
Foto: Roman Köhler, Public domain · bron
Vaste plant · Geraniaceae
Ooievaarsbek
Geranium himalayense
In andere talen: Géranium de l’Himalaya (Français) · Himalayan cranesbill (English)
De Himalaya-ooievaarsbek komt uit de bergweiden en het struikgewas van de Himalaya, van Afghanistan tot Nepal. Het is een vaste plant die met korte wortelstokken een dichte, brede pol vormt van diep ingesneden, handvormig blad, zo’n 40 cm hoog en 60 cm breed. Van juni tot in augustus verschijnen grote, schotelvormige bloemen van 4–5 cm, helder violetblauw met een wit hart en fijne paarsrode nerven. Tuiniers houden van hem omdat hij zo makkelijk is, onkruid onderdrukt als bodembedekker en na een snoeibeurt vaak opnieuw bloeit. Bekende vormen zijn ‘Gravetye’, compacter en met intens blauwe bloemen, en ‘Plenum’, met gevulde lila bloemen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een ooievaarsbek?
- Groeivorm
- Dichte, uitbreidende pol van ongeveer 40 cm hoog en 60 cm breed, met korte, kruipende wortelstokken.
- Blad
- Rond en diep handvormig ingesneden in zeven lobben, frisgroen; in de herfst vaak rood en oranje.
- Bloem
- Schotelvormig, 4–5 cm breed, violetblauw met een wit hart en fijne paarsrode nerven, van juni tot augustus.
- Vrucht
- Een smalle, snavelvormige vrucht die bij rijpheid openspringt en de zaden wegslingert.
- Wortels
- Vlezige wortelstokken die zich gestaag uitbreiden: de pol wordt elk jaar wat breder.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Grote, hemelsblauwe bloemen van juni tot augustus, met vaak een nabloei als je na de eerste bloei terugknipt.
- Een uitstekende bodembedekker: de dichte pol en de wortelstokken houden onkruid kort.
- Geliefd bij bijen en hommels, die in de open schotelbloemen makkelijk bij nectar en stuifmeel kunnen.
- In de herfst kleurt het blad vaak rood en oranje.
- Zeer winterhard en makkelijk: groeit in zon en halfschaduw op bijna elke grond.
- Mooi als rand langs een pad, onder rozen of tussen heesters.
Waar staat een ooievaarsbek graag?
- Zon of halfschaduw; in volle zon bloeit hij het rijkst, zolang de grond niet uitdroogt.
- Bijna elke goede tuingrond: zand, leem of klei, zuur, neutraal of kalkrijk.
- Normaal vochtige, goed doorlatende grond; geen natte voeten in de winter.
- Reken op 50–60 cm tussen de planten, want de pol breidt zich uit.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Rozen: Het klassieke duo: de blauwe ooievaarsbek bedekt de kale voet van de rozen.
- Vrouwenmantel: Limoengroene schermpjes naast de blauwe bloemen, in dezelfde zon of halfschaduw.
- Daglelie: Oranje of gele bloemen en smal blad als contrast met de ronde, ingesneden bladeren.
- Siergrassen: Luchtige halmen boven de lage, dichte pol, mooi tot in de herfst.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een ooievaarsbek?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er wat compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot: de bovenkant van de kluit gelijk met de grond.
- Houd 50–60 cm tussen de planten; als bodembedekker reken je op ongeveer 4 planten per m².
- Geef meteen ruim water en de eerste weken opnieuw bij droogte.
- Leg een dunne laag compost of bladmulch tussen de jonge planten, zodat onkruid minder kans krijgt.
Verzorgen
- Water
- Eens ingeworteld kan hij tegen een korte droge periode. Geef water bij lange droogte, zeker na het terugknippen.
- Bemesten
- In maart–april volstaat een laagje compost. Te veel mest geeft slap, uitzakkend blad.
- Terugknippen
- Knip na de eerste bloei, in juli, de hele pol terug tot 5–10 cm voor vers blad en vaak een nabloei.
- Opruimen
- Haal in maart de oude, afgestorven bladeren weg voor het nieuwe blad uitloopt.
- Scheuren
- Om de 3–5 jaar, als de pol in het midden kaal wordt of te ver uitbreidt.
Tip: Knip na de eerste bloei de hele pol terug tot 5–10 cm en geef water: binnen een paar weken heb je vers blad en vaak een tweede bloei.
Wanneer snoei je een ooievaarsbek?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In juli, na de eerste bloei, knip je de pol fors terug. In maart ruim je de oude, afgestorven bladeren op.
Hoe:
- Knip na de eerste bloeigolf alle bloeistengels en het oude blad terug tot 5–10 cm boven de grond.
- Geef daarna water en wat compost: binnen enkele weken komt er nieuw blad en vaak een tweede, kleinere bloei.
- Laat de pol in de herfst gerust staan: het blad kleurt mooi.
- Knip in maart de dode bladeren en stengels weg tot net boven de nieuwe scheuten.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in september: steek een stuk met wortelstok en enkele scheuten van de rand af en plant het meteen op zijn nieuwe plek.
- Voetstekken
- In april: snijd jonge scheuten met een stukje wortelstok af en laat ze wortelen in een pot met vochtige stekgrond.
Hoe komt een ooievaarsbek de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad sterft in de winter af; de plant loopt in maart–april opnieuw uit vanuit de wortelstokken.
- Laat het afgestorven blad tot het voorjaar liggen: het beschermt de wortelstokken en biedt schuilplaats aan insecten.
- In een pot: zet hem bij strenge vorst tegen een muur, zodat de kluit niet doorvriest.
Ziektes en plagen
- Uitzakken: Na de eerste bloei valt de pol open en ziet hij er rommelig uit. Knip hem terug tot 5–10 cm: hij herstelt snel.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in droge zomers. Geef water, knip aangetast blad weg en laat lucht rond de planten.
- Slakken: Vreten aan het jonge blad in het voorjaar. Raap ze ’s avonds en houd de grond rond de plant open.
- Te sterke uitbreiding: De pol groeit over zijn buren heen. Steek de rand jaarlijks af met een spade.
Het jaar rond
- Maart: Oude bladeren opruimen. Planten of scheuren. Compost geven.
- April: Planten. Letten op slakken bij het jonge blad.
- Mei: Bloemknoppen. Water geven aan jonge planten bij droogte.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Na de eerste bloei terugknippen tot 5–10 cm. Water en compost geven.
- Augustus: Nabloei. Water geven bij lange droogte.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Herfstkleur in het blad. Planten.
- November: Afgestorven blad laten liggen als winterbescherming.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Geranium komt van het Griekse geranos, kraanvogel: de lange, snavelvormige vrucht lijkt op de snavel van die vogel. De Nederlandse naam ooievaarsbek verwijst naar hetzelfde.
- Als de vrucht rijp is, krult de snavel plots op en slingert hij de zaden een eind van de plant weg.
- De bekende ooievaarsbek ‘Johnson’s Blue’ is een kruising van deze soort met de inheemse beemdooievaarsbek (Geranium pratense).