
Foto: KENPEI, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Iridaceae
Montbretia
Crocosmia × crocosmiiflora
In andere talen: Montbrétia (Français)
Montbretia (Crocosmia × crocosmiiflora) is een tuinhybride van twee Zuid-Afrikaanse soorten, rond 1880 in Frankrijk gekweekt door de bekende kweker Victor Lemoine. Uit kleine knolletjes groeien waaiers van smal, zwaardvormig, geplooid blad. Van juli tot september staan daarboven sierlijke, licht overhangende, vertakte aren met trechtervormige bloemen in oranje, rood of geel. Tuiniers houden van hem voor de warme kleuren in de nazomer, als snijbloem en omdat hij weinig verzorging vraagt. Bekende rassen zijn ‘Emily McKenzie’, met grote oranje bloemen met een donker hart, en ‘Solfatare’, met abrikooskleurige bloemen en bronskleurig blad.
Let op: Montbretia breidt zich via knolletjes snel uit en is in delen van West-Europa verwilderd langs bermen, waterlopen en bosranden. Gooi overtollige knolletjes of tuinafval met knollen nooit in de natuur en plant hem niet vlak bij natuurgebieden.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,7 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,7 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een montbretia?
- Groeivorm
- Rechtopstaande pollen van ongeveer 70 cm hoog en 30 cm breed, die zich geleidelijk uitbreiden.
- Blad
- Smal, zwaardvormig en in de lengte geplooid, frisgroen, in waaiers.
- Bloem
- Vertakte, licht overhangende aren met trechtervormige bloemen die allemaal naar één kant kijken, van juli tot september.
- Kleur
- Oranje, rood, abrikoos of geel, vaak met een donkerder hart.
- Knol
- Kleine, ronde knolletjes die elk jaar een nieuwe knol bovenop de oude vormen, zodat er kettingen ontstaan.
Bloei: juli–september · Planten: maart–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Warme oranje, rode en gele kleuren van juli tot september, als veel borders over hun hoogtepunt zijn.
- Een sierlijke snijbloem die lang goed blijft in de vaas.
- Het zwaardvormige blad geeft al vanaf het voorjaar structuur.
- Makkelijk en sterk: hij groeit in zon of halfschaduw en in bijna elke grond.
- De zaaddozen blijven na de bloei nog lang decoratief.
Waar staat een montbretia graag?
- Zon of halfschaduw; in de volle zon bloeit hij het rijkst.
- Goed doorlatende zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkrijk, met wat compost.
- Normaal vochtig: de grond mag in de zomer niet uitdrogen en in de winter niet nat blijven.
- Plant de knolletjes 10–15 cm uit elkaar, in groepjes van tien of meer.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,7 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Zonnekruid: Warme tinten van rood, oranje en geel in dezelfde nazomer.
- IJzerhard: Luchtige paarse bloemhoofdjes als contrast met het oranje.
- Daglelie: Gelijkaardig blad en bloemen die de zomer overbruggen.
- Siergrassen: Wuivende halmen naast de gebogen aren.
- Rudbeckia: Gele bloemen met een donker hart die het warme kleurenpalet afmaken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een montbretia?
Planten in maart–mei.
- Plant de knolletjes in maart–mei, als de grond niet meer bevroren is.
- Maak de grond los en meng er wat compost door; voeg in zware klei wat grof zand toe.
- Leg de knolletjes 8–10 cm diep, met de punt naar boven.
- Houd 10–15 cm tussen de knolletjes en plant ze in groepjes voor een vol effect.
- Dek af met grond, druk licht aan en geef water als de grond droog is. Een laagje compost als mulch houdt de grond vochtig.
Verzorgen
- Water
- Bij langdurige droogte in de zomer, zeker het eerste jaar. Droge grond geeft minder bloemen en spint.
- Bemesten
- In het voorjaar een laagje compost. Te veel mest geeft veel blad en slappe stengels.
- Uitgebloeide aren
- Knip ze weg, of laat ze staan voor de sierlijke zaaddozen.
- Snijbloemen
- Snij de aren als de onderste bloemen opengaan; de rest gaat in de vaas nog open.
- Delen
- Om de 3–4 jaar in het voorjaar: zo blijft hij rijk bloeien en houd je hem in toom.
Tip: Plant de knolletjes in het voorjaar 8–10 cm diep. Hij breidt zich snel uit: deel de pollen om de paar jaar en houd hem uit natuurgebieden.
Wanneer snoei je een montbretia?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor het nieuwe blad verschijnt. Laat het oude blad de hele winter staan.
Hoe:
- Laat het afgestorven blad in de winter staan: het beschermt de knolletjes tegen vorst en nattigheid.
- Knip in maart al het oude blad en de oude stengels vlak boven de grond af.
- Knip uitgebloeide aren in de nazomer weg als je geen zaaddozen wil.
- Haal bij het delen de oude, verschrompelde knollen onderaan de ketting weg.
Let op: Knip het blad niet af zolang het groen is: de knol laadt zich ermee op voor volgend jaar.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april: graaf de pol op, trek de knolletjes of kleine groepjes los en plant ze opnieuw 8–10 cm diep.
- Broedknolletjes
- Kleine knolletjes kun je apart opplanten; ze bloeien na een à twee jaar.
- Zaaien
- Kan in het voorjaar, maar zaailingen lijken niet op het ras en bloeien pas na een paar jaar.
Hoe komt een montbretia de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in België overleeft hij meestal zonder hulp, zeker in doorlatende grond.
- In koude, natte grond leg je in de herfst een laag blad, stro of compost over de knolletjes.
- Rassen met groot of bronskleurig blad, zoals ‘Solfatare’, zijn iets gevoeliger: geef die een beschutte plek.
- In een pot bevriezen de knolletjes sneller: zet de pot tegen een muur en pak hem in, of zet hem vorstvrij.
Ziektes en plagen
- Spint: Fijn gespikkeld, verbleekt blad in hete, droge zomers. Geef geregeld water en besproei het blad.
- Weinig bloei: Meestal te dichte pollen of te veel schaduw. Deel de pollen in het voorjaar en plant op een zonnigere plek.
- Knolrot: De knolletjes rotten in koude, natte grond. Plant in doorlatende grond en voeg grof zand toe.
- Omvallende aren: In te rijke grond of op een winderige plek. Bemest minder en plant tussen andere vaste planten die steun geven.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad afknippen. Knolletjes planten en pollen delen.
- April: Planten en delen. Compost geven.
- Mei: Laatste knolletjes planten. Nieuw blad groeit.
- Juni: Water geven bij droogte.
- Juli: Begin van de bloei. Aren snijden voor de vaas.
- Augustus: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- September: Laatste bloemen. Zaaddozen laten staan of wegknippen.
- November: Oud blad laten staan. In natte grond een laag mulch.
- December: Rust. Het droge blad beschermt de knolletjes.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Crocosmia komt van het Griekse krokos, ‘saffraan’, en osme, ‘geur’: gedroogde bloemen ruiken naar saffraan als je ze in warm water legt.
- Elk jaar groeit een nieuwe knol bovenop de oude. Zo ontstaat onder de grond een ketting van knolletjes.
- De hybride ontstond rond 1880 bij de Franse kweker Victor Lemoine in Nancy, uit een kruising van Crocosmia aurea en Crocosmia pottsii.