
Foto: AnonymousUnknown author, CC BY 4.0 · bron
Klimplant · Fabaceae
Hyacintboon
Lablab purpureus
In andere talen: Dolique d’Égypte (Français) · Hyacinth bean (English)
De hyacintboon komt oorspronkelijk uit Afrika en wordt in de tropen al eeuwen als voedsel- en voedergewas geteeld. Bij ons is hij een eenjarige sierklimmer van 2–3 m met paarse stengels en bladeren met drie deelblaadjes. Vanaf juli draagt hij rechtopstaande trossen roze tot paarse, erwtachtige bloemen, gevolgd door glanzende, paarse peulen die tot de eerste vorst sieren. Bijen en hommels bezoeken de bloemen. Hij wil zon en warmte en groeit snel, maar rauwe zaden en peulen zijn giftig.
Let op: Rauwe zaden en peulen zijn giftig voor mens en dier. Eet ze niet en houd kinderen en huisdieren uit de buurt van de peulen en zaden.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot 5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
3 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–oktober
| Hoogte | 3 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een hyacintboon?
- Groeivorm
- Eenjarige, windende klimmer van 2–3 m hoog en ongeveer 50 cm breed; de stengels zijn vaak paars getint.
- Blad
- Drietallig: drie hartvormige tot driehoekige deelblaadjes van 8–15 cm, groen, vaak met een paarse tint.
- Bloem
- Erwtachtige bloemen in rechtopstaande trossen, roze tot paars (ook wit). Juli–oktober.
- Peul
- Platte, gebogen, glanzend paarse peulen van 5–8 cm met enkele zaden.
- Wortels
- Diepe penwortel met knolletjes die stikstof uit de lucht binden.
Bloei: juli–oktober · Zaaien: april–juni · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Snelle, eenjarige klimmer: in één zomer 2–3 m hoog.
- Sier in drie lagen: paarse stengels, roze tot paarse bloemtrossen (juli–oktober) en glanzende paarse peulen.
- Bijen en hommels bezoeken de bloemen.
- Mooi op een wigwam of obelisk in de border of de moestuin.
- Eenvoudig te zaaien en makkelijk te verzorgen.
Waar staat een hyacintboon graag?
- Volle zon op een warme, beschutte plek, bijvoorbeeld voor een zuid- of westmuur.
- Gewone, goed doorlatende tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig: gelijkmatig water zonder natte voeten.
- Geef hem een steun van 2–3 m: een obelisk, een wigwam van bamboestokken, een net of een hekwerk.
- Plant 25–30 cm uit elkaar; hij past ook in een grote pot van minstens 30 cm.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: binnen overwinteren (boven 5 °C)
Mooi samen met
- Zinnia: Kleurrijke eenjarige voor dezelfde zonnige plek.
- Cosmea: Luchtig, bloeit lang en trekt ook bijen aan.
- Afrikaantje (Tagetes): Een compacte, gele of oranje rand aan de voet van de steun.
- Klimmende kapucijner: Een andere eenjarige klimmer met bloemen in vurige kleuren.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een hyacintboon?
Planten in mei–juni.
- Week de zaden een nacht in lauw water.
- Zaai in april binnen, 2–3 cm diep, in potjes van 8–9 cm bij 18–24 °C; ze kiemen in 1–2 weken.
- Of zaai eind mei–juni buiten, 2–3 cm diep, als de grond warm is en er geen nachtvorst meer komt.
- Verhard binnen gezaaide planten af en plant ze eind mei–juni uit.
- Plant 25–30 cm uit elkaar bij een steun en geef meteen water.
- Leg een laag mulch rond de voet en bescherm jonge planten tegen slakken.
Verzorgen
- Water
- Gelijkmatig vochtig houden, vooral tijdens de bloei en de peulvorming; in droge periodes ruim water.
- Bemesten
- Weinig nodig: een beetje compost bij het planten volstaat. Te veel stikstof geeft veel blad en weinig bloemen.
- Steun
- Leid jonge scheuten naar de steun; daarna windt hij zich zelf.
- Peulen
- Laat enkele peulen rijpen voor zaad; haal de rest weg als je de bloei langer wilt houden.
Tip: Bonen verdragen verplanten minder goed: zaai hem liever direct op de definitieve plek bij een steun zodra de grond warm is. Op de zonnigste plek worden de peulen het mooist paars.
Wanneer snoei je een hyacintboon?
Wanneer: Hij is eenjarig en wordt niet gesnoeid. Knip alleen te lange of beschadigde ranken bij.
Hoe:
- Leid lange ranken terug naar de steun of knip de uiteinden eruit.
- Verwijder verwelkte bloemtrossen als je geen zaad wilt.
- Laat enkele peulen aan de plant rijpen voor zaad.
- Verwijder de afgestorven plant na de eerste vorst.
Vermeerderen
- Zaaien
- April binnen of mei–juni buiten: week de zaden een nacht en zaai ze 2–3 cm diep bij minstens 18 °C. Ze kiemen in 1–2 weken.
- Zaad oogsten
- In september–oktober laat je enkele peulen aan de plant bruin en papierachtig worden. Oogst de zaden, laat ze drogen en bewaar ze koel en donker voor volgend jaar.
Hoe komt een hyacintboon de winter door?
Winterhard tot 5 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: bij vorst sterft hij af en hij houdt niet van minder dan ongeveer 5 °C. Behandel hem als eenjarige.
- Verwijder de dode planten na de eerste vorst; ze kunnen op de composthoop.
- Bewaar zaad droog, koel en donker tot volgend jaar.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Op jonge toppen en bloemtrossen in de zomer. Afspuiten met water of lieveheersbeestjes hun werk laten doen.
- Slakken: Jonge planten worden in mei en juni aangevreten. Een ring rond de plant helpt, en slakken ’s avonds verzamelen.
- Weinig of late bloei: Een koele zomer, te weinig zon of te veel stikstof. Zet hem op een zonnige, warme plek en bemest niet te veel.
- Zaden kiemen niet of rotten: Te koude, natte grond. Zaai pas buiten als de grond warm is, of zaai binnen.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Zaad en steun klaarmaken.
- Februari: Plannen. Steun herstellen.
- Maart: Grond voorbereiden. Potjes en potgrond klaarzetten.
- April: Binnen zaaien. Zaden eerst een nacht weken.
- Mei: Afharden. Eind mei buiten zaaien of uitplanten.
- Juni: Buiten zaaien of uitplanten. Steun plaatsen. Water geven.
- Juli: Eerste bloei. Water geven.
- Augustus: Bloei en peulen. Water geven.
- September: Volle bloei en peulen. Zaad laten rijpen.
- Oktober: Bloei tot de eerste vorst. Zaad oogsten.
- November: Afgestorven planten opruimen.
- December: Rust. Zaad droog bewaren.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. De glanzende paarse peulen en de bonen van de hyacintboon lijken op die van stokbonen of pronkbonen. In de tropen worden ze na lang koken gegeten, maar rauw of te kort gekookt zijn ze giftig, voor mensen en voor dieren. Kweek hem hier als sierplant, eet er niets van en zet hem niet tussen de bonen in de moestuin, zodat niemand ze samen plukt. Houd kinderen en huisdieren weg van de peulen en zaden. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In de tropen wordt de plant als voedsel- en voedergewas geteeld; rauw is hij giftig.
- Thomas Jefferson kweekte de hyacintboon al in zijn tuin op Monticello.
- Als vlinderbloemige leeft hij met stikstofbindende bacteriën in knolletjes aan de wortels.