Foto: Père Igor, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Rosaceae
Cotoneaster
Cotoneaster dammeri
In andere talen: Cotonéaster de Dammer (Français) · Bearberry cotoneaster (English)
Deze kruipende cotoneaster komt uit de bergen van Centraal-China. Het is een groenblijvende, platte heester van amper 20 cm hoog, met lange takken die tot 2 m uitlopen en wortelen waar ze de grond raken. Hij heeft kleine, glanzend donkergroene blaadjes, witte bloempjes in mei en juni en daarna heldere rode besjes die tot in de winter blijven hangen. Tuiniers gebruiken hem om snel een talud, een moeilijke helling of een grote border onder heesters af te dekken. Hij is sterk, weinig veeleisend en geeft het hele jaar door groen.
Let op: De bessen zijn licht giftig: laat kinderen en huisdieren ze niet eten. Cotoneaster kan bacterievuur krijgen, een bacterieziekte die ook appel- en perenbomen aantast; verwijder aangetaste takken meteen.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 2 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 0,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een cotoneaster?
- Groeivorm
- Kruipende, platte heester van 15–20 cm hoog, met takken die tot 2 m lang worden en op de grond wortelen.
- Blad
- Klein, ovaal, 1,5–3 cm, leerachtig en glanzend donkergroen; groenblijvend, in de winter soms paarsig getint.
- Bloem
- Witte, open bloempjes van ongeveer 1 cm, alleen of per twee, in mei en juni.
- Vrucht
- Kleine, ronde, koraalrode bessen vanaf september, die lang aan de takken blijven.
- Wortels
- Fijn en vertakt; de takken maken nieuwe wortels waar ze de grond raken.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een groenblijvende bodembedekker die het hele jaar groen geeft en onkruid onderdrukt.
- Houdt met zijn wortelende takken de grond van een talud of helling vast.
- De witte bloempjes in mei–juni zijn een trekpleister voor bijen.
- Rode bessen in de herfst en winter: voedsel voor vogels.
- Groeit in zon, halfschaduw én schaduw, op bijna elke grond.
Waar staat een cotoneaster graag?
- Zon, halfschaduw of schaduw; in de zon bloeit hij het rijkst en draagt hij de meeste bessen.
- Elke gewone tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot gewoon vochtig; eenmaal geworteld verdraagt hij een droge periode goed.
- Reken op 3–4 planten per m² voor een snel gesloten bodembedekking.
- Geschikt voor taluds, hellingen en onder grotere heesters.
- Licht
- Zon, halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,2 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Narcis: Steekt in het voorjaar door de lage mat en bloeit geel boven het donkere blad.
- Rotsooievaarsbek: Een andere sterke bodembedekker voor zon en schaduw, met roze bloemen in juni.
- Mahonie: Een hogere, groenblijvende heester met gele bloemen in het vroege voorjaar, voor achteraan.
- Siergrassen: Een luchtig contrast boven de platte, donkere mat.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een cotoneaster?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond eerst onkruidvrij en haal vooral wortelonkruid zoals kweek en zevenblad weg.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en zet de plant even diep als in de pot.
- Plant 3–4 stuks per m², op ongeveer 50–55 cm van elkaar.
- Geef ruim water en leg een laag houtsnippers tussen de planten tegen onkruid.
- Hou het eerste jaar het onkruid weg tot de planten aan elkaar groeien.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte geregeld water geven; daarna is dat zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig. Eventueel in het voorjaar wat compost.
- Wieden
- De eerste een à twee jaar wieden, tot de takken een gesloten mat vormen.
- Bladafval
- Hark in de herfst dikke lagen gevallen bladeren van de mat, zodat hij niet verstikt.
- Bijknippen
- Enkel takken inkorten die over een pad of het gazon groeien.
Tip: Haal vóór het planten alle wortelonkruid weg en leg een laag houtsnippers tussen de jonge planten: eens de mat gesloten is, heb je er bijna geen werk meer aan.
Wanneer snoei je een cotoneaster?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: Snoeien is zelden nodig. Knip in maart–april takken in die te ver uitlopen of over een pad of rand groeien.
Hoe:
- Knip te lange takken terug tot net boven een zijtak.
- Haal dode of door de winter beschadigde takken weg.
- Een oude, kale plant kun je in het voorjaar flink inkorten; meestal loopt hij goed opnieuw uit.
Let op: Snoei liefst niet in de zomer of herfst: dan knip je de bessen voor de vogels weg.
Vermeerderen
- Afleggers
- De takken wortelen vanzelf waar ze de grond raken. Knip in het voorjaar of de herfst een gewortelde tak los en plant hem elders.
- Halfrijpe stekken
- In juli–augustus stekken van 10 cm nemen, in vochtige stekgrond onder plastic of in een koude bak zetten. Na enkele weken vormen ze wortels.
Hoe komt een cotoneaster de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België is meestal geen bescherming nodig.
- In strenge winters of op een plek met koude, droge oostenwind kan het blad bruin worden of afvallen; in het voorjaar loopt hij weer uit.
- De bessen blijven in de winter hangen en zijn voer voor merels en lijsters.
- In een pot of bak: zet hem beschut en geef bij droog winterweer af en toe water.
Ziektes en plagen
- Bacterievuur: Bloemen, bladeren en twijgtoppen worden plots bruin tot zwart, alsof ze verschroeid zijn, en de toppen krullen om als een herdersstaf. Knip aangetaste takken ruim in het gezonde hout weg, ontsmet je schaar en gooi het afval niet op de composthoop.
- Bladluis: Kleine luizen op de jonge twijgen in het voorjaar. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes en vogels doen de rest.
- Schildluis: Bruine, bolle schildjes op de takken. Wegborstelen of de aangetaste takken wegknippen.
- Onkruid in de mat: Gras en wortelonkruid groeien tussen de takken. Plant op onkruidvrije grond en wied de eerste jaren regelmatig.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Te lange of bevroren takken wegknippen.
- April: Planten. Wieden en mulchen.
- Mei: Bloei: vol bijen.
- Juni: Bloei. Wieden tussen de jonge planten.
- Juli: Halfrijpe stekken nemen. Jonge planten water geven bij droogte.
- September: Rode bessen. Planten.
- Oktober: Planten. Gevallen bladeren van de mat harken.
- December: Bessen als wintervoer voor vogels.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. De rode bessen van cotoneaster zijn licht giftig: de zaden bevatten stoffen die blauwzuur kunnen vrijmaken. Wie er een paar eet, merkt meestal niets, maar een grotere hoeveelheid kan buikpijn, braken en diarree geven, ook bij honden en katten. De bessen hangen van de herfst tot diep in de winter, vaak op kinderhoogte of bij de kruipende soorten vlak langs een pad, en trekken kleine kinderen aan. Leer hen dat het bessen voor de vogels zijn en pluk ze weg waar peuters spelen. Vogels eten ze wel zonder problemen en verspreiden zo de zaden. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De plant is genoemd naar de Duitse botanicus Udo Dammer.
- De naam Cotoneaster komt van het Latijnse cotoneum (kweepeer) en het achtervoegsel -aster (lijkend op): de plant werd met een kweepeer vergeleken.
- Cotoneasters horen bij de rozenfamilie, net als appel, peer en meidoorn.