
Foto: Juan Carlos Fonseca Mata, CC BY-SA 4.0 · bron
Bol- of knolgewas · Asteraceae
Dahlia coccinea
Dahlia coccinea is een wilde dahlia uit de bergen van Mexico en Guatemala, de ‘scharlaken dahlia’ van de naam. Het is een luchtige, knolvormende vaste plant van ongeveer 1,2 m hoog, met veerdelig, groen blad en bloemen die er heel anders uitzien dan die van de gevulde tuindahlia’s. De bloemen zijn enkel: meestal acht oranjerode lintbloemen rond een gele schijf vol stuifmeel en nectar, een magneet voor bijen en vlinders. Ze verschijnen van juli tot de eerste vorst in oktober. Hij is niet winterhard, dus de knollen moeten in de winter binnen. Je kunt hem ook zaaien en bloeit dan al in het eerste jaar.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
1,2 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juli–oktober
| Snoeimaanden | juni en oktober–november |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een Dahlia coccinea?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, vertakte vaste plant van ongeveer 1,2 m hoog en 60 cm breed, met rechte, vaak holle stengels.
- Blad
- Groen, veerdelig (één- of tweemaal geveerd), tegenoverstaand aan de stengel.
- Bloem
- Enkel, meestal acht oranjerode lintbloemen rond een gele schijf, van juli tot oktober.
- Bol/knol
- Verdikte wortelknollen die in de herfst gerooid en bewaard worden.
- Vrucht
- Droge zaadjes in de bloemhoofdjes, die je kunt oogsten en volgend jaar kunt zaaien.
Bloei: juli–oktober · Zaaien: maart–april · Planten: mei · Snoeien: juni en oktober–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Lange bloei van juli tot de eerste vorst in oktober: veel kleur in de late zomer en herfst.
- Enkele bloemen vol stuifmeel en nectar: een magneet voor bijen, hommels en vlinders.
- Luchtige, natuurlijke uitstraling die goed past in een prairie- of cottagetuin.
- Makkelijk uit zaad te kweken: bloeit al in het eerste jaar.
- Als snijbloem bruikbaar in een losse, kleurrijke bos, al blijven ze maar kort in de vaas.
Waar staat een Dahlia coccinea graag?
- Volle zon; in de schaduw wordt hij ijl en bloeit hij slecht.
- Doorlatende, voedselrijke zand-, leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk.
- Normaal vochtig; geef in de zomer water bij droogte, maar vermijd natte voeten, want de knollen rotten.
- Beschut tegen harde wind. Reken op 50–60 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: haal de bollen of knollen voor de vorst binnen en bewaar ze vorstvrij
Mooi samen met
- Siergrassen: Zachte pluimen die het oranjerood laten opvlammen.
- Salie: Paarse bloemen en zilver blad in dezelfde periode.
- Zonnehoed: Past in een prairiebed en trekt dezelfde insecten.
- Verbena: Hoge, losse paarse pluimen, aantrekkelijk voor vlinders.
- Rudbeckia: Gele bloemen die goed bij oranjerood passen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Dahlia coccinea?
Planten in mei.
- Plant de knollen of jonge planten na half mei, wanneer er geen nachtvorst meer is; zaai binnen in maart–april.
- Graaf een plantgat van 15–20 cm diep en meng er wat compost door.
- Plant knollen 10–15 cm diep, met de ogen naar boven; jonge plantjes net zo diep als in de pot.
- Houd 50–60 cm afstand tussen de planten en zet bij het planten meteen een stok of steun.
- Geef daarna een flinke gieter water en leg een laagje mulch, maar blijf bij slakken opletten.
Verzorgen
- Water
- Het eerste seizoen en bij droogte wekelijks flink water geven aan de voet; niet op de bloemen.
- Bemesten
- Een paar keer in de zomer een meststof voor bloeiende planten; niet te stikstofrijk, anders veel blad en weinig bloemen.
- Steun
- Bind de stengels vast aan een stok of rooster, want de bloemen zijn zwaar en de stengels kunnen in de wind knakken.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip verwelkte bloemen regelmatig weg: dat houdt de plant aan het bloeien.
- Topjes uitknijpen
- Knijp in juni de topjes van jonge planten uit tot boven het derde bladpaar; dat geeft meer zijscheuten en dus meer bloemen.
Tip: Plant na half mei, geef steun en knip verwelkte bloemen weg voor een lange bloei. Rooi de knollen na de eerste nachtvorst en bewaar ze droog en vorstvrij.
Wanneer snoei je een Dahlia coccinea?
Snoeimaanden: juni en oktober–november.
Wanneer: Topjes uitknijpen in juni; na de eerste nachtvorst in oktober–november de stengels afknippen.
Hoe:
- Knijp in juni de top van de jonge scheuten uit boven een bladpaar voor een bossige groei.
- Knip uitgebloeide bloemen weg boven een bladpaar of zijscheut.
- Knip na de eerste vorst, als het loof zwart is, de stengels af tot 10–15 cm boven de grond.
- Rooi daarna de knollen voorzichtig met een grafvork en laat ze drogen.
Let op: Knip stengels niet af voordat de vorst ze heeft laten afsterven, tenzij je de knollen direct rooit: ze hebben het loof nodig om kracht op te slaan.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai binnen in maart–april in potjes met zaaigrond, op ongeveer 18–20 °C. Na enkele weken verspenen, afharden en na half mei uitplanten; ze bloeien in het eerste jaar.
- Knollen delen
- In het voorjaar de bewaarde knollen delen met een scherp mes: elk stuk heeft een stukje van de kroon met minstens één oog nodig.
- Stekken
- In maart–april ontkiemde scheuten van 5–8 cm van de bewaarde knollen als stek nemen en wortelen in vochtige potgrond.
Hoe komt een Dahlia coccinea de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: de knollen overleven geen vorst in de grond. Rooi ze na de eerste nachtvorst.
- Droog ze een paar dagen, zet ze in kisten met droog zand, turf of houtkrullen en bewaar ze koel (ongeveer 5–10 °C), donker en vorstvrij.
- Controleer ze in de winter af en toe: haal zachte of beschimmelde knollen weg.
Ziektes en plagen
- Slakken: Jonge scheuten worden in het voorjaar kaalgevreten. Leg barrières of verzamel ze ’s avonds.
- Oorwormen: Ze knagen aan bloemen en blad. Vang ze met een omgekeerde pot met stro op een stok.
- Bladluis: Op jonge scheuten en knoppen. Afspuiten met water of lieveheersbeestjes laten werken.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in de late zomer. Ruimte laten, aan de voet water geven en aangetast blad verwijderen.
- Knolrot: Zachte, beschimmelde knollen in de winter. Droog goed voor het opbergen en bewaar in droog materiaal.
Het jaar rond
- Januari: Bewaarde knollen controleren.
- Februari: Bewaarde knollen controleren.
- Maart: Zaaien binnen. Knollen eventueel laten uitlopen.
- April: Zaaien en verspenen. Stekken nemen.
- Mei: Na half mei uitplanten en steun plaatsen.
- Juni: Topjes uitknijpen. Mulchen en water geven.
- Juli: Bloei begint. Verwelkte bloemen wegknippen.
- Augustus: Volle bloei. Water geven, bemesten.
- September: Bloei. Zaad oogsten.
- Oktober: Na de eerste nachtvorst stengels afknippen en knollen rooien.
- November: Knollen laten drogen en vorstvrij opbergen.
- December: Rust, knollen bewaren.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam coccinea betekent ‘scharlakenrood’, naar de felle kleur van de bloemen.
- De dahlia is de nationale bloem van Mexico.
- De geslachtsnaam is een eerbetoon aan de Zweedse plantkundige Anders Dahl, een leerling van Linnaeus.