Foto: Daderot, Public domain · bron
Siergras · Poaceae
Festuca mairei
In andere talen: Fétuque de l’Atlas (Français) · Atlas fescue (English)
Festuca mairei komt uit de bergen van Marokko en Algerije (het Atlasgebergte) en is genoemd naar de Franse botanicus René Maire. Het is een flinke, groenblijvende grassenpol van ongeveer 60 cm hoog en breed, met smalle, grijsgroene bladeren. Van juni tot augustus verschijnen hoge, luchtige bloeiaren die boven de pol uitsteken en in de wind bewegen. Het zwenkgras is droogtebestendig, volledig winterhard (tot ongeveer −20 °C) en bijna onderhoudsvrij. Het past goed in een grindtuin, een prairie-achtige beplanting of een zonnige, droge border.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–augustus
| Hoogte | 0,6 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een Festuca mairei?
- Groeivorm
- Grote, dichte, groenblijvende pol van ongeveer 60 cm hoog en breed, de bloeiaren erbij.
- Blad
- Smal, grijsgroen en boogvormig, zacht van structuur.
- Bloem
- Luchtige, ijle pluimen op rechtopstaande stengels, van juni tot augustus; zilverig groen tot strokleurig.
- Wortels
- Vezelig, robuust wortelgestel dat droogte goed verdraagt maar geen natte voeten.
- Gebruik
- Solitair of in groepen, in grindtuin, prairie- en rotsbeplanting of als begeleider in een droge border.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een grote, groenblijvende pol die het hele jaar structuur geeft.
- Luchtige bloeiaren van juni tot augustus die in de wind bewegen.
- Droogtebestendig en volledig winterhard tot ongeveer −20 °C.
- Bijna onderhoudsvrij: enkel in het voorjaar de dode bladeren uitkammen.
- Zorgt in een grindtuin of prairiebeplanting voor een zacht contrast met bladplanten.
Waar staat een Festuca mairei graag?
- Volle zon voor een compacte, rijk bloeiende pol.
- Doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk. Zware klei verbeter je met grind.
- Droog tot normaal: eenmaal aangeslagen zeer droogtebestendig. Natte grond in de winter is het gevaar.
- Plant op 50–60 cm van elkaar, solitair of in groepjes.
- Verdraagt wind en warmte goed en heeft geen speciale beschutting nodig.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Blauwpaarse bloemen en grijs blad op dezelfde droge, zonnige plek.
- Zonnehoed: Roze en paarse bloemen in de zomer boven de luchtige aren.
- Kogeldistel: Blauwe bollen contrasteren met de zachte pluimen.
- Hemelsleutel: Bloeit in het late seizoen als de aren al strokleurig zijn.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Festuca mairei?
Planten in maart–mei.
- Plant van maart tot mei, als de grond niet meer bevroren is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit. Meng zware grond met grof zand of grind voor afwatering.
- Zet de plant even diep als in de pot: de kroon mag niet onder de grond verdwijnen.
- Plant op 50–60 cm van elkaar.
- Geef flink water en daarna het eerste seizoen bij langdurige droogte.
- Leg een laagje grind of fijne split rond de pol; geen dikke, natte mulch.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte water geven. Daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig. Een beetje compost in het voorjaar volstaat; te rijke grond maakt de pol slap.
- Uitkammen
- Trek in het voorjaar met handschoenen of een vingerhark de dode, bruine bladeren uit de pol. Knip hem niet kort.
- Bloeiaren
- Laat ze staan: ze sieren tot in de herfst. Knip ze in februari–maart bij de basis weg.
- Delen
- Een oude pol die kaal wordt in het midden deel je in het voorjaar, elke 3–5 jaar.
Tip: Kam de dode bladeren in het voorjaar met handschoenen uit de pol en knip niet kort: zo blijft de groenblijvende pol vol en gezond. Plant hem in volle zon op doorlatende grond.
Wanneer snoei je een Festuca mairei?
Wanneer: Niet snoeien. Trek enkel in maart–april de dode bladeren uit de pol.
Hoe:
- Kam met een handschoen of vingerhark door de pol: de dode, bruine bladeren komen los.
- Knip de uitgebloeide bloemstengels in de late winter bij de basis weg.
- Knip de pol zelf niet kort: hij herstelt slecht en kan kaal blijven.
Let op: Knip hem nooit kort af zoals bij bladverliezende grassen: een groenblijvende pol herstelt daar slecht van.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september: steek de pol uit, verdeel hem in stukken met wortels en plant ze meteen. Doe dit elke 3–5 jaar, vooral als het midden kaal wordt.
- Zaaien
- Mogelijk in het voorjaar in potten bij 15–20 °C, maar de pollen groeien traag. Delen is eenvoudiger.
Hoe komt een Festuca mairei de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Volledig winterhard tot ongeveer −20 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig.
- Natte voeten zijn het gevaar. Zorg voor goede drainage en laat het blad staan: het beschermt de kroon.
- In een pot: zet hem tegen een beschutte muur en zorg dat het overtollige water weg kan.
Ziektes en plagen
- Kaal midden: Een oude pol sterft in het midden af. Deel hem in het voorjaar en plant de levende buitenstukken terug.
- Winternat: Rottende kroon of bruine pol na een natte winter. Verbeter de drainage en plant op een lichte verhoging.
- Roest: Oranje bultjes op het blad in een vochtige zomer. Trek aangetaste bladeren eruit en houd de pol luchtig.
- Slappe pol: Valt open bij schaduw of te rijke grond. Geef volle zon en bemest niet.
Het jaar rond
- Februari: Uitgebloeide bloemstengels bij de basis wegknippen.
- Maart: Dode bladeren uit de pol trekken. Planten of delen.
- April: Planten of delen. Water geven bij droogte.
- Mei: Planten. De bloeistengels groeien uit.
- Juni: Bloei begint.
- Juli: Volle bloei. Droogtebestendig.
- Augustus: Einde van de bloei. Aren laten staan.
- September: Delen kan nog. Aren laten staan.
- Oktober: Aren laten staan. Niet snoeien.
- November: Rust. Zorgen voor goede afwatering.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soort is genoemd naar René Maire (1878–1949), een Franse botanicus die veel onderzoek deed in Noord-Afrika.
- Festuca komt van het Latijnse woord voor stengel of strootje.
- Het geslacht Festuca telt enkele honderden soorten, van kleine blauwe pollen tot flinke, grijsgroene pollen als deze.