Foto: Salicyna, CC BY-SA 4.0 · bron
Eenjarige plant · Papaveraceae
Gele hoornpapaver
Glaucium flavum
In andere talen: Glaucière jaune (Français) · Yellow horned poppy (English)
De gele hoornpapaver groeit van nature op kiezelstranden, strandwallen en zandige kusten in West-Europa, het Middellandse Zeegebied en Noord-Afrika, ook langs onze kust. Het is een twee- tot driejarige plant, soms iets langer levend, met een rozet van blauwgrijs, diep ingesneden en harig blad. Van juni tot september draagt hij grote, zachtgele papaverbloemen van 6–9 cm. Daarna groeien lange, gebogen, hoornvormige zaaddozen. Tuiniers houden van hem voor de grafische bladeren en de bloemen in arme, droge grond, waar weinig andere planten het goed doen. Alle delen zijn giftig.
Let op: Giftig: alle delen van de plant bevatten giftige stoffen. Kinderen, honden, katten en grazend vee mogen er niet van eten. Draag handschoenen bij het werk en was je handen daarna.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,6 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–september
| Hoogte | 0,6 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een gele hoornpapaver?
- Groeivorm
- Rechtopstaande, vertakte plant van 40–60 cm hoog en ongeveer 40 cm breed; eerst een rozet, in het tweede jaar bloemstengels.
- Blad
- Blauwgrijs, dik, diep ingesneden en harig; de rozetbladeren zijn tot 30 cm lang, de stengelbladeren omvatten de stengel.
- Bloem
- Papaverachtig, 6–9 cm, met vier zachtgele, papierachtige bloemblaadjes, van juni tot september.
- Vrucht
- Zeer lange, gebogen, hoornvormige zaaddoos, 15–30 cm, die in de late zomer openscheurt.
- Wortels
- Diepe, dikke penwortel: hij verdraagt droogte, maar niet verplanten.
Bloei: juni–september · Zaaien: april–mei en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juni tot september met grote, zachtgele papaverbloemen.
- Blauwgrijs, ingesneden blad is het hele jaar een sierwaarde, ook in de winter als wintergroene rozet.
- Groeit op arme, droge, kalkrijke grond waar andere planten moeilijk groeien.
- Bijen en andere insecten bezoeken de bloemen.
- Zaait zichzelf uit in grind of zand en blijft zo jaar na jaar terugkomen.
Waar staat een gele hoornpapaver graag?
- Volle zon op een warme, open plek.
- Arme, zeer goed doorlatende grond: zand, grind of kalkrijke leem, neutraal tot kalkrijk. Zware klei werkt niet.
- Droog: hij verdraagt droogte uitstekend en rot in natte grond.
- Een grindtuin, kustachtige border, dakbeplanting of zonnige rotstuin past het best.
- Laat 40 cm tussen planten; hij zaait zichzelf uit, dus laat ruimte vrij.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Zeedistel: Een kustplant met blauwgrijs blad en stekelige bloemen voor dezelfde grindgrond.
- Zeekool: Groot, blauwgroen blad en witte bloemen die goed passen bij kuststijl.
- Lavendel: Geurige, zonminnende buur voor een warme, droge plek.
- Vetkruid: Lage, droogteminnende planten die de grond bedekken.
- Schapengras: Blauwgrijs siergras dat de kleur van het blad herhaalt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gele hoornpapaver?
- Kies een zonnige plek met schrale, doorlatende grond; meng op zware grond flink wat grof zand of grind door de bovenlaag.
- Zaai ter plaatse in april–mei of in september; hij kiemt vaak beter na een koude periode.
- Strooi het fijne zaad dun op de grond, druk aan en bedek het nauwelijks of niet.
- Dun de zaailingen uit tot 40 cm afstand zodra ze groot genoeg zijn.
- Gekochte plantjes in pot plant je met zo weinig mogelijk wortelverstoring en houd de kluit heel: de penwortel verdraagt verplanten slecht.
- Geef lichtjes water tot de zaailingen of planten aangeslagen zijn en daarna nauwelijks meer.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan geen water meer nodig. Natte voeten zijn het gevaarlijkst.
- Bemesten
- Niet nodig: op arme grond blijft hij compact en bloeit hij het best.
- Mulchen
- Een laag grind rond de rozet houdt het blad droog en voorkomt rot.
- Uitzaaien
- Laat enkele zaaddozen rijpen als je wil dat hij terugkomt. Verwijder ze als je dat niet wil.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze weg om de bloei te verlengen, of laat ze staan voor de zaaddozen.
Tip: Zaai hem ter plaatse in arm zand of grind: de penwortel verdraagt verplanten niet. Laat enkele zaaddozen staan, want de plant is kortlevend en komt zo vanzelf terug.
Wanneer snoei je een gele hoornpapaver?
Wanneer: Hij hoeft niet gesnoeid te worden.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemstengels weg tot aan de rozet om de bloei te verlengen en zaaien te beperken.
- Verwijder afgestorven stengels na de bloei of laat ze staan voor de zaaddozen.
- Haal na de bloei de verdroogde plant weg als hij niet meer terugkomt.
Let op: Draag handschoenen bij het opruimen of snoeien: het sap kan de huid prikkelen en alle delen zijn giftig.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai ter plaatse in april–mei of in september, dun op schrale grond. Het zaad kiemt vaak beter na een koude periode; de plant zaait zichzelf ook uit.
- Zaad oogsten
- Oogst in september rijpe zaaddozen voor ze openspringen en droog bewaren; strooi het zaad meteen of in het voorjaar uit.
Hoe komt een gele hoornpapaver de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C; de blauwgrijze rozet blijft in de winter groen.
- Het gevaarlijkst is natte grond in de winter: zorg voor goed doorlatende grond of een grindlaag.
- In een pot: gebruik een diepe pot met veel grind en zet hem tegen een muur, uit de regen.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: De rozet wordt slap en bruin. Meestal door zware, natte grond; zorg voor doorlatende grond en een grindlaag.
- Slakken: Vreten jonge zaailingen in het voorjaar. Rapen of een barrière tegen slakken plaatsen.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren, vooral bij vochtig weer. Zorg voor ruimte en een zonnige plek.
- Bladluis: Kleine beestjes op jonge scheuten. Met water afspuiten of laten opruimen door lieveheersbeestjes.
- Verdwijnt na een paar jaar: Dat is normaal: de plant is kortlevend. Laat een paar zaaddozen rijpen zodat nieuwe planten opkomen.
Het jaar rond
- April: Zaaien ter plaatse. Zaailingen uitdunnen.
- Mei: Verder zaaien. Zaailingen uitdunnen tot 40 cm.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Volle bloei. Geen water nodig.
- Augustus: Bloei. Zaaddozen vormen zich.
- September: Zaad oogsten en zaaien. Verdroogde stengels opruimen.
- Oktober: Rozetten blijven groen. Natte grond vermijden.
- November: Rust. Grindlaag controleren.
- December: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van deze papavers zijn giftig, vooral het melksap en de onrijpe zaaddozen: ze bevatten alkaloïden die bij inslikken misselijkheid, braken, buikpijn en sufheid geven, bij kinderen en ook bij honden, katten en grazend vee. Het zijn geen slaapbollen: het maanzaad uit de bakkerij komt van de slaapbol (Papaver somniferum), en van deze papavers eet je het zaad niet. Maak geen thee van bloemen of zaaddozen, en hang droogboeketten met zaaddozen buiten het bereik van kinderen. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het snijden voor de vaas en zet de vaas buiten het bereik van kleine kinderen en katten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De zaaddoos kan 15–30 cm lang worden en lijkt op een hoorn; daar komt de naam hoornpapaver vandaan.
- De geslachtsnaam Glaucium komt van het Griekse ‘glaukos’, blauwgrijs, naar de kleur van het blad.
- Het wasachtige, blauwgrijze blad helpt de plant om zout en droogte aan de kust te verdragen.