
Foto: Mark Twyning / Marktee1 at en.wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Asteraceae
Dahlia merckii
Dahlia merckii is een wilde dahlia uit Mexico en veel luchtiger dan de bekende, dubbele tuindahlia’s. Aan dunne, vertakte stengels tot ongeveer 1,2 m hoog verschijnen kleine, enkele bloemen in zacht lila met een geel hart, van juli tot de eerste nachtvorst. Het fijn ingesneden blad vormt samen met de stengels een lichte, transparante struik die mooi past tussen siergrassen en vaste planten. Bijen en vlinders komen er graag op af. Op doorlatende grond overleeft de knol de winter vaak onder een dikke mulchlaag.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot -5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
1,2 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juli–oktober
| Snoeimaanden | november |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een Dahlia merckii?
- Groeivorm
- Knolvormige vaste plant met dunne, vertakte stengels tot ongeveer 1,2 m hoog en 60 cm breed.
- Blad
- Fijn ingesneden, geveerd, tegenoverstaand; groen tot grijsgroen en veel losser dan bij tuindahlia’s.
- Bloem
- Enkele bloemen van ongeveer 5 cm met acht lila tot lichtroze lintbloemen rond een gele schijf, van juli tot oktober.
- Knollen
- Langwerpige knollen waarin de plant reserves opslaat. Ze rotten in natte, koude grond.
- Groep
- Een composiet: wat op één bloem lijkt, is een samengesteld hoofdje met lint- en schijfbloemen.
Bloei: juli–oktober · Zaaien: maart–april · Planten: mei · Snoeien: november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit lang: van juli tot de eerste nachtvorst in oktober of november.
- Een luchtige, transparante plant die rust brengt tussen zware bloemen en grassen.
- De enkele bloemen met open hart zijn een bron van nectar en stuifmeel voor bijen en vlinders.
- Fijner en vaak winterhardere dan de grote tuindahlia’s: op doorlatende grond kan hij onder mulch buiten blijven.
- Weinig werk: de lichte bloemen hangen niet door en de plant heeft nauwelijks steun nodig.
Waar staat een Dahlia merckii graag?
- Volle zon op een warme, open plek.
- Goed doorlatende grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk. Humusrijk is prima, maar de grond mag in de winter niet nat blijven.
- Normale tot vrij droge grond; kort droog weer verdraagt hij, maar met regelmatig water bloeit hij rijker.
- Beschut tegen harde wind, want de dunne stengels knikken gemakkelijk. Plant op 50–60 cm van elkaar.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -5 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Siergrassen: Geven steun aan de dunne stengels en verbergen de kale voet; pijpenstrootje en vedergras passen goed.
- IJzerhard: Ook luchtig, met paarse bloemetjes die in dezelfde periode bloeien.
- Zonnehoed: Stevige, rozerode bloemen die het lila van de dahlia versterken.
- Herfstaster: Neemt in september–oktober de bloei over in dezelfde kleurtonen.
- Salie: Violette aren vooraan in de border, op dezelfde zonnige plek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Dahlia merckii?
Planten in mei.
- Plant knollen of voorgekweekte planten in mei, nadat de ijsheiligen voorbij zijn en er geen nachtvorst meer komt.
- Zaaien kan ook: zaai in maart–april binnen bij ongeveer 18–20 °C, verspeen de zaailingen, harden ze af en plant ze na half mei uit.
- Graaf een plantgat van 25–30 cm breed; meng bij zware grond wat zand of compost door de aarde.
- Leg de knol horizontaal, met het oog naar boven, 10–15 cm diep. Steek meteen een stevig stokje naast de knol.
- Geef één keer een flinke beurt water en daarna pas weer als de scheuten boven komen.
- Leg na het uitlopen een laag mulch rond de plant tegen uitdroging.
Verzorgen
- Water
- In droge zomers eens per week ruim aan de voet geven. Een volgroeide plant verdraagt korte droogte.
- Bemesten
- In juni een scheutje organische mest. Te veel stikstof geeft veel blad en weinig bloemen.
- Uitknijpen
- Knijp bij jonge planten de top uit boven het derde of vierde bladpaar: dat geeft een bossiger plant met meer bloemen.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip verwelkte bloemen regelmatig weg, dan blijft de plant tot de vorst bloeien.
- Steun
- Tussen siergrassen heb je weinig steun nodig; in een open border helpt een stok of takkenrijs.
Tip: Zet hem tussen siergrassen: die steunen de dunne stengels en verbergen de kale voet. Mulch in november 10–15 cm dik, dan overleeft de knol vaak de winter buiten.
Wanneer snoei je een Dahlia merckii?
Snoeimaanden: november.
Wanneer: In november, nadat de eerste nachtvorst het loof zwart heeft gemaakt.
Hoe:
- Knip alle zwartgevroren stengels terug tot 10–15 cm boven de grond.
- Bedek de stronk met een dikke laag mulch, zodat geen regenwater in de holle stengels naar de knol loopt.
- Tijdens het seizoen: knip verwelkte bloemen weg tot boven een bladpaar.
Let op: Knip niet voor de eerste vorst: het loof voedt de knollen tot het afsterft.
Vermeerderen
- Zaaien
- In maart–april binnen bij 18–20 °C. De jonge planten bloeien al in dezelfde zomer.
- Knollen delen
- In april, als de ogen zwellen: snijd de klomp zo door dat elk deel een stuk stengelbasis met minstens één oog heeft.
- Stekken
- Laat een knol in maart binnen uitlopen. Neem scheuten van 5–8 cm en steek ze in zandige potgrond; na enkele weken hebben ze wortel.
Hoe komt een Dahlia merckii de winter door?
Winterhard tot −5 °C: beschermen in strenge winters.
- Gevoelig tot ongeveer −5 °C. Op doorlatende grond overleeft de knol onder een laag van 10–15 cm mulch (bladcompost, stro).
- Op zware of natte grond rotten de knollen vaak: rooi ze na de eerste vorst, laat ze drogen en bewaar ze droog in zand of turfmolm bij 5–10 °C, vorstvrij.
- In een pot: zet de pot droog en vorstvrij weg en geef nauwelijks water.
Ziektes en plagen
- Slakken: Ze vreten de jonge scheuten in april–mei. Raap ze ’s avonds weg en bescherm de scheuten met een rand scherp zand of grind.
- Rottende knollen: Komt voor in natte winters en op klei. Zorg voor goede afwatering of rooi de knollen en bewaar ze droog.
- Bladluis: Op jonge toppen in het voorjaar. Spuit ze af met water; lieveheersbeestjes helpen mee.
- Oorwormen: Ze knagen aan bloemen en knoppen. Hang een omgekeerde pot met stro aan een stok in de plant en leeg hem ’s ochtends.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in de late zomer. Zorg voor ruimte en lucht en knip aangetaste bladeren weg.
Het jaar rond
- Maart: Knollen binnen laten uitlopen of zaaien bij 18–20 °C.
- April: Zaailingen verspenen en afharden. Knollen delen. Let op slakken.
- Mei: Uitplanten na de ijsheiligen, 10–15 cm diep. Stok plaatsen.
- Juni: Mulchen. Een beetje organische mest geven. Top van jonge planten uitknijpen.
- Juli: Start van de bloei. Verwelkte bloemen wegknippen. Water geven bij droogte.
- Augustus: Volle bloei. Water geven bij droogte. Oorwormen controleren.
- September: Bloei. Meeldauw in de gaten houden.
- Oktober: Bloei tot de eerste nachtvorst.
- November: Na de eerste vorst terugknippen tot 10–15 cm en dik mulchen, of de knollen rooien.
- December: Rust. Bewaarde knollen af en toe controleren op rot.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De dahlia is genoemd naar de Zweedse botanicus Anders Dahl, een leerling van Linnaeus.
- In Mexico, waar de meeste dahlia’s vandaan komen, is de dahlia de nationale bloem.
- Een dahliabloem is eigenlijk een samengesteld hoofdje: de ‘bloemblaadjes’ zijn lintbloemen en het gele hart bestaat uit tientallen kleine schijfbloemen.