
Foto: No machine-readable author provided. Svdmolen assumed (based on copyright claims)., CC BY 2.5 · bron
Kruidachtige plant · Ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
Gewoon speenkruid
Ficaria verna
In andere talen: Ficaire fausse-renoncule (Français) · Lesser celandine (English)
Komt in België in het wild voor.
Gewoon speenkruid is een laag voorjaarsplantje uit de ranonkelfamilie dat in maart en april glanzend gele sterretjes laat zien in bossen, houtkanten, langs beken en in schaduwrijke gazons. Het is in heel België zeer algemeen. Je herkent het aan de hartvormige, glanzend donkergroene blaadjes en de bloemen met 8–12 smalle, glimmend gele kroonblaadjes. Het verschijnt al in de late winter en verdwijnt in juni weer helemaal onder de grond. Voor vroege hommelkoninginnen en solitaire bijen is het een van de eerste voedselbronnen van het jaar.
Let op: Giftig, zoals de meeste ranonkels: het verse sap kan de huid en de mond irriteren. Laat kinderen en huisdieren er niet van eten. Ook grazende dieren kunnen er last van krijgen.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,2 m breed
Bloei
maart–mei
| Hoogte | 0,1 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | maart–mei |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Laag, kaal plantje van 5–15 cm dat tapijten vormt. Alleen boven de grond van januari–februari tot mei–juni.
- Blad
- Hart- tot niervormig, 2–4 cm, glanzend donkergroen, soms met donkere of zilverige vlekken, op lange steeltjes. De rand is golvend of licht gekarteld.
- Bloem
- Stervormig, 2–3 cm breed, met 8–12 glanzend gele kroonblaadjes en drie groene kelkblaadjes. De bloem verbleekt als ze ouder wordt.
- Vrucht/Zaad
- Een bolletje van kleine nootjes, maar veel planten zetten weinig zaad. Ze verspreiden zich vooral met broedknolletjes in de bladoksels, zo groot als een graankorrel.
- Wortels
- Een bosje knotsvormige wortelknolletjes; elk knolletje dat in de grond achterblijft, kan een nieuwe plant geven.
- Verwarring met
- Dotterbloem is veel groter, heeft vijf gele kelkbladen en groeit in moerassen. Klein hoefblad heeft bloemhoofdjes zoals een paardenbloem, die bloeien voor het blad verschijnt. Boterbloemen hebben vijf kroonblaadjes en ingesneden blad.
Bloei: maart–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste bloeiers van het jaar: stuifmeel en nectar voor hommelkoninginnen, zandbijen en vliegen.
- Vormt in de schaduw onder struiken en bomen een glanzend tapijt, op plekken waar in de zomer bijna niets groeit.
- Je hebt er geen werk aan: het verdwijnt vanzelf in juni en laat dan plaats voor varens en zomerplanten.
- Een mooi teken van het voorjaar: de bloemen gaan open in de zon en sluiten bij koud of bewolkt weer.
- Hoort bij de klassieke voorjaarsflora van oude bossen en houtkanten, samen met bosanemoon en sneeuwklokje.
Waar staat een gewoon speenkruid graag?
- In het wild: vochtige loofbossen, houtkanten, beekoevers, heggen, parken, bermen en schaduwrijke gazons.
- Halfschaduw tot schaduw onder bladverliezende bomen en struiken; in het voorjaar krijgt het daar volop licht.
- Vochtige, humusrijke en voedselrijke grond: leem en klei; verdraagt in de winter natte voeten.
- In de tuin: onder een haag, onder struiken, in een bostuin of in een gazon dat je pas laat maait. Niet in een border met kleine planten, waar het te veel ruimte inneemt.
Mooi samen met
- Bosanemoon: Witte sterretjes tegelijk met de gele, onder dezelfde struiken.
- Gewoon sneeuwklokje: Bloeit net ervoor en deelt dezelfde vochtige halfschaduw.
- Maarts viooltje: Geurende, paarse bloempjes in dezelfde voorjaarsweken.
- Mannetjesvaren: Rolt zijn bladeren uit als het speenkruid verdwijnt en vult zo het lege plekje.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gewoon speenkruid?
- Koop potjes of knolletjes bij een kwekerij voor inheemse planten, of vraag een stukje aan een buur. Graaf nooit planten uit in de natuur.
- Plant de knolletjes in september–oktober, 3–5 cm diep en 15–20 cm uit elkaar, in groepjes.
- Potplanten zet je in het voorjaar, meteen na de bloei, of in de herfst.
- Kies een plek waar het mag uitbreiden: onder struiken of in gras dat je laat maait.
- Geef na het planten water en strooi wat bladaarde over de plek.
- Daarna is er geen werk meer: het blad sterft in mei–juni vanzelf af.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig: het groeit in het natte voorjaar en rust in de droge zomer onder de grond.
- Bemesten
- Niet nodig. Laat de bladeren van de bomen erboven liggen: die worden vanzelf compost.
- Maaien
- Maai een gazon met speenkruid pas als het blad geel wordt, half mei tot begin juni. Zo kan het zijn knolletjes vullen.
- Woekeren
- In een border breidt het zich hardnekkig uit met knolletjes en broedknolletjes. Steek hele pollen met een ruime kluit uit, liefst tijdens de bloei, als je ze nog ziet.
- Afsterven
- Geel blad in mei–juni is normaal: de plant gaat in zomerrust. Niet wegknippen, gewoon laten verteren.
Tip: Wil je het niet in je border? Steek het uit tijdens de bloei, als je het nog ziet, en neem een ruime kluit mee: na juni vind je de knolletjes niet meer terug.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig. Laat het blad in mei–juni vanzelf afsterven.
Hoe:
- Knip of maai het blad nooit af zolang het nog groen is; de plant heeft het nodig om haar knolletjes te vullen.
- Gazon met speenkruid: maai de eerste keer pas als het blad vergeeld is.
Vermeerderen
- Scheuren
- Neem na de bloei of in de herfst een pol op en verdeel hem in stukjes met knolletjes.
- Broedknolletjes
- Na de bloei verschijnen in de bladoksels kleine knolletjes. Raap ze in mei–juni op en leg ze ondiep op hun nieuwe plek.
- Zaad
- Veel planten zetten weinig zaad. Heb je toch zaad, zaai het rijpe zaad dan meteen na de oogst buiten.
Hoe komt een gewoon speenkruid de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Van juni tot de winter rust het als knolletjes onder de grond; boven de grond zie je niets.
- Al in januari–februari verschijnen de eerste glanzende blaadjes, vaak tussen de sneeuwklokjes.
- Volledig winterhard; de jonge blaadjes verdragen ook nachtvorst.
Ziektes en plagen
- Woekeren in borders: Knolletjes en broedknolletjes blijven bij het wieden makkelijk achter. Steek pollen ruim uit voor het blad afsterft en leg ze alleen op de composthoop als die goed heet wordt; anders bij het groenafval.
- Roest: Gele vlekjes en oranjebruine sporenhoopjes aan de onderkant van het blad. Onschuldig: de plant sterft toch snel af. Haal sterk aangetaste bladeren weg.
- Slakken: Vreten soms aan jong blad. Meestal herstelt het tapijt vanzelf.
- Kale plekken in de zomer: Na het afsterven blijft de grond leeg. Combineer met varens of planten die in de zomer uitlopen.
Het jaar rond
- Januari: Eerste blaadjes boven de grond.
- Februari: Het blad groeit snel; de eerste knoppen verschijnen.
- Maart: Volle bloei. Hommelkoninginnen zoeken stuifmeel.
- April: Bloei. Pollen uitsteken waar er te veel zijn.
- Mei: Laatste bloemen; broedknolletjes in de bladoksels. Het gazon pas maaien als het blad geel wordt.
- Juni: Het blad sterft af; zomerrust onder de grond.
- September: Knolletjes planten.
- Oktober: Planten kan nog. Afgevallen blad laten liggen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam speenkruid komt van ‘speen’, een oud woord voor aambeien: volgens de middeleeuwse signatuurleer leken de wortelknolletjes daarop, en daarom werd de plant er vroeger tegen gebruikt.
- De wetenschappelijke naam Ficaria komt van het Latijnse ficus, vijg: de wortelknolletjes lijken op piepkleine vijgjes.
- De bloemen gaan alleen open bij zonnig weer en sluiten ’s avonds en bij regen.