Gipskruid (Gypsophila paniculata)

Foto: PiPi, Public domain · bron

Vaste plant · Caryophyllaceae

Gipskruid

Gypsophila paniculata

In andere talen: Gypsophile paniculée (Français) · Baby’s breath (English)

Gipskruid komt uit de steppen van Oost-Europa en Centraal-Azië. Uit een dikke, diepe penwortel groeit elk voorjaar een sterk vertakte plant van 60–100 cm hoog en bijna even breed, die in juni–augustus bedekt is met duizenden piepkleine witte bloempjes. Het resultaat is een luchtige wolk die tussen andere planten lijkt te zweven. Bekende rassen zijn ‘Bristol Fairy’ met gevulde witte en ‘Flamingo’ met gevulde lichtroze bloempjes. Bloemisten kennen hem als klassieke vulling in boeketten, en in de tuin is hij een droogtebestendige, langlevende vaste plant voor kalkrijke grond.

Let op: Giftig: alle delen bevatten saponinen. Bij opeten kan dat braken en diarree geven, vooral bij katten, honden en kleine kinderen. Zet boeketten met gipskruid buiten bereik van katten. Bij gevoelige mensen kan het sap de huid irriteren.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -35 °C

  • Grootte

    0,9 m

    hoog, 0,9 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en augustus
Hoogte0,9 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Hoe herken je een gipskruid?

Groeivorm
Sterk vertakte, bolvormige vaste plant van 60–100 cm hoog en 80–100 cm breed.
Blad
Smal lancetvormig, 5–10 cm lang, blauwgrijs, tegenoverstaand, vooral onderaan de stengels.
Bloem
Duizenden bloempjes van 3–6 mm in grote, losse pluimen, van juni tot augustus.
Kleur
Wit; er zijn ook lichtroze rassen, enkel of gevuld.
Wortels
Een dikke, vlezige penwortel die diep de grond in gaat: verplant hem niet.

Bloei: juni–augustus · Zaaien: maart–april · Planten: maart–mei · Snoeien: maart en augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een wolk van witte bloempjes die harde vormen in de border verzacht.
  • Een klassieke snij- en droogbloem: een paar planten leveren de hele zomer vulling voor boeketten.
  • Droogtebestendig dankzij zijn diepe penwortel.
  • Bijen en andere kleine insecten bezoeken de bloempjes.
  • Langlevend als hij eenmaal op de juiste plek staat.

Waar staat een gipskruid graag?

  • Volle zon.
  • Goed doorlatende zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk.
  • Droog tot normaal; natte voeten in de winter verdraagt hij niet.
  • Kies meteen de definitieve plek: door de penwortel verplant je hem later niet meer.
  • Reken op 80–100 cm ruimte per plant.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,9 m hoog, 0,9 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -35 °C)

Mooi samen met

  • Oosterse papaver: Gipskruid vult het gat dat de papaver in de zomer achterlaat als die zijn blad verliest.
  • Rozen: Een klassieke combinatie, in de border en in het boeket.
  • Kattenkruid: Een lage, blauwe voorgrond in dezelfde zonnige, droge grond.
  • Kogeldistel: Stoere blauwe bollen die door de witte wolk heen steken.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een gipskruid?

Planten in maart–mei.

  1. Plant in maart–mei.
  2. Graaf een diep plantgat en maak de grond eronder goed los, zodat de penwortel makkelijk naar beneden kan.
  3. Meng in zwaardere grond grof zand of grind door; op zuurdere grond een handvol kalk.
  4. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
  5. Hou 80–100 cm afstand tot andere planten.
  6. Geef water bij het planten en het eerste seizoen bij droogte.

Verzorgen

Water
Alleen in het eerste jaar bij droogte. Daarna niet meer nodig.
Bemesten
Weinig nodig: wat compost in het voorjaar op arme grond volstaat.
Steun
Zet in april een plantensteun of een paar twijgen over de jonge scheuten, zodat de bloemenwolk na regen niet openvalt.
Snijden
Knip stengels als ongeveer de helft van de bloempjes open is. Om te drogen hang je bosjes ondersteboven op een droge, luchtige plek.
Kalk
Op neutrale grond om de paar jaar in het voorjaar wat kalk strooien.

Tip: Zet in april al een plantensteun over de jonge scheuten: de plant groeit erdoorheen en de bloemenwolk valt na een regenbui niet meer open.

Wanneer snoei je een gipskruid?

Snoeimaanden: maart en augustus.

Wanneer: Na de bloei in augustus, en de dode stengels in maart.

Hoe:

  • Knip in augustus de uitgebloeide pluimen terug: soms volgt dan nog een kleine tweede bloei.
  • Laat de stengels in de herfst afsterven en knip ze in maart tot net boven de grond af, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
  • Laat de penwortel ongemoeid en graaf niet rond de voet.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
Binnen in maart–april bij 15–20 °C. Verspeen de zaailingen in potjes en plant ze in mei uit. Gevulde rassen komen niet zuiver uit zaad: zaailingen hebben meestal enkele bloempjes.
Stekken
In mei–juni stekken van jonge, niet-bloeiende scheuten nemen en in zanderige stekgrond laten wortelen. Dat lukt niet altijd, maar het is de manier om een ras zuiver te houden.

Hoe komt een gipskruid de winter door?

Winterhard tot −35 °C.

  • Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België geen bescherming nodig.
  • De bovengrondse delen sterven af; de penwortel overwintert diep in de grond.
  • Natte grond is het enige echte gevaar: zorg voor een goede afwatering, zeker op klei.
  • Markeer de plek met een stokje, zodat je in het voorjaar niet per ongeluk in de penwortel steekt.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: Op natte, zware grond rot de penwortel in de winter. Plant op een drogere plek, met grind in het plantgat.
  • Openvallende plant: Na regen valt de bloemenwolk uit elkaar. Zet tijdig steun en kies een beschutte plek.
  • Slakken: Vreten aan de jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds weg.
  • Niet teruggekomen: Vaak na verplanten, omdat de penwortel beschadigd is. Plant een nieuwe plant meteen op de definitieve plek.

Het jaar rond

  • Maart: Dode stengels afknippen. Planten. Binnen zaaien.
  • April: Planten. Plantensteun plaatsen. Binnen zaaien.
  • Mei: Planten. Zaailingen uitplanten. Letten op slakken.
  • Juni: Begin van de bloei. Stengels snijden voor boeketten.
  • Juli: Volle bloei. Snijden en drogen.
  • Augustus: Einde van de bloei. Uitgebloeide pluimen terugknippen.
  • Oktober: Stengels laten afsterven.
  • November: De plek markeren met een stokje.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Gipskruid bevat saponinen, vooral in de wortel en de zaden: opeten geeft braken, buikpijn en diarree, bij kleine kinderen en ook bij katten en honden. Het grootste risico zit binnen: gipskruid staat in veel boeketten, en katten knabbelen graag aan de fijne, droge takjes. Zet een vaas of droogboeket met gipskruid buiten het bereik van katten en kleine kinderen, en ruim afgevallen bloemetjes op. De wortel werd vroeger als zeep gebruikt; maak er niets van om in te nemen. Het sap kan bij gevoelige mensen de huid irriteren: draag handschoenen als je veel snijdt. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Gypsophila betekent ‘gipsminnend’: veel soorten groeien van nature op kalk- en gipsrijke grond.
  • In delen van Noord-Amerika is hij verwilderd en een probleem geworden, onder meer in de duinen langs de Grote Meren.
  • In het Engels heet hij ‘baby’s breath’, en hij is al lang populair in bruidsboeketten.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…