Foto: Onderwijsgek, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Ranunculaceae
Winterakoniet
Eranthis hyemalis
In andere talen: Éranthe d’hiver (Français) · Winter aconite (English)
Winterakoniet is een klein knolgewas uit de loofbossen van Zuid-Europa, van Frankrijk en Italië tot op de Balkan. Al in februari duwen de knoppen zich door de grond, soms zelfs door een laagje sneeuw. Elke goudgele, bekervormige bloem van 2–3 cm zit op een kraagje van fijn verdeelde, groene blaadjes. Na de bloei groeit het blad nog even door en in juni is de plant weer helemaal verdwenen. Vroeger werd hij veel in parken en op landgoederen geplant, en daar is hij op veel plaatsen verwilderd tot gele tapijten onder oude bomen.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de knolletjes. Houd kinderen en huisdieren zoals honden en katten weg van de plant en eet er niets van. Draag handschoenen bij het planten als je een gevoelige huid hebt.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,1 m breed
Bloei
februari–maart
| Hoogte | 0,1 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | februari–maart |
Herkennen
Hoe herken je een winterakoniet?
- Groeivorm
- Laag knolgewas van 5–10 cm hoog dat in het voorjaar verschijnt en in juni weer verdwijnt.
- Blad
- Rond en diep handvormig ingesneden, glanzend groen; verschijnt vooral na de bloei.
- Bloem
- Bekervormig en goudgeel, 2–3 cm, rechtop op een kraag van fijn verdeelde groene schutblaadjes; in februari–maart.
- Weer
- De bloemen gaan open bij zon en zachter weer en sluiten bij kou, regen en ’s avonds.
- Knol
- Klein, onregelmatig en bruin, zonder duidelijke boven- of onderkant; droogt snel uit.
- Zaad
- Rijpt al in mei in kleine, open vruchtjes en valt rond de plant op de grond.
Bloei: februari–maart · Planten: maart en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de allereerste bloeiers: goudgeel in februari en maart.
- Belangrijk voedsel voor de eerste bijen en hommels op zonnige dagen.
- Zaait zich onder loofbomen en heesters uit tot een geel tapijt.
- Neemt in de zomer geen plaats in: dan zit hij helemaal onder de grond.
- Zeer winterhard en jarenlang blijvend, zonder werk.
Waar staat een winterakoniet graag?
- Zon of halfschaduw in het voorjaar, bijvoorbeeld onder bladverliezende bomen en heesters die pas na de bloei in blad komen.
- Humusrijke leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk.
- Normaal vochtig in de winter en het voorjaar; in de zomer mag de grond wat opdrogen.
- Een plek die niet omgespit wordt, zodat hij ongestoord kan uitzaaien.
- Plant op 5–10 cm van elkaar, in groepjes van tien of meer.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,1 m hoog, 0,1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Sneeuwklokje: Wit naast geel, in dezelfde weken onder bomen.
- Cyclamen coum: Roze en magenta tussen de gele bloemen.
- Boerenkrokus: Lila bloemen in februari–maart, ook goed voor bijen.
- Nieskruid: Grote, groenige of witte winterbloemen boven het gele tapijt.
- Gele kornoelje: Een grote heester met gele winterbloei als achtergrond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een winterakoniet?
Planten in maart en september–oktober.
- Plant liefst in maart, net na de bloei, met planten ‘in het groen’, dus met blad en wortels: die slaan het best aan.
- Losse knolletjes plant je in september–oktober. Leg ze eerst een nacht in lauw water, zodat ze opzwellen.
- Plant de knolletjes 5 cm diep, op 5–10 cm van elkaar. Zie je niet wat boven is, leg ze dan plat.
- Plantjes in het groen zet je even diep als ze stonden, met het witte deel van de stengel onder de grond.
- Druk de grond aan en geef water.
- Leg een dun laagje bladaarde over de plek.
Verzorgen
- Water
- Na het planten water geven; daarna is het zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig. In de herfst een dun laagje bladaarde of compost.
- Blad
- Laat het blad na de bloei vanzelf afsterven en maai niet over de plek tot in juni.
- Uitzaaien
- Laat het zaad rijpen en vallen. Hark en schoffel niet onder de bomen waar hij zich uitzaait.
- Afgevallen blad
- Een dun laagje boomblad mag blijven liggen: daar komt hij gewoon doorheen.
Tip: Wil je een geel tapijt, koop dan in maart planten in het groen en zet ze onder loofbomen. Laat het zaad liggen en hark de plek niet: na enkele jaren breidt hij zich vanzelf uit.
Wanneer snoei je een winterakoniet?
Wanneer: Winterakoniet wordt niet gesnoeid. Je laat het blad gewoon vanzelf afsterven.
Hoe:
- Laat uitgebloeide bloemen staan: ze vormen zaad en zo groeit het tapijt.
- Laat het blad na de bloei staan tot het in mei–juni vanzelf geel wordt.
- Maai gras met winterakoniet pas als het blad verdwenen is.
Let op: Maai of knip het blad niet te vroeg af: dan worden de knolletjes zwak en bloeien ze minder.
Vermeerderen
- Zaaien
- Laat het zaad zich vanzelf verspreiden, of strooi rijp zaad in mei meteen op de plek waar je hem wilt. Na een paar jaar bloeien de zaailingen.
- Scheuren in het groen
- Steek in maart, net na de bloei, een pol op en verdeel hem in kleine stukjes met blad en wortels. Plant ze meteen opnieuw.
Hoe komt een winterakoniet de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
- Bloeit gewoon door vorst en sneeuw heen; de bloemen sluiten bij kou en gaan weer open bij zon.
- In een pot kan hij buiten blijven; zorg dat de potgrond in de zomer niet helemaal uitdroogt.
Ziektes en plagen
- Knolletjes komen niet op: Droge knolletjes zijn vaak al te ver uitgedroogd. Week ze voor het planten of koop planten in het groen.
- Verdwijnt na een paar jaar: Te droge, arme grond, of de plek wordt omgespit. Geef bladaarde en laat de grond ongemoeid.
- Slakken: Ze vreten aan de bloemen bij zacht, vochtig weer. Raap ze ’s avonds weg.
- Overwoekerd: Sterke bodembedekkers zoals klimop verstikken hem. Houd een open plek onder de bomen vrij.
Het jaar rond
- Januari: De eerste knoppen duwen zich door de grond.
- Februari: Bloei. Bijen op zonnige dagen.
- Maart: Laatste bloei. Planten of scheuren in het groen.
- April: Het blad groeit en het zaad zet zich.
- Mei: Het zaad rijpt en valt. Niet harken.
- Juni: Het blad sterft af; de plant gaat in rust.
- September: Losse knolletjes een nacht weken en planten.
- Oktober: Planten. Dun laagje bladaarde.
- December: Rust onder de grond.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de winterakoniet zijn giftig, vooral de knolletjes: bij inslikken geven ze braken, buikpijn en diarree. Ondanks de naam is het geen monnikskap (Aconitum), maar ook hij is giftig. De droge knolletjes laat je voor het planten een nacht in lauw water weken: zet die kom buiten het bereik van kinderen, honden en katten, en ruim losse knolletjes op. Van januari tot maart staan de gele bloemen als een van de eerste in bloei, op kinderhoogte onder struiken en in het gras: leer kinderen dat ze niet om te eten zijn. Draag handschoenen bij het planten als je een gevoelige huid hebt. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De gele ‘bloemblaadjes’ zijn eigenlijk kelkbladen; de echte bloemblaadjes zijn omgevormd tot kleine nectarbakjes.
- Het groene kraagje onder de bloem bestaat uit schutbladen, niet uit gewone bladeren.
- In Nederland en Vlaanderen hoort hij bij de stinzenplanten: soorten die vroeger op landgoederen werden geplant en daar verwilderd zijn.