Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris)

Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)

Jakobskruiskruid

Jacobaea vulgaris

In andere talen: Séneçon jacobée (Français) · Common ragwort (English)

Komt in België in het wild voor.

Jakobskruiskruid is een inheemse, tweejarige tot kortlevende vaste plant uit de composietenfamilie die in België algemeen is in duinen, wegbermen, droge graslanden, op braakliggende grond en in verwaarloosde weides, vooral op zandgrond. In het eerste jaar vormt hij een rozet van diep ingesneden bladeren; daarna komt een stevige stengel van 30–100 cm met brede, platte trossen gele bloemhoofdjes, van juni tot in oktober. Elk hoofdje heeft een geel hart en meestal dertien gele straalbloemen. De plant is erg waardevol voor insecten: tientallen soorten leven ervan, waaronder de rups van de sint-jacobsvlinder. Maar hij is ook giftig, vooral voor paarden en runderen die hem gedroogd in hooi binnenkrijgen.

Let op: Giftig: de plant bevat pyrrolizidine-alkaloïden die de lever beschadigen. Vooral gevaarlijk voor paarden en runderen, zeker gedroogd in hooi of kuilvoer, omdat de dieren hem dan niet meer proeven. Hou hem uit weides en hooiland, eet hem nooit, draag handschoenen bij het uittrekken en hou kleine kinderen en huisdieren uit de buurt.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,8 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    juni–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenaugustus–september
Hoogte0,8 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuni–oktober

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Eerst een bladrozet, het jaar erna een rechte, bovenaan vertakte stengel van 30–100 cm. Na de bloei sterft de plant meestal af.
Blad
Diep en onregelmatig ingesneden, één- tot tweemaal veerspletig, met een stompe eindslip en gekroesde slippen; donkergroen, onderaan soms wat spinnenwebachtig behaard.
Bloem
Gele hoofdjes van 1,5–2,5 cm, met een geel hart en meestal 13 straalbloemen, in brede, platte tuilen aan de top.
Vrucht/Zaad
Kleine nootjes, de meeste met een wit pluis dat met de wind meevliegt.
Stengel
Stevig en gegroefd, onderaan vaak roodpaars aangelopen.
Verwarring met
Viltig kruiskruid heeft grijs behaarde bladeren met smalle slippen en groeit vooral op klei en kalk. Waterkruiskruid groeit in natte graslanden en heeft minder diep ingesneden bladeren. Boerenwormkruid heeft knoopjes zonder straalbloemen en varenachtig, sterk geurend blad.

Bloei: juni–oktober · Snoeien: augustus–september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Waardplant van de sint-jacobsvlinder: de zwart-oranje gestreepte rupsen eten de plant in juli soms helemaal kaal.
  • Een belangrijke nectarbron in de nazomer voor vlinders, zweefvliegen, solitaire bijen en hommels.
  • Tientallen insectensoorten leven van de plant, van bladmineerders tot kevers.
  • Kleurt droge bermen en duinen geel tot in oktober, als er weinig andere bloemen meer zijn.
  • Past in een droog, schraal stuk natuurtuin, ver van weides met paarden of vee.

Waar staat een jakobskruiskruid graag?

  • In het wild: duinen, wegbermen, spoorwegtaluds, droge graslanden, braakliggende grond en overbeweide weides.
  • Volle zon, op droge tot frisse, schrale zand- of leemgrond.
  • Komt vooral op waar de grond open en kaal ligt; in een dichte grasmat kiemt hij moeilijk.
  • In de tuin: alleen in een droog, zonnig natuurstuk, en niet naast weides of hooiland voor paarden en vee.

Mooi samen met

  • Slangenkruid: Blauwe bloemaren voor bijen op dezelfde droge zandgrond.
  • Gewone rolklaver: Gele vlinderbloemen in juni–augustus en waardplant van het icarusblauwtje.
  • Grasklokje: Lichtblauwe klokjes in een schrale, zonnige berm.
  • Gewoon biggenkruid: Gele bloemen voor bijen en zweefvliegen op droge grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een jakobskruiskruid?

  1. Je hoeft hem zelden te planten: in zandstreken komt hij vaak vanzelf aanwaaien. Wil je toch zaaien, koop dan zaad bij een kwekerij voor inheemse planten; graaf nooit planten uit in het wild.
  2. Kies eerst een veilige plek: niet in de buurt van weides, hooiland of paddocks met paarden, runderen of schapen, en niet waar kleine kinderen spelen.
  3. Zaai in september–oktober op open, schrale grond en druk het zaad licht aan; het kiemt in de herfst of in het voorjaar.
  4. Hou 30–40 cm tussen de rozetten die je laat staan.
  5. Geef alleen water tijdens het kiemen; daarna redt hij zich op droge grond.
  6. Draag handschoenen als je rozetten verplant of uittrekt.

Verzorgen

Water
Niet nodig, behalve tijdens het kiemen. Hij groeit op droge, arme grond.
Bemesten
Nooit: schrale grond houdt hem stevig en in toom.
Zaad laten vallen
Laat alleen zaad vallen waar dat geen kwaad kan; knip anders de uitgebloeide trossen af voor het pluis vliegt.
Woekeren
Een dichte, gesloten grasmat houdt hem tegen. Trek ongewenste rozetten met handschoenen uit, met zoveel mogelijk wortel.
Sint-jacobsvlinder
Laat de rupsen in juli met rust: ze eten de plant soms kaal, maar hij loopt meestal opnieuw uit.

Tip: Wil je jakobskruiskruid in de tuin voor de sint-jacobsvlinder, hou het dan op één afgebakende, droge plek ver van weides en knip de stengels af zodra de eerste pluisjes verschijnen.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: augustus–september.

Wanneer: In augustus–september, als de bloemen uitbloeien en voor het pluis vliegt.

Hoe:

  • Laat de plant eerst bloeien en wacht tot de rupsen van de sint-jacobsvlinder volgroeid zijn, eind juli–augustus.
  • Knip of maai de bloeistengels af zodra de eerste hoofdjes pluizig worden.
  • Voer het maaisel af in een gesloten zak bij het restafval; nooit in hooi, kuilvoer of op een plek waar dieren erbij kunnen.
  • Weet dat afknippen of maaien vlak voor of tijdens de bloei de plant vaak langer laat leven en opnieuw laat bloeien.

Let op: Draag handschoenen bij het afknippen en uittrekken, en laat afgemaaide planten nooit liggen waar paarden, koeien of schapen ze kunnen eten: verwelkt en gedroogd verliezen ze hun bittere smaak, maar ze blijven giftig.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Zaai vers zaad in september–oktober of in maart op open, schrale grond. Het kiemt makkelijk; het eerste jaar zie je alleen een rozet.
Zelf uitzaaien
Laat een paar planten uitzaaien op een veilige plek. Het pluis waait ver, dus doe dit niet in de buurt van weides.
Wortelstukken
Afgebroken wortelstukken kunnen opnieuw uitlopen; trek rozetten daarom met zoveel mogelijk wortel uit.

Hoe komt een jakobskruiskruid de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Planten die gebloeid hebben, sterven meestal af; de rozetten van het eerste jaar blijven de hele winter groen.
  • De poppen van de sint-jacobsvlinder overwinteren in de grond onder de planten: spit daar niet.
  • Volledig winterhard.
  • Droge stengels met pluis voer je in de herfst af als je geen zaailingen wilt.

Ziektes en plagen

  • Giftig voor vee: Vooral gedroogd in hooi gevaarlijk voor paarden en runderen. Hou hem weg van weides en hooiland en overleg met buren die dieren houden.
  • Te veel zaailingen: Op open zandgrond zaait hij zich flink uit. Knip de bloeistengels af voor het pluis vliegt en hou de grasmat gesloten.
  • Hergroei na uittrekken: Achtergebleven wortelstukken lopen weer uit. Trek bij vochtige grond, met handschoenen, of steek de rozet uit.
  • Kaalgevreten planten: De rupsen van de sint-jacobsvlinder eten soms alles op. Geen probleem: zo werkt de natuur, en de plant loopt vaak weer uit.

Het jaar rond

  • Maart: Rozetten groeien. Ongewenste rozetten uitsteken, met handschoenen.
  • April: De rozetten worden groter.
  • Mei: De bloeistengels schieten op. Sint-jacobsvlinders vliegen en leggen eitjes.
  • Juni: Eerste bloemen. Zwart-oranje rupsen verschijnen.
  • Juli: Volle bloei. Rupsen eten de plant soms kaal: laat ze.
  • Augustus: Bloei. Uitgebloeide stengels afknippen voor het pluis vliegt.
  • September: Late bloei. Vers zaad zaaien op een veilige plek of de rest afknippen.
  • Oktober: Laatste bloemen. Nieuwe rozetten verschijnen.
  • December: Rust. Groene rozetten en poppen van de sint-jacobsvlinder in de grond.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam verwijst naar Sint-Jacob: de plant bloeit volop rond 25 juli, de feestdag van de heilige Jacobus.
  • De rupsen van de sint-jacobsvlinder nemen de gifstoffen van de plant op en worden er zelf onsmakelijk door; hun felle oranje-zwarte strepen zijn een waarschuwing voor vogels.
  • Senecio, de oude geslachtsnaam, komt van het Latijnse senex, ‘oude man’, naar het witte zaadpluis.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…