Foto: NoahElhardt, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Droseraceae
Kaapse zonnedauw
Drosera capensis
In andere talen: Droséra du Cap (Français) · Cape sundew (English)
De Kaapse zonnedauw komt uit de Kaapregio in Zuid-Afrika, waar hij in vochtige, zure grond groeit. Het is een kleine vleesetende plant met smalle, bandvormige bladeren die bezet zijn met rode tentakels met glinsterende, plakkerige druppels. Kleine insecten blijven eraan kleven en het blad rolt zich langzaam om de prooi heen. Van mei tot augustus verschijnen op dunne stengels kleine roze bloemen. Hij is een van de makkelijkste vleesetende planten voor een zonnige vensterbank, als je hem maar met regenwater giet.
Let op: Gebruik nooit kraanwater, kalkrijke grond of meststof: de plant gaat er snel aan dood. Hij zaait zich gemakkelijk uit; geef overtollige zaailingen liever weg dan ze buiten te dumpen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
mei–augustus
| Hoogte | 0,2 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een Kaapse zonnedauw?
- Groeivorm
- Rozet van ongeveer 15–20 cm hoog en 15 cm breed, met rechtop of schuin groeiende bladeren.
- Blad
- Smal en bandvormig, tot ongeveer 10 cm lang, met rode tentakels met een plakkerige druppel aan het uiteinde. Het blad kan zich langzaam om een insect heen rollen.
- Bloem
- Kleine roze tot paarse (soms witte) bloemen aan een dunne stengel van ongeveer 30 cm, in mei–augustus. De bloemen gaan open in de zon en bestuiven zichzelf.
- Wortels
- Klein en ondiep, gevoelig voor mineralen en meststof.
Bloei: mei–augustus · Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Vangt zelf kleine insecten, zoals fruitvliegjes en muggen: een stukje natuur op de vensterbank.
- De glinsterende druppels op de rode tentakels maken de plant het hele jaar mooi om te zien.
- Makkelijk voor beginners: geen bemesting en geen hoge luchtvochtigheid nodig.
- Bloeit van mei tot augustus met kleine roze bloemen.
- Zaait zich gemakkelijk uit, zodat je snel jonge plantjes hebt om weg te geven.
Waar staat een Kaapse zonnedauw graag?
- Licht: een zonnige vensterbank (zuid, oost of west) met minstens vier uur zon. In de winter helpt een plantenlamp.
- Temperatuur: 15–28 °C. In de winter niet onder ongeveer 5 °C; 10–15 °C is een mooie winterrust.
- Grond: zure, voedselarme grond, bijvoorbeeld turf gemengd met zand of perliet. Geen gewone potgrond met meststof.
- Water: alleen regenwater, gedemineraliseerd of osmosewater, nooit kraanwater.
- Normale kamervochtigheid is meestal genoeg.
- Licht
- Zonnig
- Potgrond
- Cactusgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur
- Water geven
- Veel
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,15 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
- Venusvliegenval: Zelfde regenwater en zonnige vensterbank, maar hij heeft een koude winterrust nodig.
- Vetblad: Een makkelijke vleesetende plant die kleine insecten vangt op een zonnige vensterbank.
- Sarracenia: Zelfde zure grond en regenwater; groeit rechtop met kruikvormige bladeren.
- Veenmos: Als bovenlaag houdt het de grond vochtig en zuur.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Kaapse zonnedauw?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april, als hij weer actief groeit, om de 1–2 jaar met verse grond.
- Gebruik een kleine plastic of geglazuurde pot (10–12 cm) met gaatjes, geen terracotta: dat geeft mineralen af.
- Meng zure, voedselarme grond: turf met zand of perliet in gelijke delen, zonder meststof.
- Haal de plant voorzichtig uit de oude pot, schud de oude grond van de wortels en zet hem op dezelfde diepte in de nieuwe pot. Druk de grond licht aan.
- Giet met regenwater tot de grond nat is en zet de pot in een schoteltje.
- Zet hem terug op een lichte plek en laat hem na een paar dagen weer in de volle zon staan.
Verzorgen
- Water
- Houd het schoteltje het hele jaar met 1–2 cm regenwater gevuld. In de winter mag het iets minder zijn.
- Voeding
- Niet bemesten: meststof schaadt de wortels. De plant haalt zijn voedsel uit gevangen insecten; je hoeft hem niet te voeren.
- Licht
- Hoe meer licht, hoe rijker de rode kleur en hoe meer druppels. Draai de pot af en toe.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip bloemstengels na de bloei af als je geen zaad wilt: dat spaart energie en voorkomt dat hij zich uitzaait.
- Dode bladeren
- Verwijder bruine, dode bladeren, zodat er geen schimmel op komt.
Tip: Zet de pot in een schoteltje met 1–2 cm regenwater op de zonnigste vensterbank en gebruik nooit kraanwater of meststof. Wil je geen nieuwe plantjes, knip dan de bloemstengels af voor het zaad rijp is.
Wanneer snoei je een Kaapse zonnedauw?
Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid. Je ruimt wel het hele jaar door dode bladeren en verlepte bloemstengels op.
Hoe:
- Knip verdroogde, bruine bladeren af of trek ze voorzichtig weg.
- Knip bloemstengels na de bloei tot aan de voet af als je niet wilt dat hij zaait.
- Raak de tentakels zo weinig mogelijk aan: ze zijn kwetsbaar.
Vermeerderen
- Zaaien
- Hij is zelfbestuivend en zaait zich uit. Strooi het zaad op vochtige turf met zand (niet bedekken) en zet het licht en warm (20–25 °C) onder een doorzichtige afdekking. Het kiemt na 2–4 weken.
- Wortel- en bladstekken
- In het voorjaar stukjes wortel van 2–3 cm of een gezond blad op vochtige turf met zand leggen. Er vormen zich kleine plantjes.
Hoe komt een Kaapse zonnedauw de winter door?
- Hij is niet winterhard. Houd hem het hele jaar binnen, minstens 5 °C.
- Zet hem in de winter lichter en koeler (10–15 °C); de groei is dan trager. Houd nog steeds wat regenwater in het schoteltje, maar iets minder.
- Staat hij te donker, gebruik dan een plantenlamp: zonder licht verliest hij zijn druppels.
Ziektes en plagen
- Geen dauwdruppels: Meestal te weinig licht of te droge lucht, soms mineralen in het water. Geef meer zon, houd het schoteltje gevuld en gebruik uitsluitend regenwater.
- Bruine, uitdrogende bladeren: Een leeg schoteltje of mineraalrijk water (kraanwater). Vul het schoteltje bij en spoel de grond door met regenwater.
- Schimmel: Grijze schimmel op dode bladeren, vooral bij stilstaande, vochtige lucht. Verwijder dode delen en zorg voor luchtcirculatie.
- Bladluis: Kan op de bloemstengels zitten. Spoel ze af of veeg ze weg met een zacht penseel.
Het jaar rond
- Januari: Lichte, koele plek; plantenlamp bij weinig licht. Schoteltje iets minder vol.
- Maart: Verpotten in verse, zure grond.
- April: Veel zon. Schoteltje gevuld houden.
- Mei: De bloei begint: bloemstengels verschijnen.
- Juni: Bloei. Eventueel bloemstengels afknippen.
- Juli: Bloei. Schoteltje gevuld houden.
- Augustus: Laatste bloemen. Zaad oogsten indien gewenst.
- Oktober: Koeler en lichter zetten.
- December: Rust: koel en licht, schoteltje iets minder vol.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De glinsterende druppels zijn geen water maar een plakkerig slijm dat de prooi vasthoudt.
- Het blad rolt zich binnen een paar uur langzaam om een gevangen insect heen.
- De naam Drosera komt uit het Grieks: droseros betekent ‘bedauwd’.