
Foto: Dick Culbert from Gibsons, B.C., Canada, CC BY 2.0 · bron
Kamerplant · Gesneriaceae
Episcia
Episcia cupreata
In andere talen: Flame violet (English)
Episcia komt uit de regenwouden van Midden- en Zuid-Amerika, onder andere uit Colombia en Venezuela, waar hij als lage bodembedekker onder hoge bomen groeit. Het is een kruipende plant met fluwelige, gekreukelde bladeren in brons, koper, olijfgroen en zilver, vaak met roze of zilveren nerven. Door zijn lange uitlopers (stolonen) vormt hij een dichte mat of hangt hij sierlijk over de rand van een pot. Bovendien bloeit hij met felrode of oranjerode buisbloemen. Hij is verwant aan het Kaaps viooltje en wil dezelfde warme, vochtige omstandigheden.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 15 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,15 m |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–september |
Herkennen
Hoe herken je een episcia?
- Groeivorm
- Laag, kruipend en overhangend; ongeveer 15 cm hoog en tot 40 cm breed, met lange uitlopers die nieuwe plantjes vormen.
- Blad
- Eirond, gekreukeld en fijn behaard, 5–10 cm lang. Brons tot koperkleurig met zilvergroene of roze nerven, afhankelijk van het ras.
- Bloem
- Buisvormig, felrood tot oranjerood, met een gele keel en een gelobde opening, van mei tot september.
- Wortels
- Fijn en ondiep: een brede, ondiepe pot of hangmand past het best.
- Uitlopers
- Lange, rode stolonen met een nieuw plantje aan het uiteinde, zoals bij een aardbei.
Bloei: mei–september · Planten: maart–april · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Prachtig fluweelachtig blad in koper-, brons- en zilvertinten, het hele jaar door mooi.
- Bloeit van mei tot september met felrode tot oranje buisbloemen, ook in de halfschaduw.
- Ideaal voor een hangmand, een terrarium of een vochtige plek zoals een badkamer met raam.
- De uitlopers vormen vanzelf nieuwe plantjes, zodat je er makkelijk meer van maakt.
- Blijft klein: een compacte plant van 15 cm hoog.
Waar staat een episcia graag?
- Veel licht maar geen directe zon: een lichte plek bij een oost- of noordraam, of iets verder van een zuidraam. Felle zon verbrandt het fluweelachtige blad.
- Luchtige, humusrijke, licht zure grond: potgrond voor Kaapse viooltjes of een mengsel van potgrond, turf en perliet.
- Warm en vochtig: 18–24 °C en nooit onder 15 °C. Een hoge luchtvochtigheid is belangrijk.
- Zet hem uit de tocht en uit de buurt van radiatoren. Een kiezelbak met water of een terrarium helpt tegen droge lucht.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 0,15 m hoog, 0,4 m breed
- Temperatuur
- Minimum 15 °C
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een episcia?
Planten in maart–april.
- Pot in maart–april op, als de wortels de pot vullen of het blad slap wordt.
- Kies een brede, ondiepe pot of hangmand met gaten in de bodem; de wortels zitten vlak onder het oppervlak.
- Gebruik een losse, luchtige grond: twee delen potgrond voor Kaapse viooltjes en één deel perliet.
- Zet de plant even diep als eerst en druk de grond lichtjes aan.
- Geef lauw water aan de rand van de pot en zet hem op een lichte, warme plek zonder zon.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond gelijkmatig licht vochtig, nooit nat. Geef lauw, kalkarm water aan de rand van de pot en giet niet over het blad: koud water geeft bruine vlekken.
- Luchtvochtigheid
- Wil een hoge luchtvochtigheid, minstens 50–60 %. Gebruik een kiezelbak of een luchtbevochtiger en besproei het blad niet.
- Bemesten
- Van maart tot oktober om de 2 weken een halve dosis voeding voor bloeiende kamerplanten. In de winter niet bemesten.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip verwelkte bloemen en slappe stelen weg om de plant te laten doorbloeien.
- Verpotten
- Eén keer per jaar in het voorjaar, of verdeel de plant en pot de uitlopers apart.
Tip: Zet hem in een terrarium of op een kiezelbak met water: dan krijgt hij de hoge luchtvochtigheid die hij wil. Geef lauw, kalkarm water aan de rand van de pot, nooit over het blad.
Wanneer snoei je een episcia?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In het voorjaar (maart), en tussendoor naar behoefte.
Hoe:
- Knijp de toppen van lange scheuten uit om een bossiger plant te krijgen.
- Knip te lange of kale uitlopers terug of pot ze als nieuw plantje.
- Verwijder dode of bruine bladeren aan de voet.
- Knip kale of vergeelde stengels helemaal weg; de plant loopt snel opnieuw uit.
Let op: Knip met een schone schaar en snoei niet op een koude, natte plant: dat geeft sneller schimmel.
Vermeerderen
- Uitlopers
- Het hele jaar, het best in het voorjaar: leg een plantje aan het uiteinde van een uitloper op vochtige grond, laat het wortelen en knip de verbinding door. Zo is het in 2–4 weken een nieuwe plant.
- Stekken
- Stekken van 5–8 cm met enkele bladeren in vochtige turf of perliet onder een doorzichtige zak of in een terrarium. Wortelt in enkele weken bij 20–25 °C.
Hoe komt een episcia de winter door?
- Niet winterhard: de minimumtemperatuur is 15 °C. Hij mag nooit buiten overwinteren.
- Houd hem warm (18–22 °C) en licht, uit de koude tocht van een raam.
- Geef minder water en niet bemesten: de grond mag tussen twee keer water geven even iets afdrogen.
- Zet een kiezelbak of luchtbevochtiger bij de verwarming, want droge lucht geeft bruine bladranden.
Ziektes en plagen
- Bruine vlekken op het blad: Ringvormige bruine vlekken komen van koud water of waterdruppels in de zon. Gebruik lauw water aan de rand van de pot en droog bespatte bladeren.
- Bruine bladranden: Droge lucht of te kalkrijk water. Verhoog de luchtvochtigheid en gebruik regenwater of gefilterd water.
- Lange, slappe scheuten: Te weinig licht: de kleuren verbleken en de plant strekt zich. Zet hem lichter, zonder directe zon.
- Wolluis en spint: Witte pluisjes of fijn spinrag op het blad. Verwijder wolluis met een wattenstaafje en zeepwater; verhoog de luchtvochtigheid tegen spint.
Het jaar rond
- Januari: Rust: warm houden, weinig water, niet bemesten.
- Februari: Rust. Nog niet bemesten.
- Maart: Verpotten en snoeien. Weer meer water.
- April: Beginnen met bemesten. Uitlopers laten wortelen.
- Mei: Eerste bloei. Om de 2 weken bemesten.
- Juni: Bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen.
- Juli: Bloei. Lauw water en luchtvochtigheid in de gaten houden.
- Augustus: Bloei. Uitlopers afleggen voor nieuwe planten.
- September: Laatste bloemen. Minder bemesten.
- Oktober: Bemesten stoppen. Warm en licht zetten.
- November: Rust. Weinig water, hoge luchtvochtigheid.
- December: Rust. Warm en licht houden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij is verwant aan het Kaaps viooltje en de streptocarpus, die tot dezelfde plantenfamilie (de Gesneriaceae) horen.
- De naam Episcia komt van het Griekse ‘episkios’, dat ‘beschaduwd’ betekent, naar de plek waar hij in het regenwoud groeit.
- De bladkleuren zijn het mooist bij veel licht zonder directe zon; in te weinig licht verbleken ze.