
Foto: Walter Siegmund (talk), CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Rosaceae
Struikganzerik
Dasiphora fruticosa
In andere talen: Potentille arbustive (Français) · Shrubby cinquefoil (English)
De struikganzerik, vroeger Potentilla fruticosa, is een bladverliezende struik die van nature rond het hele noordelijk halfrond groeit: in de bergen en koude streken van Europa, Azië en Noord-Amerika. Hij vormt een dichte, ronde struik van ongeveer 1 m hoog en 1,2 m breed, met fijn, grijsgroen geveerd blad. Van juni tot oktober zit hij vol schotelvormige bloemen met vijf kroonblaadjes, die aan kleine wilde rozen doen denken. Tuiniers houden van hem omdat hij zo lang bloeit, ijzersterk winterhard is en met bijna elke grond tevreden is. De soort bloeit geel; bekende rassen zijn ‘Goldfinger’ (groot, goudgeel), ‘Abbotswood’ (wit), ‘Primrose Beauty’ (lichtgeel) en ‘Red Ace’ (oranjerood).
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -40 °C
Grootte
1 m
hoog, 1,2 m breed
Bloei
juni–oktober
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een struikganzerik?
- Groeivorm
- Dichte, ronde, sterk vertakte struik van ongeveer 1 m hoog en 1,2 m breed.
- Blad
- Geveerd, met meestal 5 smalle blaadjes van 1–2 cm; grijsgroen en zijdeachtig behaard. Bladverliezend.
- Bloem
- Schotelvormige bloemen van 2–3 cm met vijf ronde kroonblaadjes, alleen of in kleine groepjes, van juni tot oktober.
- Kleur
- Geel bij de soort; rassen in wit, crème, lichtgeel, oranje, roze en rood.
- Schors
- Bruine schors die op oudere takken in reepjes afschilfert.
Bloei: juni–oktober · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de langst bloeiende struiken: van juni tot oktober komen er steeds nieuwe bloemen.
- IJzersterk: winterhard tot ongeveer −40 °C en, eens ingegroeid, goed bestand tegen droogte.
- Bijen, zweefvliegen en vlinders vinden makkelijk hun weg in de open bloemen.
- Blijft compact: ideaal als lage haag, in een border, op een talud of in een grote pot.
- Tevreden met bijna elke grond, van zand tot klei en van zuur tot kalkrijk.
Waar staat een struikganzerik graag?
- Volle zon geeft de rijkste bloei; halfschaduw kan ook. Oranje, roze en rode rassen houden hun kleur beter met wat middagschaduw.
- Zand, leem of klei, zuur, neutraal of kalkrijk: hij is niet kieskeurig, als de grond maar doorlaat.
- Droge tot normale grond; eens ingegroeid verdraagt hij droogte goed, maar stilstaand water in de winter niet.
- Reken op 1–1,2 m ruimte per plant; voor een lage haag plant je 50–60 cm uit elkaar.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1 m hoog, 1,2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -40 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Blauwpaarse aren naast de gele bloemen, op dezelfde zonnige, droge plek.
- Kattenkruid: Bloeit ook lang en houdt van dezelfde zon.
- Lampenpoetsersgras: Geeft beweging en een luchtig contrast met de ronde struik.
- Blauwe spirea: Blauwe bloemen in de nazomer, een mooi contrast met geel.
- Steppesalie: Paarse aren in de vroege zomer, ook tevreden met droge grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een struikganzerik?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in maart–april of in oktober–november, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en meng er wat compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 1 m afstand tussen losse struiken, of 50–60 cm voor een lage haag.
- Geef meteen ruim water, en het eerste jaar opnieuw bij droogte.
- Een dunne mulchlaag van compost of houtsnippers houdt het onkruid weg.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig bij droogte; daarna enkel in lange hete periodes, zeker in een pot.
- Bemesten
- In maart, na de snoei, wat compost. Te veel mest geeft veel blad en minder bloemen.
- Mulchen
- Een laag compost of houtsnippers in het voorjaar houdt vocht vast en onkruid weg.
- Uitgebloeide bloemen
- Hoeven niet weg: de kroonblaadjes vallen vanzelf af en de struik bloeit gewoon door.
- In een pot
- Goed mogelijk in een pot van minstens 40 cm met potgrond voor buitenplanten; in de zomer geregeld water geven.
Tip: Geef oranje en rode rassen een plek met wat middagschaduw: in de felle zon verbleken die kleuren snel.
Wanneer snoei je een struikganzerik?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe groei begint. Hij bloeit op hout van dit jaar, dus snoeien in het voorjaar kost geen bloemen.
Hoe:
- Knip ongeveer een derde van de takken terug, of kort de hele struik met een derde in voor een compacte vorm.
- Haal elk jaar een paar van de oudste, grijze takken aan de voet weg, zodat de struik jong blijft.
- Verwijder dode en zwakke takjes uit het midden.
- Een verwaarloosde struik verjong je over twee à drie jaar door telkens een deel van de oudste takken aan de grond weg te nemen.
Let op: Scheer niet alleen het buitenste laagje met de heggenschaar: haal ook oude takken weg, anders wordt de struik van binnen kaal en houterig.
Vermeerderen
- Zachte stekken
- In juni–juli: stekken van 8–10 cm van niet-bloeiende scheuten, onderste bladeren weg, in vochtige stekgrond onder plastic. Ze wortelen vlot binnen enkele weken.
- Halfrijpe stekken
- In augustus–september, in een pot buiten op een beschutte plek of in een koude bak; in het voorjaar oppotten.
- Afleggen
- In het voorjaar een lage tak in de grond vastpinnen; na een jaar loskoppelen en verplanten.
Hoe komt een struikganzerik de winter door?
Winterhard tot −40 °C.
- Een van de meest winterharde struiken: tot ongeveer −40 °C, dus in België nooit bescherming nodig.
- Hij verliest in de herfst zijn blad; de fijne, bruine takken blijven in de winter netjes staan.
- In een pot is hij ook winterhard, maar zorg dat het water weg kan: een natte, bevroren kluit is schadelijker dan de kou zelf.
Ziektes en plagen
- Spint: In hete, droge zomers en tegen een warme muur: het blad wordt fijn gespikkeld en grauw, soms met fijne webjes. Geef water, spuit het blad nat en kies een luchtigere plek.
- Kale, houterige struik: Gevolg van jarenlang niet of alleen oppervlakkig snoeien. Haal elk voorjaar wat oude takken aan de voet weg.
- Verbleekte bloemen: Oranje, roze en rode rassen verkleuren in felle zon en hitte. Een plek met lichte middagschaduw helpt; bij koeler weer in de herfst wordt de kleur weer dieper.
- Weinig bloemen: Te veel schaduw of te veel mest. Geef meer zon en bemest minder.
Het jaar rond
- Maart: Snoeien: een derde van de takken terug. Compost geven. Planten.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Juni: Begin van de bloei. Zachte stekken nemen.
- Juli: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- Augustus: Bloei. Halfrijpe stekken nemen.
- September: De bloei gaat door.
- Oktober: Laatste bloemen. Planten.
- November: Planten. Het blad valt af.
- December: Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij heette lang Potentilla fruticosa en wordt vaak nog onder die naam verkocht; fruticosa betekent ‘struikvormig’.
- Hij groeit wild in koude en bergachtige streken van Europa, Azië en Noord-Amerika, van de Pyreneeën tot de Himalaya en Canada.
- In Groot-Brittannië en Ierland groeit hij wild op enkele plekken, zoals in Upper Teesdale en in de Burren.