, eerst lichtgroen en later rossig tot bruin. Tuiniers waarderen hem omdat hij lang bloeit, zonder zorg groeit op arme, droge en kalkrijke grond, en om zijn peulen die knallen als je erin knijpt.
Let op: De zaden en het blad zijn giftig en geven bij inname maag- en darmklachten. Leer kinderen dat ze de peulen niet openmaken om de zaden te eten, en hou weidedieren uit de buurt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
3 m
hoog, 3 m breed
Bloei
mei–augustus
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een blazenstruik?
- Groeivorm
- Losse, rechtopgaande tot licht overhangende struik van 2–3 m hoog en even breed; groeit snel.
- Blad
- Geveerd, met 7–13 ovale deelblaadjes van 1–3 cm, mat grijsgroen; valt in de herfst af zonder veel kleur.
- Bloem
- Gele vlinderbloemen van ongeveer 2 cm, vaak met een rode tekening op het bovenste kroonblad, in trosjes van 3–8, van mei tot augustus.
- Vrucht
- Opgeblazen, papierachtige peulen van 5–8 cm, eerst lichtgroen, later rossig tot bruin; ze knallen als je erin knijpt. De zaden zijn giftig.
- Wortels
- Diep, met wortelknolletjes waarin bacteriën stikstof uit de lucht vastleggen; daardoor groeit hij op heel arme grond.
Bloei: mei–augustus · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit maandenlang, van mei tot in augustus, terwijl de eerste peulen al aan de struik hangen.
- De opgeblazen peulen zijn een blikvanger van de zomer tot in de herfst.
- Hommels en bijen bezoeken de bloemen.
- Groeit op arme, droge, kalkrijke en stenige grond en verdraagt droogte en hitte goed.
- Groeit snel: ideaal om een kale plek, een talud of een nieuwe tuin vlot te vullen.
Waar staat een blazenstruik graag?
- Volle zon: daar bloeit hij het rijkst en blijft hij het meest compact.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk. Arme, stenige en droge grond is ideaal.
- Geen natte of drassige grond.
- Reken op 2–3 m ruimte per plant; in een vrij uitgroeiende haag op 1,5 m.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Russische salie: Blauwe aren naast de gele bloemen, op dezelfde zonnige, droge plek.
- Kogeldistel: Staalblauwe bollen voor bijen en een stoer contrast.
- Lavendel: Een geurige, lage voorgrond op droge, kalkrijke grond.
- Vedergras: Luchtige halmen die bewegen in de wind, naast het fijne, grijsgroene blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een blazenstruik?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in maart–april of in oktober–november, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; compost of mest is niet nodig.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef meteen een flinke gieter water en het eerste jaar water bij langdurige droogte.
- Leg een laag grind of houtsnippers rond de voet tegen onkruid.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte; daarna redt hij zich ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig: hij legt zelf stikstof vast. Mest geeft lange, slappe takken en minder bloemen.
- Peulen
- Laat ze hangen voor de sier; knip ze weg als je geen zaailingen wilt.
- Zaailingen
- Hij zaait zich soms uit op open grond. Trek jonge plantjes tijdig uit.
- Vorm
- Snoei hem elk voorjaar (zie snoeien), anders wordt hij snel slordig en onderaan kaal.
Tip: Snoei hem elk jaar in maart flink in: zo blijft hij compact en bloeit hij rijk op de nieuwe takken. Hij hoort thuis op een arme, droge plek; in rijke grond groeit hij vooral in het blad.
Wanneer snoei je een blazenstruik?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de struik uitloopt. Hij bloeit op de takken van dit jaar, dus een voorjaarssnoei kost geen bloemen.
Hoe:
- Kort de takken van vorig jaar in tot een paar knoppen boven het oudere hout.
- Haal dode, zwakke en kruisende takken weg.
- Een kaal geworden struik kun je flink terugzetten, tot 30–50 cm boven de grond: hij loopt meestal goed opnieuw uit.
- Wil je een kleinere struik, snoei dan elk jaar stevig in plaats van om de paar jaar heel hard.
Let op: Snoei niet in de zomer: dan knip je bloemknoppen en peulen weg.
Vermeerderen
- Zaaien
- Verzamel rijpe zaden in de herfst. Laat ze in het voorjaar een nacht weken in lauw water en zaai ze in een pot of zaaibak; ze kiemen vlot.
- Halfrijpe stekken
- In juli–augustus stekken van 10 cm van zijscheuten, in zanderige stekgrond onder plastic of in een koude bak.
Hoe komt een blazenstruik de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- In een strenge winter kunnen de toppen van jonge scheuten wat terugvriezen; die knip je in maart bij de snoei weg.
- Voor een pot is hij minder geschikt: hij wordt groot en wortelt diep.
Ziektes en plagen
- Kaal en slordig: Zonder snoei wordt hij lang, onderaan kaal en valt hij uit elkaar. Snoei elk jaar in maart.
- Zaailingen: Hij zaait zich uit op open grond. Knip de peulen weg of trek jonge plantjes tijdig uit.
- Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
- Wortelrot: Op natte grond kwijnt hij weg en sterven takken af. Plant hem op een droge, goed doorlatende plek.
Het jaar rond
- Maart: Snoeien: takken van vorig jaar inkorten. Planten.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Mei: Begin van de bloei.
- Juni: Bloei; hommels op de bloemen. De eerste peulen verschijnen.
- Juli: Bloei en peulen tegelijk. Halfrijpe stekken nemen.
- Augustus: Laatste bloemen. Jonge planten water geven bij lange droogte.
- September: De peulen kleuren rossig tot bruin. Zaad verzamelen.
- Oktober: Planten. Peulen wegknippen als je geen zaailingen wilt.
- November: Planten.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. De zaden en het blad van de blazenstruik zijn giftig en geven maag- en darmklachten. Kinderen laten de opgeblazen peulen graag knallen: dat mag, maar leer hen dat de zaden erin geen erwten zijn en dat ze er niet van eten. Het blad werd vroeger als laxeermiddel gebruikt, in plaats van senna (vandaar de Engelse naam bladder senna): zet er geen thee van. Houd weidedieren uit de buurt. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam blazenstruik verwijst naar de peulen, die opgeblazen zijn als kleine blaasjes.
- Het Franse werkwoord ‘baguenauder’, lanterfanten, is afgeleid van ‘baguenaude’, de naam van zijn peul.
- Er bestaat een verwante kruising, Colutea × media, met oranjerode tot koperkleurige bloemen.