
Foto: Murray Fagg, CC BY 3.0 au · bron
Heester · Proteaceae
Grevillea
Grevillea rosmarinifolia
In andere talen: Grévillée à feuilles de romarin (Français) · Rosemary grevillea (English)
Grevillea rosmarinifolia komt uit het zuidoosten van Australië en is een van de winterhardste soorten van het geslacht. Het is een groenblijvende, dichte struik van 1–2 m met naaldachtig, donkergroen blad dat op rozemarijn lijkt, vandaar de naam. Van het late voorjaar tot in de zomer verschijnen er trossen rode tot roze, spinvormige bloemen met lange stempels die veel nectar bevatten en door bijen worden bezocht. De plant houdt van zon, zure, goed doorlatende grond en een beschutte plek. In Vlaanderen is hij op beschutte plaatsen winterhard tot ongeveer −10 °C, maar bij strengere vorst heeft hij bescherming nodig.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur
Winterhard
tot -10 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
1,5 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
maart–juni
| Snoeimaanden | juni |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart–juni |
Herkennen
Hoe herken je een grevillea?
- Groeivorm
- Dichte, ronde tot uitgespreide struik van 1–2 m hoog en breed, met tot aan de grond vertakte takken.
- Blad
- Naaldachtig, 1,5–3 cm lang, donkergroen, met een scherpe punt en aan de onderzijde behaard; groenblijvend.
- Bloem
- Trossen spinvormige bloemen in rood tot roze, met lange, gebogen stempels; van maart tot juni.
- Vrucht
- Kleine, harde, leerachtige zaaddoosjes (balgvruchten) met één of twee zaden.
- Wortels
- Ondiepe, fijne wortels met zogenoemde proteoïde wortels die voedingsstoffen uit arme grond opnemen; zeer gevoelig voor fosfaat.
Bloei: maart–juni · Planten: april–mei · Snoeien: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groenblijvende, fijn gestructureerde struik die het hele jaar sier geeft.
- Rode, spinvormige bloemen in het voorjaar en de zomer, wanneer weinig andere heesters bloeien.
- De bloemen bevatten veel nectar en worden door bijen bezocht.
- Droogtebestendig als hij eenmaal is aangeslagen en weinig veeleisend.
- Mooi in een zonnige, zure grindtuin of heidetuin, als haag of in een grote pot op het terras.
Waar staat een grevillea graag?
- Volle zon op een warme, beschutte plek, bij voorkeur tegen een zuidmuur.
- Zure (pH 5–6,5), goed doorlatende zand- of leemgrond, arm aan fosfaat; niet geschikt voor kalkrijke grond.
- Droog tot normaal: tijdens de eerste jaren water geven, daarna redt hij zich bij droogte; natte voeten, vooral in de winter, vermijd je.
- Beschut tegen koude oostenwind; ook geschikt voor een grote pot op een zonnig terras.
- Reken op 1,2–1,5 m ruimte per plant.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1,5 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -10 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Struikhei: Dezelfde zure, arme grond; roze en paars onder de rode bloemen.
- Dophei: Een kleine heidestruik die dezelfde standplaats deelt.
- Zonneroosje: Een lage bloeier die dezelfde droge, zonnige plek waardeert.
- Schapengras: Fijn, blauwgroen gras dat de struik luchtig omlijst.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een grevillea?
Planten in april–mei.
- Plant in april of mei, als de grond is opgewarmd en de kans op strenge vorst voorbij is, zodat de plant kan wortelen voor de winter.
- Graaf een plantgat dat even diep is als de pot en tweemaal zo breed; meng de grond met zand voor een betere afwatering.
- Haal de kluit voorzichtig uit de pot en verstoor de wortels zo weinig mogelijk: ze zijn gevoelig.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan; plant op 1,2–1,5 m afstand.
- Geef na het planten flink water met regenwater en daarna het eerste jaar regelmatig bij droogte.
- Leg een laag schors of dennenbast van 5 cm rond de voet en houd die vrij van de stam.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig, daarna alleen bij langdurige droogte. Gebruik bij voorkeur regenwater: hard kraanwater bevat kalk.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Als je toch bemest, gebruik dan een speciale fosfaatarme mest en nooit een gewone tuinmest of compost met veel fosfaat.
- Mulchen
- Een laag schors of dennenbast in het voorjaar houdt de grond koel en zuur.
- Pot
- Gebruik zure, goed doorlatende potgrond met zand of perliet; verpot om de twee tot drie jaar en geef bij voorkeur regenwater.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan of snijd ze licht weg; niet nodig.
Tip: Naaldachtig blad en rode spinvormige bloemen in het voorjaar. Plant hem beschut in zure, goed doorlatende grond en geef nooit fosfaatrijke mest.
Wanneer snoei je een grevillea?
Snoeimaanden: juni.
Wanneer: Direct na de bloei, in juni. Hij heeft weinig snoei nodig.
Hoe:
- Knip uitgebloeide takken licht terug, tot ongeveer een derde, om de struik dicht te houden.
- Verwijder dode of door vorst beschadigde takken tot in gezond hout.
- Knip alleen in bladdragend hout; snoei niet in het kale, oude hout.
Let op: Knip niet in het kale hout: daar loopt de struik meestal niet meer uit.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In augustus–september: stekken van 8–10 cm van halfrijp hout in zandige, zure stekgrond onder plastic, op een lichte, koele plek. Wortelen duurt enkele maanden.
- Zaaien
- Het zaad uit de zaaddoosjes kiemt wisselend en geeft planten die niet altijd gelijk zijn aan de moederplant. Zaai in het voorjaar in zandige, zure grond.
Hoe komt een grevillea de winter door?
Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.
- Winterhard tot ongeveer −10 °C op een beschutte plek; bij strengere vorst of koude oostenwind kan hij beschadigd raken.
- Dek hem bij vorst onder −5 °C af met een vliesdoek en leg in november een laag schors rond de voet.
- In een pot: zet hem in een koele, lichte, vorstvrije ruimte (5–10 °C) en geef spaarzaam water.
Ziektes en plagen
- Gele bladeren (chlorose): Bladeren worden geel met groene nerven in kalkrijke grond of bij hard water. Gebruik regenwater en zure potgrond.
- Wortelrot: De plant verwelkt en het blad verkleurt in natte grond. Zorg voor een doorlatende plek en vermijd te veel water.
- Fosfaatschade: Bladranden bruin en verwelkende scheuten na bemesten met gewone mest. Niet meer bemesten en rijkelijk water geven.
- Vorstschade: Bruin, verdord blad na strenge vorst. Knip in het voorjaar terug tot in gezond hout; de plant herstelt vaak.
Het jaar rond
- Maart: Begin van de bloei. Beschermend vlies verwijderen.
- April: Planten of verplanten. Zure grond controleren.
- Mei: Planten. Mulch aanbrengen. Water geven bij droogte.
- Juni: Einde van de bloei. Licht snoeien na de bloei.
- Juli: Water geven bij droogte, vooral in potten.
- Augustus: Halfrijpe stekken nemen.
- September: Stekken verzorgen. Potplanten binnen voorbereiden.
- Oktober: Potten naar binnen halen vóór de eerste vorst.
- November: Mulch aanvullen. Kwetsbare planten afdekken.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht Grevillea is genoemd naar Charles Francis Greville (1749–1809), een van de oprichters van de Royal Horticultural Society.
- Grevillea’s horen bij de Proteaceae en hebben speciale ‘proteoïde’ wortels, die ze helpen groeien op heel arme, fosfaatarme grond.
- De naam rosmarinifolia betekent ‘met rozemarijnblad’, naar het naaldachtige blad.