
Foto: Krzysztof Ziarnek, Kenraiz, CC BY-SA 4.0 · bron
Siergras · Poaceae
Festuca gautieri
In andere talen: Fétuque de Gautier (Français) · Bearskin fescue (English)
Festuca gautieri is een groenblijvend zwenkgras uit de Pyreneeën en de bergen van het noordoosten van Spanje, waar hij op rotsige, vaak kalkrijke hellingen groeit. Hij vormt lage, dichte, ronde kussens van stijf, naaldfijn, heldergroen blad, die er van ver uitzien als een bolletje mos of een stukje berenvacht. In juni en juli steken er losse, geelgroene pluimpjes boven uit, die later strokleurig worden. Tuiniers gebruiken hem als groenblijvend randje, tussen stenen, in rotstuinen en in grindtuinen, waar hij het hele jaar een fris accent geeft. Het compacte ras ‘Pic Carlit’ blijft nog lager.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | maart en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Festuca gautieri?
- Groeivorm
- Laag, dicht, rond kussen van 10–15 cm hoog en ongeveer 30 cm breed.
- Blad
- Stijf en naaldfijn, heldergroen; het blijft het hele jaar staan.
- Bloem
- In juni–juli losse, geelgroene pluimpjes op dunne stengels net boven het kussen; later strokleurig.
- Wortels
- Fijne, vezelige wortels zonder uitlopers; het kussen wordt langzaam breder.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het hele jaar heldergroene kussens: frisse kleur, ook in de winter.
- Laag en compact: ideaal als randje langs paden, tussen stenen en in rotstuinen.
- Droogtebestendig eens hij ingeworteld is.
- Verdraagt zowel zon als halfschaduw.
- Weinig werk: geen terugsnoei nodig.
Waar staat een Festuca gautieri graag?
- Zon of halfschaduw; in diepe schaduw wordt het kussen los en dun.
- Goed doorlatende zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk; tussen stenen en in grind voelt hij zich thuis.
- Droge tot normaal vochtige grond; natte voeten, vooral in de winter, doen hem rotten.
- Plant op 20–25 cm afstand voor een gesloten rand.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,15 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Huislook: Rozetten van vetplanten voor dezelfde droge plekjes tussen stenen.
- Steenbreek: Lage kussens met bloemen in het voorjaar, voor de rotstuin.
- Tijm: Een lage, geurende bodembedekker naast de groene kussens.
- Engels gras: Roze bolletjes boven grasachtige pollen, ook voor droge, zonnige plekken.
- Blauw schapengras: Blauwgrijze pollen als kleurcontrast met het heldergroen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Festuca gautieri?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober.
- Meng grof zand of fijn grind door zware grond, of plant op een verhoogd bed of tussen stenen.
- Zet het kussen even diep als in de pot, niet dieper: het hart mag niet in natte grond zitten.
- Houd 20–25 cm tussen de planten voor een gesloten randje.
- Giet goed aan en geef de eerste weken water bij droogte.
- Mulch eventueel met grind rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Alleen tot hij ingeworteld is, en in een pot; daarna nauwelijks nodig.
- Bemesten
- Niet nodig: op arme grond blijft het kussen het dichtst.
- Opruimen
- Haal in maart met gehandschoende vingers dode, bruine blaadjes uit het kussen.
- Bloeistengels
- Knip de uitgebloeide stengels in augustus weg als je een strak kussen wilt.
- Verjongen
- Een oud kussen dat in het midden kaal wordt, scheur je in het voorjaar.
Tip: Plant hem tussen stenen of in grind, waar het water snel wegloopt: zo blijven de kussens dicht en heldergroen en voorkom je rotte plekken.
Wanneer snoei je een Festuca gautieri?
Snoeimaanden: maart en augustus.
Wanneer: Groenblijvend en nauwelijks te snoeien. In maart ruim je dood blad op, in augustus kun je de uitgebloeide stengels wegknippen.
Hoe:
- Pluk of kam dode blaadjes in maart voorzichtig uit het kussen.
- Knip de uitgebloeide bloeistengels net boven het kussen af.
- Knip het groene kussen zelf niet terug: het herstelt traag.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of september: graaf het kussen op, trek of snijd het in stukjes met wortels en plant ze meteen weer.
- Zaaien
- Kan in het voorjaar in potjes, maar gaat traag. Scheuren is sneller en geeft planten die gelijk zijn aan de moederplant.
Hoe komt een Festuca gautieri de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Natte grond in de winter is gevaarlijker dan vorst: zorg voor goede drainage.
- Het kussen blijft groen en geeft kleur in de wintertuin.
- In een pot of trog: zet hem uit de regen en houd de grond in de winter vrij droog.
Ziektes en plagen
- Bruine plekken: Dode plekken in het kussen, vaak na een natte winter of na lange droogte in een pot. Pluk de dode delen weg; bij grote plekken scheur je de plant en herplant je de gezonde stukken.
- Rot: Het kussen wordt slap en bruin vanaf de voet. Oorzaak: natte, zware grond. Plant opnieuw op een doorlatende plek met grind.
- Los, open kussen: Te weinig licht of te rijke grond. Meer zon, geen mest.
Het jaar rond
- Maart: Dood blad uitkammen. Planten of scheuren.
- April: Planten of scheuren.
- Mei: Planten. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juni: Bloei: geelgroene pluimpjes.
- Juli: Bloei. Potten water geven bij droogte.
- Augustus: Uitgebloeide stengels wegknippen.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Planten.
- December: Groene kussens in de wintertuin.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij is ook bekend als Festuca scoparia; ‘scoparia’ komt van het Latijnse scopa, ‘bezem’, een verwijzing naar het stijve blad.
- Het compacte ras ‘Pic Carlit’ is genoemd naar een berg in de Pyreneeën.
- De Engelse naam ‘bearskin fescue’ verwijst naar de dichte kussens, die op een berenvacht lijken.