Foto: Teun Spaans, CC BY 2.5 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Knoopkruid
Centaurea jacea
In andere talen: Centaurée jacée (Français) · Brown knapweed (English)
Knoopkruid is een inheemse vaste plant uit de composietenfamilie die van nature in schrale hooilanden, bermen en op dijken groeit. Uit een bladrozet groeien stevige, vertakte stengels van 40–60 cm met smalle, ruwe bladeren. Van juni tot september dragen ze paarsroze, distelachtige bloemhoofdjes met grote, uitstaande randbloemen en bruine, vliezige schubben eronder. Voor vlinders, hommels en bijen is het een van de beste planten van een bloemenweide, en in de herfst eten putters de zaden. Hij is makkelijk te zaaien, zeer winterhard en goed bestand tegen droogte.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart en september |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een knoopkruid?
- Groeivorm
- Bladrozet met rechtopgaande, vertakte stengels van 40–60 cm; ongeveer 40 cm breed.
- Blad
- Lancetvormig en ruw; de onderste bladeren soms grof getand, de bovenste smal en gaafrandig.
- Bloem
- Paarsroze bloemhoofdjes van 2–4 cm; de grote randbloemen staan als een krans naar buiten. Bloei van juni tot september.
- Schubben
- Onder het hoofdje zitten vliezige, licht- tot donkerbruine schubben, waaraan hij zijn Engelse naam brown knapweed dankt.
- Wortels
- Korte, houtige wortelstok met diepe wortels; daardoor kan hij goed tegen droogte.
Bloei: juni–september · Zaaien: maart–april en september · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een topper voor vlinders zoals zandoogjes, dikkopjes en blauwtjes.
- Hommels en bijen halen er nectar en stuifmeel.
- Lange bloei van juni tot september.
- Putters en andere zaadeters eten in de herfst van de zaden.
- Makkelijk te zaaien in een bloemenweide en goed bestand tegen droogte.
Waar staat een knoopkruid graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij weinig en vallen de stengels om.
- Schrale, goed doorlatende zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig.
- Voedselrijke grond is niet goed: dan groeit het gras te sterk en verdringt het de bloemen.
- Plant op 30–40 cm afstand, of zaai hem in een bloemenweide samen met andere wilde bloemen.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Margriet: Witte bloemen in mei–juni, voor het knoopkruid op zijn best is.
- Gewone rolklaver: Gele bloempjes laag tussen het knoopkruid, ook een topper voor bijen.
- Geel walstro: Gele, geurende pluimpjes in dezelfde schrale grond.
- Wilde peen: Witte schermen in dezelfde maanden, goed voor zweefvliegen en kevers.
- Grote ratelaar: Een halfparasiet op gras die de grasgroei remt, zodat wilde bloemen meer kansen krijgen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een knoopkruid?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober; zaaien kan in maart–april of in september.
- Maak de grond onkruidvrij en verwijder in een grasveld een plag, zodat de plant of het zaad niet door het gras wordt verstikt.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Hou 30–40 cm tussen de planten.
- Zaai dun op de oppervlakte, hark het zaad licht in en hou de grond vochtig tot de kiemplantjes er zijn.
- Giet nieuwe planten goed aan; daarna is water geven zelden nodig.
Verzorgen
- Water
- Alleen in het eerste jaar bij langdurige droogte.
- Bemesten
- Niet doen: in schrale grond bloeit hij het rijkst en blijft hij stevig.
- Maaien
- Maai een bloemenweide pas na de bloei, in september, en voer het maaisel af.
- Uitgebloeide bloemen
- In een border kun je ze wegknippen voor een langere bloei, maar laat er een paar staan voor de putters.
- Steun
- Niet nodig in schrale grond; in rijke grond kunnen de stengels omvallen.
Tip: Laat het maaisel na de maaibeurt in september een paar dagen liggen, zodat het zaad kan uitvallen, en voer het daarna af. Zo blijft de grond schraal en komt het knoopkruid elk jaar terug.
Wanneer snoei je een knoopkruid?
Snoeimaanden: maart en september.
Wanneer: In september maai of knip je de uitgebloeide stengels af. In een border mag je ze ook laten staan en in maart terugknippen.
Hoe:
- Maai een bloemenweide in september op 5–10 cm hoogte en laat het maaisel een paar dagen liggen, zodat het zaad kan uitvallen.
- Voer het maaisel daarna af, zodat de grond schraal blijft.
- In een border knip je de stengels in maart terug tot vlak boven de rozet.
- Laat een paar stengels in de winter staan voor zaadetende vogels en overwinterende insecten.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai in maart–april of in september ter plaatse of in potjes; het zaad kiemt vlot. In een open bloemenweide zaait hij zich ook vanzelf uit.
- Delen
- In maart–april of in oktober oudere pollen opgraven en met een spade in stukken steken, elk met een paar knoppen.
Hoe komt een knoopkruid de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: geen bescherming nodig.
- De stengels sterven af; de bladrozet en de wortelstok overwinteren.
- Laat een deel van de uitgebloeide stengels staan: putters eten van de zaden en insecten schuilen ertussen.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in droge nazomers. Meestal onschuldig; zwaar aangetaste stengels wegknippen.
- Omvallen: In te rijke grond of te veel schaduw. Niet bemesten en een zonnige, schralere plek kiezen.
- Verdrongen door gras: In een voedselrijke weide wint het gras. Maaisel afvoeren, de grond verschralen en eventueel grote ratelaar zaaien om het gras te remmen.
- Bladluis: Op de stengeltoppen in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels in de border terugknippen. Zaaien of planten.
- April: Zaaien of planten. Zaailingen vochtig houden.
- Juni: Eerste bloemhoofdjes. Vlinders en hommels op de bloemen.
- Juli: Volle bloei.
- Augustus: Bloei. Uitgebloeide hoofdjes in de border wegknippen of laten staan voor de vogels.
- September: Laatste bloei. De bloemenweide maaien en het maaisel afvoeren. Zaaien.
- Oktober: Planten of delen.
- December: Rust. Zaadhoofdjes voor de putters.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De grote randbloemen zijn onvruchtbaar: ze dienen alleen om insecten te lokken.
- De Engelse naam brown knapweed verwijst naar de bruine schubben onder de bloemhoofdjes.
- Putters eten graag de zaden van knoopkruid en halen ze met hun spitse snavel uit de hoofdjes.