
Foto: Nadiatalent, Public domain · bron
Boom · Rosaceae
Hanenspoordoorn
Crataegus crus-galli
In andere talen: Aubépine ergot-de-coq (Français) · Cockspur thorn (English)
De hanenspoordoorn is een kleine boom uit het oosten van Noord-Amerika. Hij groeit breder dan hoog, met een vlakke, afgeronde kroon en lange, scherpe doornen die aan een hanenspoor doen denken. In mei en juni is hij bedekt met witte bloemschermen die bijen en andere insecten trekken. Daarna volgen rode besjes die tot ver in de winter blijven hangen. Het glanzende, donkergroene blad kleurt in de herfst oranje tot rood. De boom is zeer winterhard, verdraagt wind, stadsgrond en snoei en bestaat ook in een doornloze vorm.
Let op: Lange, scherpe doornen: draag handschoenen en een bril bij het werk aan de boom en plant hem niet waar kinderen spelen of langs smalle paden.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
7 m
hoog, 8 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | januari–februari |
|---|---|
| Hoogte | 7 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een hanenspoordoorn?
- Groeivorm
- Kleine boom van ongeveer 7 m hoog en 8 m breed, met een brede, vlakke tot afgeronde kroon en vaak horizontaal gespreide takken.
- Blad
- Omgekeerd eirond tot spatelvormig, 4–8 cm lang, donkergroen en glanzend, met een gezaagde rand; in de herfst oranje tot rood.
- Doornen
- Rechte, scherpe doornen van enkele cm tot ongeveer 7 cm lang op de takken; de doornloze vorm heeft ze niet.
- Bloem
- Witte bloemen in losse schermen, in mei en juni.
- Vrucht
- Ronde, donkerrode besjes van ongeveer 1 cm, vanaf de herfst, vaak tot in de winter aan de boom.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: januari–februari
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Rijke witte bloei in mei en juni: een bron van nectar en stuifmeel voor bijen en andere insecten.
- De rode besjes blijven tot in de winter hangen en zijn voedsel voor vogels.
- Glanzend blad met een oranje tot rode herfstkleur.
- De dichte, doornige kroon geeft vogels veilige beschutting en nestgelegenheid.
- Taai en weinig veeleisend: verdraagt wind, stadsgrond en wisselend vocht.
Waar staat een hanenspoordoorn graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit en kleurt hij het best.
- Gewone tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Hij is niet kieskeurig.
- Normaal tot droog; hij verdraagt droge perioden, maar geen blijvend natte voeten.
- Verdraagt wind en stadslucht goed.
- Reken op 7–8 m ruimte, want hij wordt breder dan hoog. Plant hem niet langs een smal pad of een speelplek vanwege de doornen.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 7 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Hondsroos: Inheemse struik die in dezelfde natuurlijke haag past en vogels van rozenbottels voorziet.
- Rode kornoelje: Rode twijgen in de winter en bessen voor vogels, naast de rode meidoornbesjes.
- Gewone vlier: Bloeit na de meidoorn en geeft vogels in de nazomer bessen.
- Sneeuwklokje: Bloeit onder de nog kale boom, voor die uitloopt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een hanenspoordoorn?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant in maart–april of van oktober tot december, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en even diep. Maak de wanden los zodat de wortels makkelijk doorgroeien.
- Zet de boom even diep als hij in de pot of kluit stond: de wortelhals blijft op grondniveau.
- Plaats een boompaal en bind de stam los vast met een boomband. Houd 6–8 m afstand tot gebouwen en andere bomen.
- Geef meteen ruim water, ook als het regent, zodat de grond goed tegen de wortels sluit.
- Leg een laag mulch van 5–8 cm bladcompost of houtsnippers rond de boom, maar laat de stam vrij.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna redt hij zich meestal zelf.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Op arme grond in maart een laagje compost of organische mest.
- Mulchen
- Een laag bladcompost of houtsnippers houdt de grond vochtig en weert onkruid.
- Steun
- Houd de boompaal de eerste 2–3 jaar en controleer de boomband, zodat hij niet insnijdt.
- Gras en onkruid
- Houd een cirkel van ongeveer 1 m rond de stam vrij van gras, zodat de jonge boom geen concurrentie heeft.
Tip: Laat de rode besjes in de winter hangen: ze sieren de tuin en voeden de vogels. Kies de doornloze vorm als er kinderen in de tuin spelen.
Wanneer snoei je een hanenspoordoorn?
Snoeimaanden: januari–februari.
Wanneer: In januari–februari, bij vorstvrij weer, als de boom in rust is. Verder heeft hij weinig snoei nodig.
Hoe:
- Verwijder dode, gebroken en kruisende takken.
- Haal wortelopslag en scheuten langs de stam weg.
- Kort te lange zijtakken in om de vorm te behouden; hij verdraagt snoei goed.
- Ruim de afgeknipte takken meteen op: de doornen blijven lang scherp.
Let op: Draag stevige handschoenen en een veiligheidsbril: de doornen zijn lang en scherp en kunnen diepe wonden geven.
Vermeerderen
- Zaaien
- Het zaad heeft een lange kiemrust. Verzamel de pitten in de herfst, laat ze in vochtig zand overwinteren en zaai ze buiten. Het kan een of twee winters duren voor ze kiemen.
- Enten
- Selecties en de doornloze vorm worden op een onderstam geënt. Dat is werk voor de kweker; thuis is het lastig.
Hoe komt een hanenspoordoorn de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: geen bescherming nodig in België.
- Laat de besjes hangen: ze sieren de boom en voeden vogels in de winter.
- Controleer bij jonge bomen na een storm of de boompaal en boomband nog goed zitten.
Ziektes en plagen
- Bacterievuur: Takken en bloemen zien er verschroeid uit en jonge scheuttoppen buigen om als een herdersstaf. Snoei aangetaste takken ruim in het gezonde hout en ontsmet je schaar. Vraag bij twijfel advies aan een boomverzorger.
- Meeldauw: Wit poeder op jong blad en scheuten. Knip aangetaste scheuten weg en houd de kroon luchtig.
- Bladvlekken: Bruine tot zwarte vlekjes en vroege bladval. Ruim het afgevallen blad op en verwijder aangetaste takjes.
- Bladluis en rupsen: Plaatselijk op jonge scheuten in mei. Laat lieveheersbeestjes en vogels hun werk doen; spuit ze anders af met water.
Het jaar rond
- Januari: Zo nodig snoeien bij vorstvrij weer.
- Februari: Snoeien: dode en kruisende takken weg.
- Maart: Planten kan weer. Boompaal en boomband controleren.
- April: Planten. Mulch aanbrengen en water geven.
- Mei: Bloei begint. Letten op bacterievuur en bladluis.
- Juni: Bloei. Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Jonge bomen water geven bij droogte.
- September: De besjes kleuren rood.
- Oktober: Herfstkleur oranje tot rood. Planten.
- November: Planten. Besjes laten hangen voor de vogels.
- December: Planten bij vorstvrij weer.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam crus-galli is Latijn voor hanenspoor en verwijst naar de lange, scherpe doornen.
- Meidoorns horen tot de rozenfamilie, net als appel, peer en roos. Daarom kunnen ze ook last krijgen van bacterievuur.
- De geslachtsnaam Crataegus komt van het Griekse kratos (kracht) en akis (scherp), een verwijzing naar de doornen.