
Foto: SriMesh, CC BY 3.0 · bron
Heester · Cupressaceae
Kruipende jeneverbes
Juniperus horizontalis
In andere talen: Genévrier horizontal (Français) · Creeping juniper (English)
De kruipende jeneverbes komt uit het noorden van Noord-Amerika, waar hij op rotsige kusten, zandduinen, kalkrijke hellingen en in de prairie groeit, tot ver in Canada. Het is een platte, groenblijvende conifeer van zo’n 30 cm hoog, met lange, liggende takken die zich als een tapijt tot 2 m en meer uitspreiden. Het fijne, schubvormige blad is blauwgroen, grijsgroen of groen, en kleurt bij veel vormen in de winter paarsachtig. Hij is geliefd als onderhoudsarme bodembedekker voor taluds, rotstuinen en droge, zonnige hoeken. Bekende rassen zijn ‘Wiltonii’, zilverblauw en heel plat, ‘Prince of Wales’, heldergroen, en ‘Golden Carpet’, goudgeel.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -40 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 2 m breed
| Snoeimaanden | mei |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een kruipende jeneverbes?
- Groeivorm
- Platte, kruipende conifeer van 20–30 cm hoog en 2 m of meer breed, met lange, liggende takken.
- Blad
- Fijn en schubvormig, bij jonge planten deels naaldvormig; blauwgroen, grijsgroen of groen, in de winter vaak paars of bronskleurig getint.
- Kegels
- Vrouwelijke planten dragen kleine, blauwe, berijpte bessenkegels; mannelijke planten niet.
- Geur
- Gekneusde takjes ruiken harsachtig, typisch voor jeneverbes.
- Wortels
- Diep en sterk; liggende takken schieten vaak wortel waar ze de grond raken.
Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het hele jaar groen of blauwgroen: een dicht tapijt dat onkruid onderdrukt.
- Extreem winterhard en droogtebestendig, eens hij goed geworteld is.
- Ideaal om taluds, muurtjes en randen te bedekken; de takken hangen mooi over een muurrand.
- Verdraagt arme, zanderige en kalkrijke grond, en ook wind.
- Vrijwel geen onderhoud: geen snoei en geen bemesting nodig.
Waar staat een kruipende jeneverbes graag?
- Volle zon; in de schaduw wordt hij open en kaal.
- Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk; arme grond is geen probleem.
- Droog tot normaal vochtig; natte voeten verdraagt hij slecht.
- Ideaal op een zonnig talud, in de rotstuin, over een muurtje of in een grindtuin.
- Plant op 1–1,5 m afstand voor een gesloten tapijt na enkele jaren.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,3 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -40 °C)
Mooi samen met
- Vetkruid: Kussens en nazomerbloemen op dezelfde droge, zonnige plek.
- Tijm: Laag, geurend en net zo dol op zon en droogte.
- Blauw schapengras: Blauwe pollen die mooi passen bij een blauwgroene jeneverbes.
- Lavendel: Zomerbloei en grijs blad naast het groene tapijt.
- Krokus: Voorjaarskleur aan de rand van het tapijt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kruipende jeneverbes?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of kurkdroog is.
- Verwijder eerst alle wortelonkruid, zoals kweek en zevenblad: eens de jeneverbes de grond bedekt, krijg je het er moeilijk nog uit.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; op zware klei meng je er grof zand of grind door.
- Zet de plant even diep als in de pot, niet dieper, en druk de grond goed aan.
- Houd 1–1,5 m tussen de planten.
- Geef meteen ruim water en het eerste jaar regelmatig bij droogte; een laag grind of schors tussen de planten houdt onkruid weg tot het tapijt sluit.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte; daarna redt hij zich ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig; te veel mest maakt de groei slap.
- Wieden
- De eerste jaren onkruid tussen de planten weghalen tot het tapijt gesloten is.
- Herfstbladeren
- Hark gevallen bladeren van de plant: onder een natte laag blad kan hij bruin worden.
- Betreden
- Loop niet over het tapijt: de takken breken en worden bruin.
Tip: Plant hem in volle zon en haal vooraf alle wortelonkruid weg. Snoei alleen in groen hout: uit kale, oude takken loopt hij niet meer uit.
Wanneer snoei je een kruipende jeneverbes?
Snoeimaanden: mei.
Wanneer: Nauwelijks nodig. Snoei zo nodig licht in mei, als de nieuwe groei begint.
Hoe:
- Knip te lange takken terug tot onder een andere tak, zodat de snoeiwond verborgen blijft.
- Knip alleen in groen, beschubd hout.
- Haal dode, bruine takken helemaal weg tot aan het gezonde hout.
- Wordt hij te breed, knip dan elk jaar een beetje in plaats van in één keer veel.
Let op: Snoei nooit in oud, kaal hout: daar komen geen nieuwe scheuten meer uit en blijft een kale plek achter.
Vermeerderen
- Afleggen
- De makkelijkste methode: liggende takken wortelen vaak vanzelf. Pin in het voorjaar een tak vast in de grond en dek hem af met aarde; na een jaar loskoppelen en verplanten.
- Stekken
- In september–oktober stekken van 10–15 cm met een hieltje in een mengsel van zand en potgrond, in een koude bak. Ze wortelen traag, vaak pas in het volgende voorjaar.
Hoe komt een kruipende jeneverbes de winter door?
Winterhard tot −40 °C.
- Een van de meest winterharde conifeers, tot ongeveer −40 °C: in België is nooit bescherming nodig.
- Veel vormen kleuren in de winter paars of bronskleurig en worden in het voorjaar weer groen of blauw. Dat is normaal.
- Een dik pak sneeuw kan hij goed hebben.
- In een pot of bak is hij ook winterhard; zorg alleen voor een goede afwatering.
Ziektes en plagen
- Kale plekken: Ontstaan in de schaduw, door snoei in oud hout of door betreden. Geef hem volle zon en snoei alleen in groen hout.
- Bruine takjes: Afstervende takjes, vaak in het voorjaar, door een schimmel, door droogte of door hondenurine. Knip ze weg tot in het gezonde hout en voer ze af.
- Spint: Dof, grijzig of geelbruin blad met fijn spinsel, vooral in hete, droge zomers en tegen warme muren. Spuit de plant af met water.
- Wortelrot: De hele plant wordt bruin en sterft af op natte, zware grond. Plant in goed doorlatende grond.
Het jaar rond
- Januari: Paarse wintertint. Niets te doen.
- Maart: Herfstbladeren en dode takjes verwijderen.
- April: Planten. Vooraf het wortelonkruid verwijderen.
- Mei: Planten. Zo nodig licht snoeien in groen hout.
- Juni: Onkruid wieden tussen jonge planten.
- Juli: Letten op spint bij droogte. Jonge planten water geven.
- Augustus: Jonge planten water geven bij droogte.
- September: Planten. Stekken nemen.
- Oktober: Planten. Stekken nemen.
- November: Herfstbladeren van het tapijt harken.
- December: De winterkleur verschijnt.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Jeneverbessen zijn geen echte bessen, maar kegels met vlezige, vergroeide schubben.
- De bessen voor jenever en gin komen van de gewone jeneverbes, Juniperus communis, niet van deze soort.
- Er zijn aparte mannelijke en vrouwelijke planten: alleen de vrouwelijke dragen ‘bessen’.