
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Papaverfamilie (Papaveraceae)
Stinkende gouwe
Chelidonium majus
In andere talen: Grande chélidoine (Français) · Greater celandine (English)
Komt in België in het wild voor.
Stinkende gouwe is een inheemse, overblijvende plant uit de papaverfamilie die je in België bijna overal vindt in de buurt van mensen: aan de voet van muren, langs hagen, in oude tuinen, op kerkhoven en aan bosranden. Je herkent hem aan de zachte, blauwgroene, diep ingesneden bladeren en de kleine gele bloemen met vier kroonblaadjes. Breek je een stengel, dan komt er feloranje melksap uit: het beste kenmerk, maar ook giftig en irriterend. Hij bloeit van april tot september en verspreidt zich met zaden die door mieren worden meegesleept. Een makkelijke plant voor een schaduwrijk hoekje in een natuurtuin.
Let op: Giftig: alle delen, vooral het oranje melksap en de wortel. Het sap irriteert huid en ogen en kan bij inslikken misselijkheid en erger veroorzaken. Gevaarlijk voor kinderen, honden, katten en grazende dieren. Draag handschoenen, was je handen en gebruik de plant nooit zelf als middel.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
april–september
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | april–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Losse, vertakte plant van 30–80 cm met broze stengels.
- Blad
- Geveerd, met 5–7 gelobde deelblaadjes; zacht, bovenaan groen, onderaan blauwgrijs, licht behaard.
- Bloem
- Geel, 1,5–2,5 cm, met vier kroonblaadjes en veel meeldraden, in losse schermpjes van 2–6 bloemen; van april tot september.
- Vrucht
- Smalle, rechtopstaande doosvrucht van 3–5 cm, met zwarte zaadjes met een wit aanhangsel.
- Stengel
- Breekt makkelijk en geeft dan feloranje melksap; licht behaard, vooral bij de knopen.
- Verwarring met
- Speenkruid heet in het Frans ook ‘petite chélidoine’ en in het Engels ‘lesser celandine’, maar is een ranonkelachtige met hartvormige bladeren en glanzende gele bloemen met 8–12 blaadjes in maart–april. Het oranje melksap is het zekerste kenmerk van stinkende gouwe.
Bloei: april–september · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit maandenlang, van april tot september, en geeft veel stuifmeel voor bijen en zweefvliegen.
- De zaden hebben een wit aanhangsel dat mieren lokt: zij slepen de zaden naar hun nest en zaaien zo de plant uit.
- Groeit op lastige plekken waar weinig anders wil: aan de voet van muren, in droge schaduw onder hagen en tussen stenen.
- Fris blauwgroen blad dat in zachte winters vaak blijft staan.
- Een cultuurvolger die al eeuwenlang bij huizen, muren en dorpen hoort.
Waar staat een stinkende gouwe graag?
- In het wild: voet van muren en hagen, dorpsranden, ruïnes, kerkhoven, bermen en bosranden, vaak op stikstofrijke grond.
- In de tuin: halfschaduw of schaduw, maar ook zon als de grond niet te droog is.
- Voedselrijke, humusrijke grond; verdraagt ook droge grond tussen stenen.
- Kies een plek waar het niet erg is dat hij uitzaait, zoals een schaduwhoek of de rand van een houtkant.
Mooi samen met
- Look-zonder-look: Witte bloemetjes in april aan dezelfde haag; waardplant van het oranjetipje.
- Robertskruid: Roze bloemetjes en rood blad in dezelfde schaduw aan muur of haag.
- Hondsdraf: Paarse bloemetjes als bodembedekker aan de voet.
- Klimop: Groenblijvend aan dezelfde muur of haag; samen een stukje echte dorpsflora.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een stinkende gouwe?
- Meestal komt hij vanzelf, met dank aan de mieren. Wil je hem gericht planten, koop dan een plant bij een kwekerij voor inheemse planten. Graaf nooit planten uit in de natuur.
- Plant in maart–april of september–oktober, met 40 cm tussenruimte.
- Zaaien kan in de zomer of herfst met vers zaad, oppervlakkig op losse grond; het kiemt meestal in het voorjaar.
- Geef na het planten water; daarna zorgt hij voor zichzelf.
- Draag handschoenen: het oranje sap geeft bruine vlekken en kan de huid irriteren.
Verzorgen
- Water
- Enkel bij het planten; gevestigde planten verdragen droogte goed.
- Bemesten
- Niet nodig; gewone tuingrond is ruim voldoende.
- Uitzaaien beperken
- Knip na de eerste bloeigolf de stengels met vruchten af, dan zaait hij minder uit.
- Wieden
- Ongewenste zaailingen trek je makkelijk uit zolang ze klein zijn; bij oudere planten breekt de wortel soms af.
- Handschoenen
- Werk altijd met handschoenen en was daarna je handen.
Tip: Zoek je een plant voor de droge schaduw aan de voet van een muur? Stinkende gouwe is een van de weinige die daar maandenlang bloeit.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In juli terugknippen na de eerste bloei; in maart de oude stengels opruimen.
Hoe:
- Knip in juli de bloeistengels terug tot 10–15 cm: de plant loopt opnieuw uit en bloeit nog na.
- Laat in de herfst een deel staan; oude stengels en blad geven beschutting aan kleine beestjes.
- Knip in maart wat dood is weg, voor de nieuwe bladeren komen.
Let op: Draag handschoenen en houd het oranje sap weg van je ogen.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaait zich vanzelf uit, geholpen door mieren. Vers zaad zaai je in de zomer of herfst; het kiemt meestal in het voorjaar.
- Verplanten
- Jonge zaailingen met een stevige kluit verplant je in het voorjaar; oudere planten met een lange wortel slaan minder makkelijk aan.
Hoe komt een stinkende gouwe de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- In zachte winters blijven de blauwgroene bladeren vaak staan; bij strenge vorst sterven ze af en loopt de plant in het voorjaar opnieuw uit.
- Volledig winterhard tot ongeveer −25 °C.
- Laat afgestorven stengels liggen of staan als schuilplek voor kleine beestjes.
Ziektes en plagen
- Te veel zaailingen: Knip de vruchten af na de eerste bloei en wied jonge plantjes.
- Bladluis: Zwarte bladluis op de toppen; laat lieveheersbeestjes en zweefvliegen hun werk doen of spuit af met water.
- Vlekken op handen: Het oranje sap kleurt de huid bruin en kan irriteren. Draag handschoenen.
- Kinderen en huisdieren: Leer kinderen dat ze de plant en het sap niet mogen aanraken of proeven.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels opruimen.
- April: Eerste gele bloemen.
- Mei: Volle bloei; bijen en zweefvliegen op het stuifmeel.
- Juni: Bloei; eerste vruchten. Mieren slepen zaad weg.
- Juli: Terugknippen na de eerste bloeigolf.
- Augustus: Nabloei.
- September: Laatste bloemen. Planten of zaaien.
- Oktober: Zaailingen wieden waar ze niet mogen staan.
- November: Het blad blijft vaak groen.
- December: Rust.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De wetenschappelijke naam komt van het Griekse chelidon, ‘zwaluw’: de plant zou beginnen te bloeien als de zwaluwen terugkomen en verwelken als ze vertrekken.
- Volgens een oude legende, al bij Plinius, gebruikten zwaluwen het sap om de ogen van hun jongen te openen.
- ‘Stinkend’ slaat op de onaangename geur van gekneusde bladeren en sap.