Foto: Petr Filippov, CC BY-SA 3.0 · bron
Siergras · Poaceae
Festuca valesiaca
In andere talen: Fétuque du Valais (Français) · Wallis fescue (English)
Festuca valesiaca groeit van nature op droge, schrale graslanden en steppen in Europa en Centraal-Azië, onder meer in het droge Zwitserse Wallis, waar de soort haar naam aan dankt. Het is een klein, dicht pollengras van ongeveer 20 cm hoog en breed, met draadfijne, grijsgroene tot zilverblauwe bladeren; het ras ‘Glaucantha’ is vooral blauw. In mei en juni steken fijne bloemaren boven de pol uit. Het gras is groenblijvend, droogtebestendig en zeer winterhard (tot ongeveer −25 °C). Ideaal voor de rotstuin, een grindtuin, dakbeplanting en droge randen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,2 m breed
Bloei
mei–juni
| Hoogte | 0,2 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een Festuca valesiaca?
- Groeivorm
- Kleine, dichte, groenblijvende pol van ongeveer 20 cm hoog en breed.
- Blad
- Draadfijn en stijf, grijsgroen tot zilverblauw (vooral het ras ‘Glaucantha’).
- Bloem
- Fijne, smalle aren in mei–juni boven de pol; groenachtig tot zilverig, later strokleurig.
- Wortels
- Dicht, vezelig wortelgestel dat droogte verdraagt maar geen natte voeten.
- Gebruik
- Rotstuin, grindtuin, dakbeplanting, droge randen en bakken.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zilverblauwe, groenblijvende pollen die het hele jaar kleur geven.
- Droogtebestendig en zeer winterhard tot ongeveer −25 °C.
- Blijft laag (ongeveer 20 cm): ideaal voor rotstuin, grind, dakbeplanting en randen.
- Heel weinig onderhoud: geen snoei en geen mest nodig.
- Mooi in groepen als bodembedekker of als lage rand langs stenen en paden.
Waar staat een Festuca valesiaca graag?
- Volle zon: in de schaduw verliest hij zijn blauwe kleur en wordt de pol los.
- Arme, zeer doorlatende grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk. Geen natte of vette, zware grond.
- Droog: zeer droogtebestendig. Natte winters zijn het gevaar.
- Plant op 20–30 cm van elkaar, ongeveer 10–16 planten per m², in grind of op een droge helling.
- Ook geschikt voor ondiepe plekken zoals een dak of een stenen trog.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Festuca valesiaca?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Werk zware grond los en meng er grof zand of fijn grind door. Arme grond hoef je niet te verbeteren.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de kroon op bodemniveau.
- Plant op 20–30 cm van elkaar, in groepjes of rijen.
- Geef flink water na het planten en daarna het eerste seizoen enkel bij langdurige droogte.
- Leg een dun laagje grind of split rond de planten; geen organische mulch.
Verzorgen
- Water
- Het eerste seizoen bij langdurige droogte. Daarna niet meer nodig, behalve in een pot of trog.
- Bemesten
- Niet nodig: arme grond houdt de pol compact en blauw.
- Onkruid wieden
- Houd de plantplek vrij van onkruid; tussen kleine pollen groeit dat snel.
- Uitkammen
- Trek in het voorjaar de dode bladeren met je vingers of met handschoenen uit de pol.
- Delen
- Een pol die in het midden kaal wordt, deel je elke 2–3 jaar in het voorjaar.
Tip: Plant hem in volle zon op arme, doorlatende grond en leg een laag grind rond de pollen: zo blijven ze compact en zilverblauw. Voeg geen compost toe.
Wanneer snoei je een Festuca valesiaca?
Wanneer: Niet snoeien. Trek enkel in maart–april de dode bladeren uit de pol.
Hoe:
- Kam met je vingers of een vingerhark door de pol: de dode bladeren komen los.
- Knip de uitgebloeide aren in juli weg of laat ze staan als strokleurig accent.
- Knip de pol zelf niet kort: hij herstelt slecht.
Let op: Niet kort afknippen: een groenblijvende pol herstelt daar slecht van.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september: steek de pol uit, deel hem in 2–4 stukken met wortels en plant ze meteen. Doe dit elke 2–3 jaar.
- Zaaien
- In het voorjaar op zaaigrond bij 15–20 °C, de zaden nauwelijks bedekken. Rassen zoals ‘Glaucantha’ komen niet altijd even blauw uit zaad: kies voor delen.
Hoe komt een Festuca valesiaca de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Zeer winterhard tot ongeveer −25 °C: geen bescherming nodig in Vlaanderen.
- Het gevaar is vochtigheid: zorg voor goede drainage en laat het blad staan.
- In een pot of trog: zet hem op voetjes zodat het water kan wegstromen en plaats hem beschut tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Kaal midden: Een pol sterft na enkele jaren in het midden af. Deel hem in het voorjaar.
- Winternat: Bruine of rottende pol in het voorjaar door te natte grond. Verbeter de drainage met grind en plant op een lichte verhoging.
- Onkruid: Gras en onkruid groeien tussen de pollen en verstikken ze. Wied regelmatig en gebruik een laag grind.
- Verlies van blauwe kleur: Het blauw verdwijnt in schaduw of in rijke grond. Geef volle zon en bemest niet.
Het jaar rond
- Maart: Dode bladeren uit de pol trekken. Planten of delen.
- April: Planten of delen. Eerste nieuwe scheuten.
- Mei: Planten. Bloei begint.
- Juni: Bloei. Weinig of geen water nodig.
- Juli: Uitgebloeide aren wegknippen of laten staan.
- Augustus: Onkruid wieden.
- September: Planten of delen.
- Oktober: Planten. Het blad blijft blauw.
- November: Zorgen voor goede drainage.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam valesiaca verwijst naar Valais (Wallis), een droog Zwitsers dal met steppeachtige hellingen.
- De bladeren zijn zo smal en opgerold dat ze weinig water verdampen: een aanpassing aan droge standplaatsen.
- Zwenkgrassen (Festuca) worden ook veel gebruikt in grasmengsels voor gazons en dakbeplanting.