
Foto: Alvesgaspar, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Aizoaceae
IJsbloem
Delosperma cooperi
In andere talen: Ficoïde de Cooper (Français) · Hardy ice plant (English)
De ijsbloem komt uit het hoogland van Zuid-Afrika, waar het in de winter flink kan vriezen. Het is een kruipend vetplantje met vlezige, cilindrische blaadjes die het hele jaar groen blijven. Van juni tot in september zit het matje vol felroze tot paarsroze sterbloemen van zo’n 4–5 cm, met een wit hartje. De bloemen gaan open in de zon en sluiten ’s avonds en bij somber weer. Tuiniers kiezen hem voor droge, hete plekken waar weinig anders wil groeien: rotstuinen, muurtjes, grindtuinen en plantenbakken.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 0,1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een ijsbloem?
- Groeivorm
- Laag, kruipend matje van 5–10 cm hoog dat zo’n 50 cm breed wordt; de stengels wortelen waar ze de grond raken.
- Blad
- Vlezig en cilindrisch, 2–5 cm lang, frisgroen en bezet met piepkleine, glinsterende blaasjes.
- Bloem
- Sterbloemen van 4–5 cm met talloze smalle, glanzende bloemblaadjes, felroze tot paarsroze met een wit hartje.
- Bloeitijd
- Van juni tot september; de bloemen openen in de zon en sluiten ’s avonds.
- Wortels
- Fijn en ondiep; ze verdragen geen natte grond.
Bloei: juni–september · Planten: april–juni · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Vier maanden bloei in een kleur die je van ver ziet, van juni tot september.
- Groeit op de heetste, droogste plekken, waar andere planten verbranden.
- Wintergroen: het vlezige blad blijft ook in de winter aan de plant.
- Bijen bezoeken de bloemen graag op zonnige dagen.
- Weinig werk: geen bemesting, nauwelijks water en bijna geen snoei.
Waar staat een ijsbloem graag?
- Volle zon, liefst de heetste plek in de tuin: op het zuiden, tegen stenen of in grind.
- Arme, goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot kalkrijk; meng zware grond met veel grind.
- Droog: hij verdraagt lange droogte, maar geen natte grond, zeker niet in de winter.
- Plant op 30–40 cm afstand voor een gesloten mat. Een helling, een rotstuin of een muurtje is ideaal.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,1 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Huislook: Dezelfde droge, zonnige plek; rozetten naast het bloeiende matje.
- Vetkruid: Gele of witte sterbloemen en een gelijkaardige groeiwijze.
- Blauw schapengras: Blauwgrijze pollen naast de felroze bloemen.
- Tijm: Geurend blad en kleine bloemen in een grindtuin.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een ijsbloem?
Planten in april–juni.
- Plant in april–juni, na de strengste vorst, zodat hij voor de winter goed ingeworteld is.
- Maak de grond los en meng er flink wat grind of grof zand door. Geen compost of mest.
- Zet de plant even diep als in de pot of net iets hoger, zodat de stengelvoet droog blijft.
- Houd 30–40 cm afstand; reken op 6–10 planten per m².
- Geef na het planten water en daarna alleen nog bij lange droogte.
- Strooi een laagje grind rond de voet: het houdt het blad droog en weerkaatst de warmte.
Verzorgen
- Water
- Na het inwortelen bijna nooit; alleen in een pot of bak bij wekenlange droogte. Liever te droog dan te nat.
- Bemesten
- Niet nodig: op rijke grond groeit hij slap en bloeit hij minder.
- Wieden
- Houd de mat de eerste jaren vrij van onkruid en gras, dat makkelijk tussen de stengels wortelt.
- Opruimen
- Haal in de herfst gevallen bladeren van de mat, zodat hij niet gaat rotten.
- Verjongen
- Na enkele jaren wordt het midden soms kaal: vul de plek op met verse stekjes.
Tip: Leg een laag grind van 3–5 cm rond en onder de plant: het blad ligt dan droog, de wortels rotten niet en de warmte van de stenen geeft een rijkere bloei.
Wanneer snoei je een ijsbloem?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: Snoeien is nauwelijks nodig. Knip in april dode of bevroren stukken weg, als je ziet welke delen weer uitlopen.
Hoe:
- Knip bruine, verdroogde of verrotte stengels terug tot op het gezonde, groene deel.
- Knip stengels in die te ver over paden of andere planten groeien; de stukken kun je meteen stekken.
- Uitgebloeide bloemen hoef je niet weg te knippen: ze verdrogen vanzelf.
Let op: Snoei niet in de herfst: wonden in de vlezige stengels rotten makkelijk in een natte winter.
Vermeerderen
- Stekken
- Van april tot augustus: knip stukken stengel van 5–8 cm, laat ze een dag drogen en steek ze in zanderige grond. Ze wortelen binnen een paar weken, ook rechtstreeks in de tuin.
- Scheuren
- In april–mei: steek een stuk met wortels van de rand van de mat en plant het meteen terug op een droge plek.
Hoe komt een ijsbloem de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C, maar alleen in droge, goed doorlatende grond: natte kou is dodelijk.
- Een helling, een muurtje of een dikke laag grind houdt de wortels droog in een natte Belgische winter.
- Dek hem niet af met blad of mulch: dat houdt vocht vast en doet hem rotten.
- In een pot of bak: zet hem in de winter onder een afdak, zodat hij geen regen krijgt, en geef geen water.
Ziektes en plagen
- Rot: Stengels worden zacht, bruin en glazig, meestal na een natte winter. Knip aangetaste delen weg, verbeter de afwatering met grind en houd een paar stekjes als reserve.
- Weinig bloei: Te veel schaduw of te rijke grond. Verplaats hem naar de volle zon en bemest niet.
- Kale plekken: Het midden van een oude mat sterft af. Vul op met stekjes en strooi wat grind.
- Onkruid: Gras en onkruid groeien makkelijk door de open mat. Wied geregeld met de hand, vooral de eerste twee jaar.
- Slakken: Ze kunnen jonge planten aanvreten in een vochtige lente. Raap ze ’s avonds op; op een droge grindplek komen ze zelden.
Het jaar rond
- Maart: Gevallen bladeren van de mat halen. Beginnen met wieden.
- April: Dode stukken wegknippen. Planten. Stekken en scheuren.
- Mei: Planten. Wieden.
- Juni: Begin van de bloei. Planten. Stekken nemen.
- Juli: Volle bloei. Alleen potten water geven bij lange droogte.
- Augustus: Bloei. Stekken nemen.
- September: Laatste bloei.
- Oktober: Gevallen bladeren van de mat halen.
- November: Potten onder een afdak zetten.
- December: Rust. Droog houden.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het blad is bezet met kleine, doorschijnende blaasjes die in het licht glinsteren als ijskristallen; daar komt de naam ijsbloem vandaan.
- De bloemen gaan alleen open bij zon en sluiten ’s avonds en bij bewolkt weer.
- Zoals bij veel verwanten gaan de zaaddoosjes pas open als ze nat worden: regendruppels spatten de zaden weg.