Foto: Meneerke bloem, CC BY-SA 4.0 · bron
Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae
Lenteklokje
Leucojum vernum
In andere talen: Nivéole de printemps (Français) · Spring snowflake (English)
Het lenteklokje is een bolplant uit de vochtige loofbossen en beekdalen van Midden- en Zuid-Europa. In februari en maart draagt elke stengel van 15–20 cm één, soms twee knikkende, witte klokjes van ongeveer 2 cm. Elk van de zes even lange bloemblaadjes heeft aan de punt een groen vlekje. Het blad is breed lintvormig en glanzend helder groen. Hij lijkt op een groot sneeuwklokje, maar bloeit iets later en houdt van nattere grond. Bij de vorm carpathicum zijn de vlekjes geel. Tuiniers houden van hem voor een vochtige, schaduwrijke hoek of een vijverrand.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de bollen. Houd kinderen, honden en katten weg van de plant en verwar de bollen niet met uitjes. Draag handschoenen bij het planten, want het sap kan de huid irriteren.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,1 m breed
Bloei
februari–maart
| Hoogte | 0,2 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | februari–maart |
Herkennen
Hoe herken je een lenteklokje?
- Groeivorm
- Bolplant van 15–20 cm hoog die in pollen groeit.
- Blad
- Breed lintvormig en glanzend helder groen; verschijnt samen met de bloemen en sterft in juni af.
- Bloem
- Knikkende, brede klokjes van ongeveer 2 cm met zes even lange bloemblaadjes, meestal één per stengel.
- Kleur
- Wit, met een groen vlekje aan elke punt; bij de vorm carpathicum geel.
- Bol
- Middelgroot, met een lichtbruine huid; droogt snel uit.
Bloei: februari–maart · Planten: september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Witte klokjes in februari en maart, als de tuin nog grotendeels kaal is.
- Groeit op vochtige tot natte plekken waar veel andere bollen rotten.
- Vroege bijen vinden er op zachte dagen stuifmeel en nectar.
- Blijvend: de bollen groeien langzaam uit tot grotere pollen.
- Mooi aan een vijverrand, langs een beek of onder heesters in een schaduwtuin.
Waar staat een lenteklokje graag?
- Halfschaduw of schaduw, bijvoorbeeld onder bladverliezende heesters of aan de noordkant van een haag.
- Humusrijke leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk.
- Vochtig tot nat: een vijverrand, een beekoever of een lage, natte plek is ideaal.
- Vermijd plekken die in de zomer helemaal uitdrogen.
- Plant op ongeveer 10 cm van elkaar, in groepjes.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Dotterbloem: Gele bloemen aan dezelfde natte vijverrand, net iets later.
- Nieskruid: Grote winterbloemen in dezelfde schaduw.
- Longkruid: Blauwe en roze bloempjes en gevlekt blad in het voorjaar.
- Varens: Vullen de plek als het blad van het lenteklokje verdwijnt.
- Sneeuwklokje: Bloeit net iets vroeger: zo heb je wekenlang witte klokjes.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een lenteklokje?
Planten in september–oktober.
- Plant de bollen in september–oktober, meteen na aankoop: ze verdragen uitdrogen slecht.
- Maak de grond los en meng er bladaarde of compost door.
- Plant de bollen 8–10 cm diep, met de punt naar boven.
- Zet ze op ongeveer 10 cm van elkaar.
- Druk de grond aan en geef water.
- Leg een laagje bladaarde over de plek.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond vochtig, ook na de bloei zolang het blad groen is. In een droog voorjaar water geven.
- Bemesten
- Niet nodig. Een laagje bladaarde of compost in de herfst volstaat.
- Blad
- Laat het blad na de bloei vanzelf afsterven.
- Uitgebloeide bloemen
- Mogen blijven staan; ze vormen soms zaad.
- Mulchen
- Een laag bladaarde houdt de grond koel en vochtig.
Tip: Plant de bollen meteen na aankoop op een vochtige, humusrijke plek, bijvoorbeeld aan een vijverrand. Een laagje bladaarde in de herfst houdt de grond koel en vochtig.
Wanneer snoei je een lenteklokje?
Wanneer: Het lenteklokje wordt niet gesnoeid. Je ruimt enkel het afgestorven blad op in juni.
Hoe:
- Laat het blad staan tot het geel wordt en vanzelf loskomt.
- Knip uitgebloeide stengels eventueel weg, al is dat niet nodig.
- Laat afgevallen boomblad liggen: het voedt de grond.
Let op: Knip het blad nooit groen af, anders bloeit hij volgend jaar minder.
Vermeerderen
- Scheuren
- Graaf een dichte pol na de bloei op, als het blad nog groen is, of in de vroege herfst. Verdeel de bollen en plant ze meteen opnieuw op dezelfde diepte.
- Zaaien
- Zaai rijp zaad in de vroege zomer in een pot met vochtige grond en zet die buiten in de schaduw. Zaailingen bloeien na enkele jaren.
Hoe komt een lenteklokje de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: geen bescherming nodig.
- Bloeit gewoon door lichte vorst en sneeuw heen.
- In een pot: zet hem buiten op een beschutte, schaduwrijke plek en laat de grond niet uitdrogen.
Ziektes en plagen
- Bollen komen niet op: Uitgedroogde bollen slaan slecht aan. Plant ze meteen na aankoop of koop planten in pot.
- Slakken: Ze vreten aan blad en bloemen in een nat voorjaar. Raap ze ’s avonds weg.
- Weinig bloemen: De pollen staan te dicht of de plek is te droog. Scheur de pollen en geef bladaarde.
- Grauwe schimmel: Grijs pluis en rot op het blad bij zacht, nat weer. Haal aangetaste delen weg en geef de plant wat meer lucht.
Het jaar rond
- Januari: De eerste scheuten komen boven.
- Februari: Bloei. Bijen op zachte dagen.
- Maart: Bloei. Dichte pollen eventueel scheuren na de bloei.
- April: Het blad groeit door. Grond vochtig houden.
- Mei: Het blad blijft staan. Letten op slakken.
- Juni: Het blad sterft af; daarna opruimen.
- September: Bollen planten, meteen na aankoop.
- Oktober: Bollen planten. Bladaarde strooien.
- December: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. De bolletjes van sneeuwklokjes en lenteklokjes zijn giftig en lijken op kleine uitjes: bewaar ze nooit bij de groenten. Ze geven braken en diarree, ook bij honden en katten. Draag handschoenen als je veel bollen verplant: het sap kan de huid irriteren. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Leucojum komt uit het Grieks en betekent ‘wit viooltje’.
- Anders dan bij het sneeuwklokje zijn alle zes bloemblaadjes even lang; bij het sneeuwklokje zijn de drie binnenste veel korter.
- Bij de vorm carpathicum, uit de Karpaten, zijn de vlekjes aan de bloempunten geel in plaats van groen.