Foto: Magnus Manske, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Liliaceae
Madonnalelie
Lilium candidum
In andere talen: Lis blanc (Français) · Madonna lily (English)
De madonnalelie is een van de oudste tuinplanten ter wereld en komt oorspronkelijk uit het oosten van het Middellandse Zeegebied. In juni–juli draagt een stevige stengel van zo’n 1,2 m een tros zuiver witte, brede trechterbloemen met goudgele helmknoppen. Ze geuren zoet en zo sterk dat je ze tot ver in de tuin ruikt. Anders dan de meeste lelies maakt hij al in de herfst een rozet van bladeren die de hele winter groen blijft. Tuiniers houden van hem om zijn geur, zijn klassieke uitstraling in een cottagetuin en als snijbloem voor de vaas.
Let op: Alle delen, ook het stuifmeel en het water uit de vaas, zijn zeer giftig voor katten: een beetje stuifmeel dat een kat uit zijn vacht likt, kan al nierfalen veroorzaken. Zet geen lelies in huis als je een kat hebt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–juli
| Hoogte | 1,2 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een madonnalelie?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, onvertakte stengel van 1–1,5 m hoog, meestal zo’n 1,2 m, en amper 30 cm breed.
- Blad
- In de herfst een rozet van brede, lancetvormige, glanzend groene bladeren die overwintert; aan de stengel smallere bladeren die naar boven toe kleiner worden.
- Bloem
- Een tros van vijf tot twintig brede trechterbloemen met licht omgekrulde tippen, zuiver wit met goudgele helmknoppen, in juni–juli.
- Geur
- Sterk, zoet en zwaar; binnen in een vaas kan hij bijna overweldigend zijn.
- Bol
- Witte schubbenbol zonder beschermende rok. Hij droogt snel uit en hoort zo snel mogelijk in de grond.
Bloei: juni–juli · Planten: augustus–september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de sterkst geurende tuinplanten: een klein groepje geurt tot ver in de tuin.
- Zuiver witte bloemen die in de schemering lijken op te lichten, ideaal in een witte of romantische tuin.
- Een klassieke snijbloem voor een grote vaas in juni–juli.
- Hij houdt van kalkrijke, eerder droge grond, waar veel andere lelies het moeilijk hebben.
- Het groene bladrozet geeft ook in de winter wat leven in een kale border.
- Eens gevestigd gaat hij jaren mee, zolang je hem met rust laat.
Waar staat een madonnalelie graag?
- Volle zon, op een warme plek. Lage planten aan zijn voet zijn geen probleem, zolang ze het bladrozet niet overwoekeren.
- Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, liefst neutraal tot kalkrijk. In zware klei werk je grof zand of grind door de plantplek.
- Eerder droog dan nat: natte voeten in de winter laten de bol rotten.
- Een luchtige plek, niet te dicht tussen andere planten, voorkomt schimmel op het blad.
- Reken op 25–30 cm tussen de bollen, in groepjes van drie tot vijf.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Rozen: Een klassieke combinatie in de cottagetuin; ze bloeien tegelijk in juni.
- Ridderspoor: Blauwe pluimen naast de witte lelies, in dezelfde zon.
- Lavendel: Houdt net als de madonnalelie van zon, kalk en droge voeten.
- Kattenkruid: Een lage, blauwe wolk die de voet van de stengels verbergt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een madonnalelie?
Planten in augustus–september.
- Plant in augustus–september, als de bol na de bloei even rust: dan wortelt hij nog voor de winter en maakt hij zijn bladrozet.
- Maak de grond een spade diep los en meng grof zand of grind door zware grond. Op zure grond strooi je er een handje kalk bij.
- Leg de bol heel ondiep: de neus moet net onder de grond zitten, met hooguit 2–3 cm aarde erboven.
- Hou 25–30 cm tussen de bollen.
- Giet één keer goed aan; daarna heeft hij normaal geen extra water nodig.
- Leg geen dikke mulchlaag over de plantplek: die houdt het bladrozet te nat.
Verzorgen
- Water
- Alleen bij lange droogte in het voorjaar, als de knoppen zich vormen. Na de bloei mag de grond droog blijven.
- Bemesten
- In maart een handvol compost of wat bollenmest rond de plant. Nooit verse mest: daarvan gaat de bol rotten.
- Steun
- Op een winderige plek een stok naast de stengel zetten, zonder de bol te raken.
- Snijden
- Snij voor de vaas als de onderste knop opengaat en laat minstens een derde van de stengel met blad staan, zodat de bol zich kan opladen.
- Helmknoppen
- Knip in de vaas de helmknoppen weg: het stuifmeel vlekt kleren en tafellakens en is gevaarlijk voor katten.
- Rust
- Verplant hem liefst niet: een gevestigde groep bloeit elk jaar rijker.
Tip: Plant hem al in augustus, vroeger dan andere lelies, en leg de neus van de bol net onder de grond. Zo maakt hij nog voor de winter zijn bladrozet en bloeit hij het volgende jaar volop.
Wanneer snoei je een madonnalelie?
Wanneer: Echt snoeien hoeft niet. Knip in juli de uitgebloeide bloemen weg en snij de stengel in augustus af, als hij geel is.
Hoe:
- Knip verwelkte bloemen net onder de bloem af, dan steekt de plant geen energie in zaad.
- Laat de stengel met blad staan tot hij geel en droog is: zo laadt de bol zich op.
- Snij de dode stengel daarna vlak boven de grond af.
- Laat het nieuwe bladrozet dat in de herfst verschijnt altijd staan.
Let op: Snij nooit groen blad weg tijdens of vlak na de bloei: de bol heeft het nodig voor de bloei van volgend jaar.
Vermeerderen
- Schubben
- In augustus een paar buitenste schubben van de bol breken, in een zakje met vochtig zand of vermiculiet doen en op een warme plek wegzetten. Na 6–8 weken groeien er bolletjes aan de basis. Plant ze in een pot op; reken op twee à drie jaar tot de eerste bloei.
- Delen
- Graaf te dichte groepen in augustus op, net na de bloei, en plant de bollen meteen weer even ondiep op hun nieuwe plek.
Hoe komt een madonnalelie de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in de meeste Belgische winters heeft hij geen bescherming nodig.
- Het bladrozet blijft de hele winter groen. Laat het met rust en dek het niet af met een dikke laag mulch.
- Natte grond is gevaarlijker dan vorst: zorg dat het water in de winter goed wegloopt.
- Bij strenge vorst zonder sneeuw kan je het rozet een paar dagen met vliesdoek afdekken.
Ziektes en plagen
- Leliehaantje: Fel rode kevertjes en hun larven, die zich onder hun eigen uitwerpselen verstoppen, vreten van april tot september blad en knoppen. Controleer om de paar dagen en raap ze weg; houd je hand eronder, want ze laten zich vallen.
- Grauwe schimmel: Bruine vlekken op het blad, die bij vochtig weer snel uitbreiden tot het blad afsterft. De madonnalelie is er gevoelig voor. Knip aangetast blad weg, geef de plant ruimte en giet nooit over het blad.
- Virus: Gestreept of gevlekt, misvormd blad en kwijnende planten. Er is geen genezing: verwijder de plant. Zet hem niet naast tijgerlelies, die het virus vaak dragen zonder ziek te lijken.
- Bolrot: In natte grond worden de schubben zacht en bruin en komt de plant niet meer op. Plant op een doorlatende plek en verbeter zware grond met grind.
- Geen bloei: Meestal te diep geplant of pas verplant. Plant ondiep en laat hem met rust; vaak bloeit hij het jaar daarna weer.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Het bladrozet blijft groen; niets doen.
- Maart: Compost of bollenmest rond de plant strooien. De bloemstengel begint te groeien.
- April: Om de paar dagen controleren op leliehaantjes.
- Mei: Knoppen vormen zich. Water geven bij droogte, eventueel een stok plaatsen.
- Juni: Bloei. Snijden voor de vaas en helmknoppen wegknippen.
- Juli: Einde bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen.
- Augustus: Gele stengels afsnijden. Planten, delen en schubben stekken.
- September: Planten. Het nieuwe bladrozet verschijnt.
- Oktober: Bladrozet controleren op schimmel; afgevallen blad weghalen.
- December: Rust. Bij strenge barvorst het rozet met vliesdoek afdekken.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Lelies zijn levensgevaarlijk voor katten: alle delen, ook het stuifmeel en het water uit de vaas, geven al in kleine hoeveelheden acuut nierfalen, dat zonder snelle behandeling vaak dodelijk afloopt. Een beetje stuifmeel dat een kat uit haar vacht likt, kan al genoeg zijn. Heeft je kat aan een lelie gezeten of stuifmeel op haar vacht, bel dan meteen je dierenarts, ook als ze nog niets laat merken. Zet geen snijlelies in huis als je een kat hebt (de meeldraden wegknippen is niet genoeg) en plant ze niet waar katten vaak komen. Voor kinderen en honden zijn lelies veel minder gevaarlijk, maar ook zij kunnen er maag- en darmklachten van krijgen. Verwar ze niet met daglelies (Hemerocallis), waarvan je de knoppen en bloemen wel kunt eten (al zijn ook die gevaarlijk voor katten): eet nooit van een echte lelie. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Op fresco’s van de Minoïsche beschaving op Kreta, ruim 3500 jaar oud, staan al witte lelies afgebeeld die op de madonnalelie lijken.
- Op schilderijen van de Annunciatie houdt de engel Gabriël vaak een witte lelie vast, als symbool van de zuiverheid van Maria. Vandaar de naam madonnalelie.
- Na de bloei gaat hij in de zomer kort in rust en begint hij in de herfst al aan het volgende seizoen. Daarom plant je hem vroeger dan andere lelies.