Foto: Daderot, Public domain · bron
Siergras · Poaceae
Lampenpoetsersgras
Cenchrus alopecuroides
In andere talen: Herbe aux écouvillons (Français) · Chinese fountain grass (English)
Het lampenpoetsersgras komt uit Oost-Azië en Oost-Australië. Het vormt een ronde, fonteinachtig overhangende pol van smal, glanzend groen blad, met van augustus tot oktober talloze aren die op zachte, harige lampenpoetsers lijken. Die zijn crème, roze of paarsbruin, afhankelijk van het ras, en zijn prachtig in tegenlicht of met dauw erop. In de herfst kleurt het blad goudgeel en de pol blijft tot in de winter mooi staan. Bekende rassen zijn het compacte ‘Hameln’ en het nog kleinere ‘Little Bunny’. In de handel heet hij nog vaak Pennisetum alopecuroides.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,9 m breed
Bloei
augustus–oktober
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een lampenpoetsersgras?
- Groeivorm
- Ronde, fonteinvormige pol van 50–90 cm hoog en even breed, afhankelijk van het ras.
- Blad
- Smal en lijnvormig, glanzend groen; in de herfst goudgeel tot oranjebruin.
- Bloem
- Van augustus tot oktober zachte, cilindrische aren met lange borstels, crème, roze of paarsbruin.
- Groei
- Een warmteminnend gras dat laat uitloopt, vaak pas in mei.
- Wortels
- Dichte, vezelige pol zonder uitlopers.
Bloei: augustus–oktober · Planten: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de mooiste nazomerbloeiers onder de grassen: zachte pluimen van augustus tot oktober.
- Een ronde, fonteinachtige vorm die past in borders, grindtuinen en grote potten.
- Goudgele herfstkleur en een mooi wintersilhouet, vooral met rijp.
- Makkelijk: één snoeibeurt per jaar, in maart.
- Compacte rassen zijn ideaal voor kleine tuinen en randen.
- Combineert prachtig met nazomerbloeiers zoals asters en zonnehoeden.
Waar staat een lampenpoetsersgras graag?
- Volle zon: in de schaduw bloeit hij weinig en valt de pol open.
- Zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkrijk, als ze in de winter maar niet drassig is.
- Normaal vochtig: hij houdt niet van lange droogte in de zomer en evenmin van natte voeten in de winter.
- Reken op 60–90 cm ruimte per plant, afhankelijk van het ras.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,9 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Herfstaster: Paarse en roze bloemen in september–oktober, tegelijk met de pluimen.
- Rode zonnehoed: Roze of witte bloemen in de nazomer die mooi afsteken tegen de zachte pluimen.
- Hemelsleutel: Platte, roze bloemschermen in de nazomer, voor dezelfde zonnige plek.
- Gele zonnehoed: Gele bloemen in augustus–september, een warm contrast.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een lampenpoetsersgras?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, als de grond opgewarmd is: dan wortelt hij snel. In de herfst geplante exemplaren komen de winter vaak slecht door.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en maak zware grond losser met wat compost.
- Zet de pol even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 60–90 cm afstand, afhankelijk van het ras; in een groep ongeveer 2 planten per m².
- Giet goed aan en geef het eerste seizoen water bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig bij droogte. Later alleen in lange droge periodes.
- Bemesten
- Een beetje compost in april volstaat; te veel voeding geeft slappe pollen.
- Uitlopen
- Hij loopt laat uit: geen paniek als je in april nog niets ziet.
- Winterstand
- Laat blad en pluimen de hele winter staan; ze beschermen het hart.
- Verjongen
- Na enkele jaren kan het midden kaal worden: scheur de pol dan in het voorjaar.
Tip: Laat de pol de hele winter staan en knip pas in maart terug; plant nieuwe planten altijd in het voorjaar, zodat ze voor de winter goed ingeworteld zijn.
Wanneer snoei je een lampenpoetsersgras?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, net voor de nieuwe groei begint. Niet in de herfst: het oude blad beschermt het hart tegen vocht en vorst.
Hoe:
- Knip alle stengels en bladeren terug tot 10–15 cm boven de grond.
- Bind een grote pol eerst samen met een touw: dan knip je hem in één keer en ruim je makkelijk op.
- Let op dat je de nieuwe groene scheuten aan de voet niet raakt.
Let op: Knip niet in de herfst: een kortgeknipte pol rot makkelijker in een natte winter.
Vermeerderen
- Scheuren
- In mei, als de nieuwe groei op gang komt: steek de pol met een spade in stukken met wortels en plant ze meteen weer. Niet in de herfst scheuren.
- Zaailingen
- Soms komen vanzelf zaailingen op. Rassen komen niet altijd echt uit zaad, dus vermeerder die liever door scheuren.
Hoe komt een lampenpoetsersgras de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België komt hij gewone winters zonder bescherming door, als de grond niet drassig is.
- Laat de droge pol staan: hij beschermt het hart en is met rijp erop een wintersieraad.
- Planten die laat in het seizoen geplant zijn, zijn kwetsbaarder: plant daarom in het voorjaar.
- In een pot: zet hem tegen een muur en wikkel de pot in jute, zodat de wortels niet bevriezen.
Ziektes en plagen
- Wintersterfte: De pol loopt in het voorjaar niet meer uit, vaak na herfstaanplant of op natte grond. Plant in het voorjaar en zorg voor drainage, maar wacht tot eind mei voor je hem opgeeft.
- Weinig bloei: Te weinig zon of een koele zomer. Geef hem de zonnigste plek.
- Openvallende pol: In de schaduw of na te veel mest valt de pol uit elkaar. Meer zon, minder voeding.
- Zaailingen: Bij sommige rassen verschijnen jonge plantjes rond de pol. Wied ze jong als je ze niet wilt.
Het jaar rond
- Maart: Terugknippen tot 10–15 cm.
- April: Planten. Wat compost geven.
- Mei: Planten of scheuren. De nieuwe groei begint.
- Juni: Water geven bij droogte, vooral jonge planten.
- Augustus: Begin van de bloei: de eerste lampenpoetsers.
- September: Volle bloei. Mooi met dauw in de ochtend.
- Oktober: Laatste pluimen. Het blad kleurt goudgeel.
- November: Pol laten staan als winterbescherming.
- December: Wintersilhouet. Niet terugknippen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Pennisetum komt van het Latijnse penna (veer) en seta (borstel); de soortnaam alopecuroides betekent ‘lijkend op vossenstaart’.
- Op basis van DNA-onderzoek zijn de Pennisetum-soorten bij het geslacht Cenchrus gevoegd; vandaar de nieuwe naam.
- Het is een warmteminnend gras: het groeit pas echt als de grond opwarmt, daarom loopt het zo laat uit en bloeit het pas in de nazomer.